SLA|Avier

Stichting Literaire Activiteiten Avier

Gedichten van de week 25 |2017


Runa Svetlikova (1982) debuteerde in 2014 met Deze zachte witte kamer (Uitgeverij Marmer) en won meteen de Herman De Coninck debuutprijs (2015), de Jo Peters poëzieprijs (2016) en de internationale Bridges of Struga debuutprijs (2016). Ze publiceerde in 2017 de bibliofiele bundel Twaalf tips om de hond en je demonen aan de lijn te houden en schrijft nu aan wat misschien een vierluik wordt, werktitel Pleidooi voor zwaartekracht. Meer over haar en haar werk vind je op svetlikova.be.


Waarin wij tergend traag verdrinken

De stier heeft een ziel waarin ik eindeloos traag verdrink, zoals 
toen ik in het zwembad viel omdat mijn voetjes in het water wilden
dichter dichtst er in en ik, net onder, spartelende handen en de lucht 
kon zien het laddertje dode beesten die bij de treden dreven 


ik vroeg me af wat ze daar deden. Of toen ik met een vader 
en een moeder in de blauwste baai op het mooiste eiland zwom 
de stroming ons aan stukken rukte ik natuurlijk zonder zwemband om 
of toen ik, ouder, domweg van de rotsen sprong mijn rug het water 
raakte als beton en ik sinds het begin der tijden zonk een leven lang 
de bodem zag het groen van zee en boven mij rollende golven 
ik wist alleen nog dat ik iets vergeten was zwemmen dus 

dat ik dat kon. Ik lig in bad, mijn linkerborst een kloppend 
eiland en ik weet ik moet het water uit: een licht gevoel 
van eindigheid, wat spijt.

(Uit: Pleidooi voor zwaartekracht III) 




Gedichten van de week 24 |2017


Nicolette Leenstra woont en werkt in Assen. Dit najaar verschijnt bij uitgeverij Passage haar bundel De reis van de zeevaarder. Hier alvast een voorpublicatie:

Leeuwman  

Van wrakhout heb ik    gammel
heenkomen in tijd gebouwd
ik   gestrand     teer      kieren
Slaap op zeewier, werp   vislijn uit  
dorst naar zoet water
 
Op kliffen zie ik de leeuwman
komen en gaan, hij leert mij 
jutten   nieuwe taal
wij wisselen eenvoudig woorden
wie ben je     waar kom jij 
vandaan, ik ben thuis in zwerven
 
Hij maakt licht met verwaaide manen
brengt brood, kleedt en versiert
mijn lijf met schelpen, komt
met whiskey, kreeft en inktvis aan 
betekent en beschrijft
als huid glijdt over huid
 
Hij repareert de zinnen    stuk 
gesprongen bij de schipbreuk
Wij lachen  rijgen  ons aaneen
kom jij hier   wie wint er
bij het kietelspel met meeuwen
veren, jij verdient mijn hoogste 
laatste woord en ja als je me kust
 
ik opga in zijn handen
ik wegdrijf in zijn armen
ik thuiskom in zijn leeuwenhart




Gedichten van de week 23 |2017


Willem Tjebbe Oostenbrink (1963) schrijft en draagt voor in het West- Gronings (Westerkwartiers) en het Nederlands. In 2013 debuteerde hij met de bundel Opdreugde Troanen. Dit najaar komt zijn tweede bundel Zolt en Stof uit. Hij ontving in Duitsland de Borslaprijs 2014 en won onlangs de Johann Friedrich Dirksprijs 2017 voor nieuwe Nedersaksische literatuur. Dames en heren, deze week presenteren wij u met trots: een geboren en getogen Grunneger!

Stroom 

Jij en ik, we kunnen niet zonder zee.
Beiden hebben we de zon nodig, maar
de één houdt van de wind 
de ander gedijt in de luwte.

Je bent eerder gekomen
zult ook weer gaan
en ik kan niet wegblijven.

Zand stuift, kan niet aarden.
Slik is geboren voor wortel schieten. 




Gedichten van de week 20 |2017


Michelle Brouwer (1991) studeerde vorig jaar af aan Creative Writing, de schrijfopleiding van kunstacademie ArtEZ in Arnhem. Ze publiceerde in diverse tijdschriften en in 2012 won ze met haar verhaal 'Madeliefje', de Lowlands schrijfwedstrijd. Ook behaalde ze in 2011 en 2016 de top 100 van de Turing gedichtenwedstrijd. Momenteel werkt ze aan haar debuutbundel, waaruit wij het eerste (onderstaande) gedicht mochten publiceren. Beste uitgevers, een rol is hier voor u weggelegd, wees alert! Deze getalenteerde jongedame zoekt namelijk nog een uitgever. Dames en heren, passanten en uitgevers; hier is Michelle Brouwer!


te lijf

in een mislukte poging me sierlijk uit te kleden
val ik plotseling mijn eigen lichaam binnen

een stem zegt dat ik plaats mag nemen
overal spiegels maar ik ben nergens te bekennen
laat staan dat ik snap hoe ik moet zitten

de stem vraagt: wanneer heb je voor het laatst 
iemand voor het eerst gezien, of aangeraakt?

de ruimte waarin ik me begeef beweegt
de spiegels laten los, kletteren in scherven
geen tijd voor vage levensvragen

de stem bromt en ik kan haar niet verstaan
ze komt uit teveel richtingen op me af

achter de spiegels schuilt afzichtelijk weefsel
met herkenbare lijnen – verschrompeld

               kleverig verdikt, afgebroken, gedicht

er sluipt mist door de ruimte en vanuit mijn borst
praat de stem akelig luid mijn gedachten na

ik vlucht mijn huid uit en heb dit nog nooit gezien
een mens dat me bekend voorkomt en onhandig
met kleding om haar ledematen gewikkeld staat


en me raakt door haar verwoede poging
met hoogste moeilijkheidsgraad een vonk te maken




Gedichten van de week 19 |2017


Myron Hamming (1994) is trainer bij i-Skate en bewegingsgoog bij ZINN (thuis)zorg. Hij publiceerde (nog) niet eerder. Sinds een jaar treedt hij echter regelmatig op en dat heeft effect. Wij kwamen hem op het spoor via posters en dichter Richard Nobbe. Dames en heren, deze week presenteren wij u met trots: Talent in de dop Myron Hamming!

Stel je dit eens voor. Een vrouw. En een man. Samen. Zij werkt 40 uur in de week en hij net ietsje meer dan dat. Leeftijden komen in de buurt van het aantal uren die ze week in, week uit, doormaken in volgepropte kantoorruimtes. Ze wonen in een vrijstaand, met alles erop en eraan, met meer dan genoeg ruimte voor de luxe vierwielers en hebben een fantastisch uitzicht over het water. Hier zouden ze iedere ochtend samen van moeten genieten. Maar boven alles, zijn ze in het bezit van een huwelijk waar het een en ander over te zeggen valt, vindt zij. 

Het is maandagmorgen... 7 uur en de twee worden gewekt door één wekker. Door haar met één klap uitgeslagen, dekbed van het nog warme lichaam en ze keert hem snel de rug toe, schaars gekleed zijn blijft spannend, met name op dit tijdstip. Haar voeten worden langzaam maar zeker warm op haar weg naar koffie. Ze drinkt deze zwart op moeizame dagen, steeds weer vers gezet, maar door hem koud achter gelaten. Broodjes worden ook vers afgebakken, maar door hem hard achtergelaten. Nee, er is geen samen aan de ontbijttafel. 

Geen 'fijne dag schat ik zie je vanavond aan tafel'. Maar alleen de doffe klap van het dichtslaan van voordeur, waarvan zijn denkt, maar niet zegt 'moet dat nou zo hard? Ze gooit het laatste beetje van haar donkere drankje achter in haar keel, grijpt het oortje stevig vast met de vuist die door de jaren heen meer dan dagelijks gebald is en zet de mok met licht onderdrukte frustratie neer, de tafel werd vanochtend niet opgeruimd. 

Dit is 6 uur 's avonds, hun dag voorbij en met een kant en klare avondmaaltijd op schoot. Op de bank voor de TV, geen interesse, geen aanraking, geen daden die zij beide op het altaar hebben beloofd. Er is stilte tijdens het avondeten. De dagen samen doornemen is iets van de maanden na de huwelijksreis. Ergens ver weg van hun nieuwe eettafel die grenst aan hun gloednieuwe designkeuken. Zo'n strakke witte weet je wel, voorzien van alle gemakken. 

Dus nee, er is geen sprake van samen de afwas doen. Nee, dit is iets van jaren terug, in die zogenaamd ongelukkige tijden door minder gelden, maar nog steeds, samen. Het nieuwe samen inmiddels geherdefinieerd door hun nieuwe leven. Het is anders nu. Want zelfs in de ochtend hun liefde bedrijven met de nog dichte gordijnen komt niet meer op in één van beide. Deze mooie, pure, warme onder de dekens afspelende momenten hebben plaats moeten maken voor zekerheid. En carrière, en geld. Ze hebben zo veel van alles, maar zijn nog lang niet tevreden, laat staan gelukkig. 

Dit is, dicht tegen middernacht, nog 1 rondje door het huis. Haar blote voeten op de trap naar beneden, langs de muur bedekt met perfecte familiefoto's. Ze ziet ongeopende brieven op de eettafel zonder stoelen aangeschoven. Paars gekleurde wijnglazen in de gootsteen, maar ze kan niet herinneren dat ze wijn heeft gedronken. De vrouw loopt inmiddels rond in eigen huis alsof ze op bezoek. Niets voelt van haar terwijl ze het zelf gekocht heeft. Dit is niet mijn thuis! Dacht de vrouw luidkeels. Ik herken de muren, het licht in de keuken, de kamer, ik zal niet tegen je liegen. Hier woonde ik, maar geloof me alsjeblieft wanneer ik zeg, dit is nooit mijn thuis geweest. 

Dit is, de laatste ochtend. Ze wordt wakker met zo veel onrust in haar hoofd en lichaam dat haar dagen beginnen met druk op de borst. Een benauwend gevoel van verdrongen onuitgesproken behoeftes, hangend aan haar man, ze wil zo graag dat hij eens naar haar kijkt, en staart en voor de eerste keer in jaren zijn vrouw ziet. Zij kijkt wel naar hem, maar ze weet dat hij nooit eens...

Dit is, de laatste ochtend. Ze wordt wakker met zo veel onrust in haar hoofd en lichaam dat haar dagen beginnen met druk op de borst. Een benauwend gevoel van verdrongen onuitgesproken behoeftes, hangend aan haar man, ze wil zo graag dat hij eens naar haar kijkt, en staart en voor de eerste keer in jaren zijn vrouw ziet. Zij kijkt wel naar hem, maar ze weet dat hij nooit eens...

Het knaagt aan haar, het knaagt aan haar bij het wakker worden. Zo erg, ze durft niet eens meer naar links te kijken om te zien hoe hij wakker wordt. Thuis in de ochtend, middag, avond, het zou nooit zo spannend mogen zijn om bij je man in bed te liggen, denkt ze, toch? Twijfelt ze. 

Dit speelde allemaal in haar hoofd toen ze in bed lag, vlak voor ze in slaap viel, wetende dat hij net iets verder van haar vandaan ligt dan ze eigenlijk zou willen, maar nooit zal zeggen. Er gebeurde iets naast hem, maar hij, hij had niets door. Vier licht geslapen uurtjes later , dronk zij haar koffie wederom zwart en hij vergat te ontbijten. Hij was ook net iets eerder de deur uit dan hij normaal was. En zij, bleef net iets langer zitten. Het scheelde niet veel, of ze kwam te laat op werk. 



Gedichten van de week 18 |2017


Mauricio Plat (1995) schrijft al van jongs af aan verhalen. Op zijn vijftiende verloor hij zijn hart aan de poëzie. Dit had als gevolg dat hij in 2014 met de gedichtenbundel 'niet alles is goud' debuteerde. Inmiddels heeft Mauricio de overstap gemaakt naar spoken word en treedt hij regelmatig op. Wij vroegen dit jonge talent om een gedicht over vrouwen te schrijven. Dit resulteerde in een heuse ode. Dames en heren: Voetbalscheidsrechter en –schrijftalent: Mauricio Plat!

Ode aan haar!


Ik schrijf vandaag nog even een ode aan haar. De langspeelplaat speelt trage gospelachtige deuntjes af, galmend in een kamer waarin alle sfeer ontbreekt en ik met mijn handen de typemachine ritmisch bewerk, stop zo nu en dan om het gerafelde papier met grof geweld eruit te trekken en neer te smijten op de berg, waar ik mijn hoop van de vorige versies op had gebaseerd. Ik inhaleer zwaar en druk mijn sigaret tergend langzaam uit in een kapotte koffiemok waarin de koffiedik een groen laagje begint te ontwikkelen. Ik, verlangend naar een versie van mij die verloren is in het vuur van het verleden. Ik weiger het om het op te geven. Ik wrijf de slaap uit mijn ogen. Klaas Vaak is mij waarschijnlijk vergeten. Ik heb geen besef van dag of nacht, de vraag hoe lang ik hier al zit komt niet in mij op. Mijn ingevallen jukbeenderen verraden genoeg wanneer ik vluchtig een blik werp in de gescheurde spiegel. Mijn drie daags baardje ziet er verwaarloosd uit, morgen of die morgen daarna ga ik er iets aan doen beloof ik mijzelf stilletjes, eerst moest dit. Was het nou een droom dat ik jou gisteren in mijn armen sloot? Je rook hetzelfde als toen, de geur van jouw aroma prikt nog na in mijn neus, je haren liggen nog zo sierlijk op mijn bank als bij jou eerste binnenkomst. In mijn huis wordt het donker geflankeerd met een flikkerend bureaulampje. Ik breng nieuw papier in, controleer de inkt en zet mijzelf opnieuw aan tot ritmische vingerslagen. 

Lieve jij, ik hoop als jij dit leest dat jij mij begrijpt. Lieve jij, ik voel nog steeds de pijn van jouw gemis. Jij bent de reden dat ik schreef. Ik volgde de lijnen en de vormen, bouwde een tempel voor je waarin ik je aanbid en bewonder. Jouw schoonheid is simpel maar prachtig tegelijkertijd. Sterren zijn bij lange na niet zo prachtig als de verschijning van jouw persoonlijkheid. Jij geeft schoonheid een nieuwe dimensie. Lieve jij, ik hoop dat wanneer jij luistert jij mij hoort in de lente druppels die vallen op de dakpannen. Dat jij mij ruikt in het net gemaaide gras van een zomeravond, dat jij mij voelt in de wind van de herfst terwijl jouw haar heen en weer wiegt. Dat jij mij ontdekt tussen de verschillende soorten sneeuwvlokken van de winter. Met heel mijn hart wil ik mij aan jou toewijden. Ik wil jouw veilige burcht zijn tijdens stormachtige dagen. Jouw Romeo en superman tegelijkertijd.


Daar ga ik opnieuw in de fout. Ik als simpele man zou dit nooit onder woorden kunnen brengen als onze aangezichten met elkaar zouden kruisen. Toch knaagt het diep van binnen, chaos in mijn brein. Want het is geweest, mijn kansen laten varen, ik vecht te laat voor iets wat ik lief heb, het lijkt zo simpel maar ik mis iets. Alles gaat door een maalmolen, wordt gedreven door onwetendheid. Teken het nog even voorzichtig uit, hoe ik jou herinner. Ik verroer mij niet en breng het beeld voor ogen. Jouw lach maakte alle winterse dagen dragelijk en ik weet genoeg. Pak een nieuw papiertje en steek een nieuwe sigaret aan. Vandaag schrijf ik een ode aan haar.



Gedichten van de week 17 |2017


Eli Valk (1996) is schrijver en student. Momenteel werkt hij aan zijn debuutbundel, die in september zal verschijnen. Naast het schrijven wordt een groot deel van zijn leven in beslag genomen door de Rijksuniversiteit te Groningen, waar hij filosofie studeert. Wij vroegen Eli een gedicht te schrijven over vrouwen, dat gepubliceerd zal worden in het Lentenummer van Avier. Dames en heren: Eli Valk!


Ma

Er is een moeder
met een zoontje.
En haar kind, 
die mist zijn papa zo.
Maar de papa is verdwenen,
Dus nu zijn ze met z'n tweeën
en de moeder is alleen.

Wat moet een vrouw
als er geen man is?
Geen vader die beschermt?
Als er niemand met een groter plan is,
geen kapitein die daar aan werkt?

Er is een moeder
met een zoontje.


En wie is voor hem het beeld,
om zich te meten?
hoe kan dat kind van man-zijn weten?
Wat als die ene wond niet heelt?

De papa is verdwenen. 

Gelukkig geeft een moeder liefde.
En liefde maakt een huis al af.
Want vrouwen kunnen warmte geven,
en door warmte 
kunnen mensen leven.

Maar laat een vrouw
niet zomaar achter,
laat een kind nooit in de steek
Want ook al lijkt een vrouw soms 
best wel krachtig,

soms is mijn moeder toch verdomd alleen.




Gedichten van de week 16 |2017


Edward Hoornaert (1981) heeft een grote voorliefde voor taal. Behalve leerkracht en schrijver, is hij ook redactielid en oprichter van ‘een twee powezie’, een uit de hand gelopen poëzieproject dat het puntdicht nieuw leven wil inblazen. 
Eerder publiceerde hij in verschillende literaire tijdschriften waaronder Meander, Met Andere Zinnen en Plebs. In 2016 verscheen bovendien zijn debuutbundel 'Wij vreemden’ bij uitgeverij Kleinood & Grootzeer! Wat ons betreft een bundel die niet in uw boekenkast mag ontbreken. Dames en heren, deze week presenteren wij u duizendpoot: Edward Hoornaert!


Vluchtroute

tot het kind de ogen sluit
en voor zichzelf niet meer te vinden is
de laatste moedernoot is weggestorven in zijn hoofd

zij nu de grens tot waar gekomen
zij nu op wacht

in niemandsland. wat zij ontwaart glijdt weg
vanaf de rand het bos in dat de jager ijlings
voor zijn vlucht heeft uitgespreid

zij kent het kwetsbaar zilver van de bomen
het scherp geluid van ondoordringbaar struikgewas
het weigeren van prooi tot overgeven

in het schot herhaalt zich onverwacht
de vraag waar zij gebleven is




Gedichten van de week 15 |2017

Andrea Voigt (1968) is dichter, schrijver, poëzieredacteur en vertaler. In 2014 verscheen de dichtbundel Plankvrouw bij uitgeverij Voetnoot te Antwerpen. Eerder verschenen van haar de dichtbundels 'De tempel van Saturnus' en 'Serveer de makrelen'. Wij vroegen haar om een gedicht voor het Lentenummer van Avier te schrijven. Zij vertrouwde ons toe dat zij zich momenteel bezighoudt met allerlei Eskimo-woorden voor sneeuw. Dit wakkerde onze nieuwsgierigheid aan! Dames en heren; wij presenteren u deze week een dichteres met een indrukwekkend Curriculum Vitae; Andrea Voigt!


qanisqineq
[sneeuw die op het water drijft]

hoe zacht kun je zinken
onmerkbaar bewegen
dat niemand kan zien hoe je afdaalt

hoe stil kun je ondergaan
verzadigd, onhoorbaar
hoe langzaam dat kan

hoe ver kun je vallen
tot je niet neerkomt
de bodem niet naderend

hoe trek je je voeten
zo lang in als het gaat
hoe val je niet
hoe houd je hoog
wat boven moet blijven 

en drijven, en drijven




Gedichten van de week 14 |2017


Hester van Beers (1995) is schrijver en dichter. In 2016 was zij al eens gedicht van de week bij Sla|Avier. Sindsdien heeft zij niet stilgezeten! Zo won ze een van de voorrondes van de Meander dichtersprijs en debuteerde ze op 11 maart 2017 met de bundel 'Het einde van de roltrap'.Wij vroegen deze getalenteerde jongedame om een gedicht over vrouwen te schrijven voor het Lentenummer van Avier, dat (jaja, nu weten we het wel) op 14 mei gepresenteerd zal worden in Groningen. Dames en heren wij presenteren u deze week met veel tamtam: Hester van Beers!


orchideeën 

het trekken van haar lippen, vingers, knieën 
als het voorzichtig schuifelen naar ouder water,
verschuivingen in haar kleine universum.

op haar lichaam tekenen zich 
nieuwe golven af, steeds lichter

is de blik vanaf het balkon
die als een uitgeworpen hengel
op de haven rust.

haar schouders herinneren zich 
de lange haren van een meisje.

ze trekt ze op met ogen dicht,
laat de bries even
met haar mondhoeken spelen.

de muren rukken
rondom op. de tijd trekt
de orchideeën krom.

de dagen passen door de gaten in de gootsteen.



Gedichten van de week 13 |2017


Willem van Zadelhoff (1958) is schrijver en dichter. In 1982 studeerde hij af aan de docentenopleiding van de Arnhemse Toneelschool. Hij schreef diverse romans en voor zijn poëziebundel 'Tijd en landen' werd hem de Herman de Coninckprijs 2009 voor het beste debuut toegekend. Via zijn LinkedIn profiel (ja, wij snuffelen schaamteloos rond) vernamen we dat hij tegenwoordig docent proza aan de Schrijvers Academie te Antwerpen is. 
Het onderstaande gedicht zal tevens in het Lentenummer verschijnen, dat op 14 mei gepresenteerd zal worden bij Boekhandel Van der Velde te Groningen. Dames en heren, deze week presenteren wij u een veelzijdige schrijver: Willem van Zadelhoff!

DE MEISJES UIT DE DIAMANTSTRAAT

de meisjes uit de Diamantstraat zijn vaak gemeen 
het zijn vreemde meisje soms zie je ze dagelijks 
soms zie je er geen of ze weten even niet wie je bent
maar ik houd van de meisjes en vind dat niet erg

de meisjes uit de Diamantstraat zijn mooi
ze hebben allemaal dezelfde naam
een naam die je graag uitspreekt 
een weldadige naam zou je kunnen zeggen

de meisjes uit de Diamantstraat zijn rare meisjes
soms kom ik thuis en ligt er een in mijn bed
het zijn prima kacheltjes de meisjes uit de Diamantstraat
maar halverwege de nacht zijn ze meestal al weer weg
je kunt niet echt van ze op aan ze zijn trouweloos

de meisjes uit de Diamantstraat zijn ingewikkelde meisjes
ik begrijp niet zo veel van ze je kunt ze ook niet begrijpen
want ze hebben steeds een ander gezicht 
je zou bijna gaan denken dat er heel veel meisjes 

in de Diamantstraat wonen maar dat is niet waar



Gedichten van de week 12 |2017


Arthur Lava (1955) is het pseudoniem van Howard Krol. Hij behoorde tot een van de initiatiefnemers van de spraakmakende dichtersbeweging De Maximalen. Hij publiceerde verschillende dichtbundels en is onder zijn eigen naam initiatiefnemer van het onconventionele, jaarlijkse poëzie- evenement North Sea Poetry. We vroegen Arthur Lava om een gedicht over vrouwen te schrijven voor het Lentenummer van Avier, dat gepresenteerd zal worden op zondag 14 mei. Wij lieten ons door hem gaarne meevoeren naar de kroeg. Dames en heren: Arthur Lava!

IK GING MET DE VRIJHEID NAAR DE KROEG

Ik ging op een avond met de vrijheid naar de kroeg.
Ze zag er betoverend uit, met haar laag uitgesneden
onbevangenheid, de lippen geplooid voor verzoening
en haar huid zo fris als de Franse revolutie.

De kroeg zat vol mannen. Ze zagen de vrijheid graag
komen en waren het over één ding eens: de vrijheid,
die mocht er wezen. Zelfs de allergrootste innemers
van foute idealen moesten het gewoon bekennen:
je vindt geen reden om niet van de vrijheid te houden.

Het werd een lange avond. Met natuurlijk de vrijheid
als stralend middelpunt. Iedereen wilde wel even
met haar praten. En dat wilde de vrijheid zelf ook.
Zij is een overtuigde allemansvriendin, een soort
van eerlijk delen. Je hebt haar nooit voor jezelf alleen.

Toen de laatste ronde volledig was weggeklokt
en de kroegbaas vermoeid een natte dweil over
de werkelijkheid haalde, vroegen de mannen
zich af: wie brengt nu de vrijheid veilig thuis?
Ook in bredere zin was dat best een goede vraag.



Gedichten van de week 11 |2017

Peter van Synghel (1978 – 2015) was postbode, dichter en schrijver. Naast zijn werk bleek hij een geboren pionier. Zo hield hij zich onder andere bezig met het toegankelijk maken van de betere literatuur voor sociaal achtergestelde groepen.

Op 37-jarige leeftijd overleed hij aan de gevolgen van een hersenbloeding. Hij liet veel ongepubliceerd werk achter. Dankzij zijn vader is zijn werk niet verloren gegaan, het kreeg via verschillende wegen godzijdank een nieuwe bestemming. Dames en heren, deze week presenteren wij u vol trots: Peter van Synghel!


De olm 

Het is nu elke dag vroeg donker 
de cola uit het blikje smaakt mij goed 
uiteindelijk schijnt de zon elke dag 
zonder ergens rekening mee te houden 
speelt leeftijd geen rol, ben je jong 
dan heb je meer jaren, ben je oud 
dan heb je meer cola 

je kan zeggen dat de bakstenen schoorsteen 
die bewaard bleef omdat ze bleef rechtstaan 
in de weg stond van het nieuwbouwcomplex 

al die lieve meisjes in de fabriek 
kunnen we niet krijgen 
want ik werk daar interim 
en zij doen dat ook 
ik ben een jaar ouder 
maar verder dezelfde leeftijd 
en ze willen allemaal dat ik hen streel 
in het toilet, waar ze 
vast en zeker oud zullen worden 
om helemaal daar, aan hun tafel, dood te gaan 
terwijl ik alweer ergens anders zit 

nee, ik laat me niet gaan



Gedichten van de week 10 |2017

Marjon Zomer, ooit mederedacteur van Avier, liet zich inspireren door een kwaal van haar oud collega….

dat de zon opgaat zeggen we
we houden van ogen op de lijn 
het is een invalshoek natuurlijk

en omdat hedendaagse poëzie rare wendingen vereist
dieren/kleuren/opsommingen/wonderlijke weetjes
oesters hebben een drie-kamer hart
facebook vertaalt hear hear als hoor eens
hernia diafragmatica klinkt poëtischer dan het is
verder ben ik ook niet zo’n paardenmeisje
zwart
strofe twee zin acht

we draaien erom heen
we maken woorden vuil
wat als er geen woorden meer zijn 

we zouden beter moeten weten 
dan te denken dat de zon iets doet

Marjon Zomer



Gedichten van de week 9 |2017

Onder redactie van Jana Beranová verschijnt zeer binnenkort het fraaie, doch verlate herfstnummer van Avier. Hieronder een vers van haar hand.

Berlijn 2016
 
Ik wilde met je dansen, je hand vasthouden, 
wilde dat we ons verborgen voelen, maar 
de kerst kwam met omver gereden bomen, 
 
omgevallen stallen. Ik heb jouw wensen 
begraven in de takken, mijn wensen als een 
allerlaatste pil onder mijn tong gelegd voor 
 
mochten ze me komen halen om me het hoofd 
af te hakken. Het was reddeloos, dat mateloze, 
achteloze doden. Maar ik ben niet bang, 
 
al vallen ze mijn intiemste binnen aan. De taal 
die ik praat is niet de taal van haat. Ik ben een
reiger in het midden van een opgebroken straat.


Gedichten van de week 8 |2017

In Dromenland leest u hoe Sonn Franken ontwaakt… 

Dromenland

Je ooglid trilt, boeit, verleidt
als zachte klanken ademen
en dromen dansen door de nacht
gezongen woorden in omhelzing 
met jouw schoonheid.

Hoe elegant je frêle vormen
die zich opdringen in mijn geest
terwijl je mijn hoop kust
mij de adem beneemt, om dan
te verdwijnen als het eerste zonlicht
op mijn venster klopt



Gedichten van de week 7 |2017

Ninah Tiemersma (1997), werkt momenteel aan haar eerste dichtbundel. Naast het schrijven van poëzie en proza, studeert ze Griekse en Latijnse taal en cultuur aan de Rijksuniversiteit te Groningen. Een mond vol! Toen we haar vroegen naar haar lievelingsgerecht, noemde ze dat we haar 's nachts wakker zouden kunnen maken voor, – hoe kan het ook anders -, het Griekse gerecht Spanakopita. Dames en heren, deze week presenteren wij u: Ninah Tiemersma!

Verlosser

Gandhi ben ik niet
en aan Socrates kan ik niet tippen
geen afgestudeerd psycholoog
ligt hier nu naast je in je bed
noch een leraar wijsbegeerte
ik heb geen mooie zinnen
waarmee ik al je pijnen zal genezen
en geen zalfjes, zelfs geen pil
die ik je kan aanbieden
vanuit mijn sterk geloof in Seneca

maar gek maken kan ik je wel
met mijn lichaam of met woorden
en met zinnen die ontsporen
kant noch wal lijken te raken

je spoken wil ik best verjagen
door met vuur dat walmt als wierook
een vlammetje door je kamer te zwieren
maar je redder ben ik niet
je grote liefde ligt daarbuiten

nu waarschijnlijk met een ander lief te liggen
ik ben nu heel even jouw verlosser
noem me hoe je me wilt noemen
beslissen voor je doe ik niet



Gedichten van de week 6 |2017

Richard Nobbe (1993), staat in Groningen en omstreken ook wel bekend als 'de Lange jongen'. Behalve erg lang, is hij vooral een bezige bij. Naast zijn studie wijsbegeerte aan de Rijksuniversiteit te Groningen, schrijft hij proza en poëzie. Vorig zomer toerde hij nog rond met negen andere dichters in de knalrode Poëziebus. Daarnaast is hij lid van de Dichtclub in Groningen en heeft hij een maandelijks podium in het Oude RKZ. Dames en heren: Richard Nobbe!

Matglas

Je stelt haar uit. 

Je wacht tot
haar bestaan
wat minder waar is,
tot

haar stiltes
geen zwijgend gebrek meer zijn,
maar een groener
gras op jouw
gazon.

Je telt de tellen
- nee de klokken -
af tot
ze je woorden
niet meer lezen hoeft

tot je je 
grafkist zelf
al geschuurd
en getimmerd hebt
van eigen gehakt
eikenhout.

Tot je praktisch wil
gaan doen
met oog op hoe
je haar handen vasthoudt.

Je wilt haar omlijsten,
bergen achter matglas
waar de wind geen vat meer op haar heeft.

Haar omhelzen
met karton op een zolder,

haar stilaan
laten stof verzamelen,
haar betekenen
met zwarte viltstift.

Haar jaren later



Gedichten van de week 5 |2017

Jonas Beckers (1991) is schrijver, muzikant en dichter. Momenteel studeert hij Taal- en Letterkunde aan de universiteit van Antwerpen. In zijn vrije tijd zingt en speelt hij gitaar in de rockband Midnight Scandals. Benieuwd naar de band?

Check: https://soundcloud.com/midnightscandals 
Gedichten van Jonas werden eerder gepubliceerd in: Het Gezeefde Gedicht, Kluger Hans, Ochtendlicht, Art04, op de website van Young Poets en nu ook op Avier!

Alpha pictoris

1.

ik heb de tijd ingekleurd.

groen stamt uit mijn jonge jaren,
kleurt dagen van niet weten.

rood wiegt mijn eerste kind,
brengt ongekende warmte in huis.

geel wuift het uit,
ontvangt sleutels van de opslagplaats.

ik scheur dagen nu langzamer af.


2.

ik ben een begraafplaats zonder doden.
dieper wegzakkend in mijn levenslange zetel

verga ik tussen zin en ledig.
of ik nog een vraag heb?

geen die een antwoord behoeft,
de tijd heeft mij ingekleurd.

vandaag leg ik de laatste laag,
schilder hem zwart.

de ondergrond voor het wit van morgen.




Gedichten van de week 4 |2017

Paul Borggreve (1973) is schrijver en dichter. Naast het schrijven heeft hij een grote voorliefde voor de knipkunst; onder het pseudoniem Marius de Schaar knipt hij alledaagse afbeeldingen uit papier, zoals broccoli en vissenkommen. Nieuwsgierig? Neus dan vooral eens rond op: http://mariusdeschaar.exto.nl/

Hemelvaart in Leens 

De kerkdiensten hingen verkleurd aan het bord 
bij de toren; alles was gesloten, 
het leven uit de straten ontschoten 
of niemand ooit stierf of geboren wordt.

Zelfs het kerkhof leeg op twee graven na 
in het kort gemaaide gras achtergebleven 
door de slapende huizen omgeven 
met tuinen waar schoffel, hark en spa

de zaterdag regeren. De lucht was grijs, 
de enkele mussen die er nog wel waren 
leken hun keel tot warmer weer te sparen; 
voor het bestaan is geen enkel bewijs.

Toch klonk zo nu en dan het stemgeluid 
van een blikken wagen tegen de stenen 
die wat van de stille rust wilde lenen 
over de Valge en dan het dorp uit.




Gedichten van de week 3|2017

Jante Wortel (1996) schrijft poëzie en proza. In 2015 werd ze uitgeroepen tot winnaar van de Kunstbende taal. Tevens won ze in 2016 de voorronde van Write Now! te Groningen. Het liefst houdt ze zich in haar werk bezig met thema's rondom ongemak.


Konijn

we wonen in een huis met inbouwkasten
drie badkamers en een kookeiland waar we nooit gekookt hebben
er zijn kamers waar we soms een radio horen
we wachten op iemand die zijn oor tegen de muur drukt en de volgende ochtend 
vinden we een konijn in de tuin, bevroren

we leggen het lichaam met zijn neus in het gras
ik doorzoek zijn hals, jij zijn buik en poten
net zolang tot we weten dat niet voor alles dat stopt 
(of gestopt wordt) een oorzaak bestaat

we zitten voor een haardvuur van twaalf uur aan nepvlammen
het konijn ligt op mijn schoot, zijn poten in de lucht

ik zie iets op en neer bewegen dat voor altijd stil ligt
die nacht horen we geen van beiden een radio