SLA|Avier

Stichting Literaire Activiteiten Avier

 Tien voor Martinus Benders: Ik zou geen hond willen aanraden Benders te zijn.

 

1.Dag Martinus. Dank voor ‘Wat koop ik voor jouw donkerwilde machten, Willem’, een bundel die in 2011 bij uitgeverij Loewak verscheen, maar zeer binnenkort opnieuw uitkomt bij Van Gennep. Wat is er gebeurd? Hoe is dat zo gekomen?

Typisch Hollandsche regelneverij. Als Tonnus Oosterhoff of H.H. Ter Balkt ooit zouden besluiten hun eigen bundels uit te brengen dan tellen die niet mee. Het letterenfonds heeft namelijk verzonnen dat dichters niet zelf hun eigen werk kunnen beoordelen en dat commerciële uitgevers dat beter kunnen. Ik heb het niet verzonnen, dus kijk mij er niet op aan. Maar van Gennep bood eigenlijk spontaan aan het opnieuw uit te geven en daar had ik dus wel oren naar. Ik moet ook eerlijk zeggen dat het uitgeverijtje spelen mij niet zo lag. Mensen onderschatten vaak hoeveel werk dat is. Ik vond het wel heel interessant om te doen omdat ik mijn verkoopkanaal monopoliseerde en zo precies kon zien wie mijn boeken hebben gekocht. En dan kom je toch vooral tot de conclusie dat de meeste Nederlandse dichters maar bar weinig poëzie lezen. Of dat ze mij liever niet lezen, dat kan natuurlijk ook. Ik vond het vooral interessant te meten wat voor effect recensies hadden. Een krantenrecensie leverde bijvoorbeeld nauwelijks verkopen op, terwijl een online recensie veel effectiever bleek. Allemaal leuk om te weten, maar ik hou me liever niet met distributie, marketing en andere randzaken bezig.

Ik begrijp best dat zo'n instituut als het Letterenfonds ergens een grens moet trekken, maar ik begrijp totaal niet waarom die grens niet eenmalig is.  Het is toch nogal vreemd dat als een Leo Vroman zijn eigen uitgeverij was begonnen zijn boeken ineens alleen voor de sier nog bestaan? Om maar niet te spreken over het feit dat het steeds moeilijker wordt onderscheid te maken tussen wat nou een 'reguliere' en een kleine uitgever is. De meeste 'grote' uitgevers geven nog nauwelijks meer dan een bundel per jaar uit tussen de reisgidsen en kookboeken. En waarom heb je 800 literaire adviseurs die inzendingen op kwaliteit controleren als je daarvoor op de kwaliteit van  commercie vertrouwd? Ik kan er totaal geen kaas van maken, van dat instituut. Het is in elk geval geen 'peer review'  zoals sommigen ontrecht denken. Bij Peer Review in de wetenschap gaat het er juist om ongepubliceerde zaken gepubliceerd te krijgen. Hier gaat het alleen om wat al gepubliceerd wordt nogmaals eens te beoordelen. De 'is dit kunst genoeg voor subsidie' school zeg maar, van die bijzonder absurde Postbus 51 reclame uit de jaren 90. Mijn hemel, als wat ambtenaren beter kunnen zeggen wat goede poëzie is dan dichters zelf, waarom schrijven ze het
dan niet gewoon zelf?


 

2.Ik vind de weg die jij bewandelt  bijzonder. Je naam duikt niet op in de slamwereld en voor zover ik weet ook niet op literaire sites en dan meldt zich Van Gennep en ben je de controle een beetje kwijt ? Hoe moet het  nu verder?


 

Hoe moet het verder met wat? Waarover ben ik de controle kwijt? Ik snap deze insteek niet. In het slamcircuit smijten ze niet genoeg met bier. En ik vind dat je niet voor je veertigste moet beginnen met slammen want laten we even wel wezen de meeste van die meisjes zijn niet interessant om hun poëzie dus
kun je beter als je wat jaartjes ouder bent een slamcarrière beginnen, wat ik dus ook van plan ben. Ik heb ook iets tegen dat woord 'slammen' ik vind dat een slabbertjeswoord. Maar ik ga dit jaar nog het podium op om al die jongelui eens te leren hoe het moet.

Welke 'literaire sites' bedoel je? Ik vind dat sinds Achille van den Branden de pijp aan maarten heeft gegeven er geen literaire sites meer te bekennen zijn. Er zijn een paar van die nare schoolmeesters met sites als 'De Contrabas' en 'Tzum' vol roddelpraatjes. Is dat literatuur tegenwoordig? Nee, het klimaat voor literatuur op internet is funest te noemen. Een paar sites waar vooral candlelight gedichten op verschijnen, en overal dezelfde redacteuren. Mijn hemel, daar wil je toch niet tussen staan? Ik heb nog nooit iets ingezonden naar een literair tijdschrift, waarom zou ik dat doen. Dat is mijn taak niet. Het is de taak van die redacteuren spannende poëzie te vinden. Maar ze zitten vooral op hun reet en publiceren wat aan komt waaien naar mijn idee. Het zijn vooral veel jonge meiden altijd en je kunt raden waarom.


 

3.Je noemt Tzum en De Contrabas. Beticht je de redacteuren aldaar nu van louter luiheid en seksuele motivatie? En op welke jonge meiden doel je?


 

Jij had het over 'literaire sites'.  Ik vroeg me af wat je daarmee precies bedoelde. De Contrabas  en Tzum zijn roddelknipbladen van twee schoolmeesters. De Nederlandse literatuur heeft altijd een enorm schoolmeesterprobleem gehad. Negentig procent van wat er in die literatuurwereld rondloopt zijn van kleurloze leraren Nederlands met een ambitiewokkel in de oogjes. Geen zinnig mens zou die sites lezen. De opmerking over Candlelight poezie ging over de Revisor, daar staat allerlei roze meisjespoëzie in,tegenwoordig onder de bezielde leiding van twee rasestheten die waarschijnlijk de rest van hun leven blijven zitten. Zou ik ook doen. Het is niet zo dat ik een klokkenluider ben, verre van. Ik ben zelf nog veel erger. Ik ben naar Nederland teruggekeerd om mijn rechtmatige plek op te eisen als vieze oude autoriteit. Kom maar op met dat grut.

Maar luilakken, ja dat zijn ze bijna allemaal. Terecht natuurlijk. Waarom zou je niet gewoon je oude schoolmaatjes het bestuur in jassen? Het is dat ik het contact met mijn oude schoolmaatjes kwijt ben anders deed ik het ook. Iedereen die mij persoonlijk kent weet dat ik nog veel erger ben dan Berlusconi. Daarom vrezen ze mij, je mag niet al te duidelijk voor het systeem zijn. De gedragscode is dat je in het systeem zit maar net doet alsof je er moeite mee hebt allemaal. Maar ik heb dat gewoon niet omdat ik een ziel ontbeer.


 

4.Maar ondanks het ontberen van een ziel zou je toch kunnen vertellen op welke jonge meiden je doelt? En vanwaar je terugkeer naar Nederland (vanuit Istanbul, meen ik)  om je rechtmatige plek als vieze autoriteit op te eisen?


 

Is dit een interview voor een literair blad of voor de Flair? Wanneer ga je eens vragen over mijn werk stellen? Is het mijn verantwoordelijkheid overal ironietekens bij te plaatsen? Laat ik van ellende maar even het gedicht dat ik gister schreef citeren. Dan heb je wel wat mannennamen. (Dank Caro!)

Ik ben de enorme damesbloes van de experimentele Nederlandse poëzie

Ik ben de enorme damesbloes van de experimentele Nederlandse poëzie
die tijdelijk is en relevant. Iedereen kent mij. Damesbloes Benders.
Tegendraads. En ik heb borsthaar. Ik maak het de kritiek lastig
omdat ik de kritiek zelf ben
en dan gaan ze katkoppen,
die krullenbollen.

Ik ben maar op één wijze nationalist ik vind
Nederlandse vrouwen de mooiste op deze planeet
en ik weet, cynici, ze gaan zeggen

"dat zou je ook zeggen
als je in een ander land geboren was"

hier ver vandaan
waar ze helemaal geen vrouwen hebben
en met opgeplakte snorren rondlopen
en 'Koenraad Goudeseune' heten
of '
Andy Fierens'...

Mijn liefde voor de Nederlandse vrouw is exponentieel.
Hangt niet af van louche karakters
hier hebben we 
Daniel Vis
Maarten van der Graaff
Ton Van 't Hof
Samuel Vriezen
Willem Tieske Derks
Alexis de Roode

Mannen van het woord.
Die vrouwen het woord maken.
Damesbloezen.
Die mij altijd het vuile werk op laten knappen.

Martinus 14-07-2014

 

5.Fijn dat jezelf een gedicht inbrengt. Waarom wil je het de kritiek moeilijk maken? Wat is de zin of onzin van literaire kritieken?


 

Zonder deugdelijke kritiek kan er geen literatuur bestaan.  Net zoals politiek een onzinnige toestand wordt zonder deugdelijke journalistiek.  De postmoderniteit is op beide terreinen funest geweest – journalistiek is meer en meer een kwestie van vermomde persvoorlichting, en wat men nog 'literaire kritiek' noemt zijn vooral aanprijzende recensies. Niemand kan meer zeggen hoe een werk in het groter geheel past. Er zijn nog slechts meninkjes, meninkjes zonder autoriteit.

Uiteraard dien je het de kritiek moeilijk te maken! Moet het soms een picknick zijn voor simpele zielen? Iets wat je buurvrouw in vijf minuten kan leren? Natuurlijk niet, de criticus dient de meest verfijnde geest te bezitten, of de meeste kracht. Vroeger was er nog een levendige polemiek rond de literatuur. Van Deyssel, Hermans, Reve, mannen die iets in de melk te brokkelen hadden. Waarheen is die levendigheid verdwenen? Hij is bedekt onder de dikke laag klef vernis van de 'collegialiteit'. Wie zich hedentendage de literatuur in begeeft waant zich in een suffe lerarenkamer. Nu heeft Nederland altijd al geen kritische cultuur gehad, hoor. Hermans had de grootste moeite zijn boeken nog gepubliceerd te krijgen. Doe je mond open in Nederland en je wordt door een hele machinekamer vol boze impotente dwergen je leven lang tegengewerkt.  Maar dat mag de pret niet drukken natuurlijk:

Liefde speel je met het hart
want het bloed is vlugger dan de penis.


 

6.Is het zo erg Martinus, is het echt zo erg? Ik ken dichters die zich geheel niet druk maken om wat jij noemt  die suffe lerarenkamer. Het is toch een kwestie van publiceren en debuteren? Waarom heb jij het idee dat je je levenlang tegengewerkt wordt?


 

Publiceren en dan alweer debuteren? Ik word zo moe van dat steeds debuteren, dat eeuwig debuteren. Sinds al die grijze babyboomers netjes op de pluchen zetel blijven plakken is de hele literaire wereld eeuwig aan het debuteren. Ik debuteer, dus ik besta.

Natuurlijk, men kan een leven lang dichtbundeltjes stilzwijgend schrijven en dan heeft men nooit ergens last van. En met een beetje geluk worden die uitgegeven en heb je na 30 jaar een oeuvre van stilzwijgende dichtbundeltjes met leuke gedichtjes. En dan krijg je de PC Hooftprijs, ga je op je grauwe akker zitten, en denk je aan die ene boerentrien die je ooit heb weten verleiden. Bedankt jongens, het was allemaal een oefening! Maar je zou je misschien ook heel goed een menstype kunnen voorstellen voor wie die gang van zaken maar slaapverwekkend is, en die liever wat filosofischer uit de hoek komt. Geen apostel van de eeuwige zwijgschool, die graag een kaarsje branden voor elk pietluttig zieltje dat de revue passeert, niet zo'n mummelende priester met plaatsvervangende 'waarheen gaat de weg' pseudo-diepgang maar gewoon een lul als ik die zich graag overal mee bemoeit, een vreselijke dictator, een onmens in al zijn aspecten die graag alles tot de bodem afbreekt wat nijvere braafhanzen met veel ellenbogenwerk wisten opbouwen. Nochtans ontwaar ik in deze vraag opnieuw geen vraag over mijn gedichten. Is het dan vreemd dat je daar enige tegenwerking in meent te bespeuren?

Geen zinnig mens zou zich druk maken over een suffe lerarenkamer, maar anderzijds zou ook geen zinnig mens zich in een Leviathan van talentenjacht en debuut en glitter blindstaren op het nut van dit alles. Je eigen kleine plekje in het moeras weten veroveren is voor veel schrijvers en dichters al ambitieus genoeg, denk ik, maar zoals mijn pientere muze dit schooljaar tegen me zei, jij bent echt onbevredigbaar.  En daar heeft ze gelijk in. Ik wordt gekweld door een naamloze honger, een bodemloze put. Het doet totaal niet ter zake hoeveel lof men mij toezwaait, het is allemaal volstrekt zinloos - en omdat ik zo'n epitoom van nodeloze honger ben, een mot die de sterren wil kussen kan ik me levendig inbeelden dat de baasjes van de nationale talentenjacht cq dagbestedingtherapie weinig met me ophebben. Kan ik het ze kwalijk nemen? Ik glimlach niet op commando. Ik verwoord het volksempfinden niet kordaat genoeg. Ik ben helaas  totaal nutteloos als vlaggenpool voor het nieuwe positivisme.

Voel ik mij miskend? Nee. Die gapende honger is van een heel andere orde. Het is een gevoel dat je alles wil opslokken, die hele literaire wereld, als een enorm zwart gat. Dat je al die gedichtjes en dagboeken wilt atomiseren en recyclen, erin wilt rondzwemmen als een profetische walvis. Is het dan zo erg? Ja Jan, zo erg is het gewoon. Ik ben een menselijke gehaktmolen met een hart van peperkoek, maar in dat hart zit weer een andere gehaktmolen, ad infinitum. Ik zou geen hond willen aanraden Benders te zijn.


 

7.Je wilt het graag over je gedichten hebben? Waarom eigenlijk? Die gedichten kunnen de mensen toch binnenkort bestellen bij Van Gennep? Wat valt er, buiten de tekst om, over te zeggen? 


 

We leven in het tijdperk van de instant-expert. Dat men het in zo'n tijdperk liever niet over de boeken zelf heeft, maar liever over de auteur, zijn leven, allerlei randzaken – dat is uiteraard debet aan het model van de instant-expert – aangezien die geen wezenlijke kennis van zaken heeft doet hij er alles aan om het vooral maar niet over het onderwerp te hoeven hebben waarover hij expertise veinst. Net zoals je vroeger bij een mondeling Nederlands als je het boek niet had gelezen het best zoveel mogelijk tijd kon stoppen in lullen over algemene dingen die altijd waar zijn, dan wel randzaken of metadiscussie.

Gaat de instant-expert het echter over poëzie hebben dan valt hij bijna meteen door de mand. Het is tegenwoordig doodeenvoudig expert te worden in wat dan ook, het protocol is: Namedropping: je vind Pessoa geweldig, Trakl, Beckett en Pilinszky.  Dat is wat de poëzie betreft al afdoende. Ik had laatst zon poëzie-expert uit Amsterdam aan de lijn, iemand die al zijn hele leven doet alsof hij dichter is. Pessoa, dat was het helemaal, fantastisch, geweldig. Ik vroeg hem waarom Pessoas werk dan beter is dan dat van Vicente Aleixandre. Glazige blik. En dan de beschuldigingen: ik zou een elitist zijn. Pardon? Aleixandre, de enige Spanjaard die een Nobelprijs won, u kent hem niet eens? En u meent wel te kunnen melden dat Pessoa de grootste dichter was? Op basis van welke leeservaring maakt zo'n man die claim?

Nee, de dichtbundeltjes zijn bijzaak geworden, daar heb je het niet over. Nou Jan, mijn favoriete sexstandjes zijn op zijn hondjes (en dan klapjes op de poep geven, zoals Goudeseune het zou zeggen) en de Kanarie, dat vind ik ook een heel fijn sexstandje.

Mijn favoriete televisieserie is dat programma waarin Nederlanders naakt op een eiland worden gedropt en dan nog slechter blijken te flirten dan met de kleren aan.

Mijn favoriete sport is swaffelen. Mijn favoriete vakantiebestemming is de naaktsauna. Mijn favoriete toiletpapier is met oppompbare doodskopjes erop.

Hebben we het nu genoeg niet over poëzie weten hebben? Is er nog iets dat je van me wilt weten, Jan?


 

8.Het schijnt me toe dat jij vooral excelleert in het kritiek leveren op andermans werk.  In ieder geval heb je dat in dit vraaggesprek ruimschoots bewezen. Ik wil graag aan je wens om het over poëzie te hebben tegemoet komen. Een gedicht graag, van eigen hand, dat voldoet aan jouw criteria voor hoe het moet.


 

Wiens werk heb ik bekritiseerd dan? Alweer zo'n uiterst onzorgvuldige vraag. Iedereen kan immers hierboven teruglezen dat ik op geen enkele dichter kritiek heb geuit. Ik snap Jan Holtman niet. Wat gedichten van mezelf betreft, die 'aan criteria moeten voldoen' (waar heb je het over? Waar hierboven benoem ik die criteria?) ik snap wel dat je te lui bent om even zelf onderzoek te doen, maar op mijn website staan ruim 30 gedichten te lezen uit mijn zeven dichtbundels. Toch mail je me dan dat de ebooken die ik je stuurde te vermoeiend zijn om te lezen, en van een website lukt het ook al niet schijnbaar. Nou goed hier dan een gedicht:

 

ROBERT FROST: GEEN HOL AAN

Ik eet liever een banaan dan dat ik Frost lees.
Ben Goudeseune gaan opzoeken in een bloedheet Gent.
Had een jonge meid bij me. Goudeseune was net in elkaar geslagen
door een klant. Het contrast was wat onaangenaam.
Ik ben geen fan van Gent.

De kathedralen staan er zo dicht op elkaar
dat het lijkt of ze willen copuleren.
Maar die dag, toen Koenraads blauwe oog
me gedag zei buiten het poëziecentrum
waar ze alle dichters van de wereld in vijfvoud hebben
behalve ons twee: die dag dronk ik
het eerste biertje van mijn leven

na een dag vol stroppen, martelwerktuigen
en monumentale grootneukerij
is dat even wennen, de strijd geloofwaardigheid
even te laten voor wat het is: verniste katers
in de vergetelnis van een zweperige stad
waar nog nooit een echte dichter
om aandacht verlegen zat. 

 

9.Het is niet aan mij hier vragen te beantwoorden. Je noemt Koenraad, de Vlaamse dichter die ten strijde trok tegen de ‘ons kent ons mentaliteit’ binnen de literatuur en volgens mij wars van mooischrijverij is. Een bron van inspiratie?

  

Natuurlijk, Koenraad is de beste Vlaamse dichter momenteel. Dat zou je niet zeggen als je het poëziecentrum in zijn woonplaats bezoekt, ooit opgezet door een of andere gymleraar. Zijn bundels en mijn bundels raken stellig kwijt in de post. Koenraad laat zich kritisch uit over collega's, en dan verdien je de Gulag in Vlaanderen en in Nederland is het niet veel beter.

Iedereen met een hart voor poëzie moet een hekel aan mooischrijverij hebben. Het is niet de taak van poëzie om de werkelijkheid mooier te maken dan die is, om een  boom met een schurftige bast een 'hemelse stronk met smaragden treurrijmrimpels' te noemen. Mooischrijverij, therapeutische poëzie, stilleventjes, stiltegedichten – dat hoort allemaal in de onderste echelons van de literatuur thuis, naast
de kasteelromannetjes en de kappersblaadjes.

Dat zo'n gymleraar kapsones krijgt en denkt dat hij de grootste hedendaagse dichter moet censureren, dat typeert een beetje de sfeer die er in letterenland hangt. Het zijn de bemiddelaartjes, de conciërges, de kleine mannetjes met enorme ego’s die driftig hun stempel willen drukken op wat poëzie mag zijn.

Daartegenover staat dat je af en toe ook positieve ontwikkelingen hebt, ik noem maar zo'n nieuwe Uitgeverij als Leesmagazijn, die toch proberen een heel serieus literair fonds op te bouwen en in de markt te zetten. Dikke aanrader is ook het boek 'Alles is slecht' van de Russische dichter Kirill Medvedev. Er zijn ook wel genoeg integere mensen die nog bijzondere dingen doen. Vaak zie je die meer aan de onderkant, of in de marge. Niet zo vreemd natuurlijk,  je moet wel poep in je ogen hebben om niet te zien dat onze maatschappij nogal verknipt is.  Dan vind je de meest heldere geesten natuurlijk niet op representatieve posities van dat systeem.


 

10.Juist! Tenslotte Martinus, wat moet er veranderen? Waar moeten we vanaf en vooral waar moet het naar toe?


 

Naar mijn idee is het kernprobleem waarmee we te kampen hebben een hersenverschuiving, van denkcentrum in de linker hersenhelft tot visuele cortex. Onder invloed van grote porties visueel geweld (film, videogames) zijn er nu generaties mensen wiens hersenen een overgroeide visuele cortex hebben en die kunnen zich alleen nog 'concentreren' als er sprake is van een snelle opvolging van gewelddadige, sensationele beelden.  In de volksmond noemt men dat ook wel 'ADHD' maar dat is helemaal geen ziekte, het is een globale hersenverschuiving.  Deze 'nieuwe hersenen' hebben ook een nieuw soort literatuur: een literatuur die niet langer rond observaties of gedachtes is gebouwd, maar rondom sensationeel met je camera het boek doorzwaaien, veel geweld, kitsch, en andere onzin.

Kunnen we dat proces omdraaien? Ja, de hersenen vallen te trainen. We moeten terug naar het Bildungsideaal, we moeten onze kinderen leren hun denkcentrum te ontwikkelen. Weg met televisie, mobiele telefoon, videogames – terug naar nijverheid, meditatie en boek. Dat is een retro beweging, natuurlijk, maar er is geen andere keuze: doorgaan op deze weg zal funest uitpakken: er zal een compleet visueel gestuurde mens ontstaan die volledig niet in staat is zelf te redeneren. Waarom denk je dat de laatste 10 jaar plots het martelen weer terug van weg is geweest? Martelen onder dokterstoezicht, nota bene? Deze schepselen hebben geen flauw benul van enige zelfreflectie en papagaaien slechts het verhaal van hun stam. Om daar vanaf te komen zullen we de onderste steen boven moeten halen, de maatschappij anders inrichten, een open source cultuur creëren in plaats van een tribale – teveel om op te noemen bijna. En dan komen we misschien weer op een punt dat zelfontwikkeling de norm gaat worden, en dat we van die huidige antiheldencultuur weten afkomen vol graaiers en druifhappers.

Of dat ook gaat gebeuren, waarschijnlijk niet, maar ik vind dat we het jonge mensen schuldig zijn om er allemaal volledig de schouders onder te zetten.  Literatuur is in dit plaatje maar een bijzaak, maar ook die zal beter worden zodra we de Homo V-Cortex hebben weten terugdringen naar Las Vegas of een ander dolgedraaid kermisterrein.