SLA|Avier

Stichting Literaire Activiteiten Avier

Gedichten van de week 52|2016 en week 1|2017

Een gedicht om iets langer bij stil te staan: Jean Pierre Rawie! 
   
ZO’N DAG

Aan wie ik ook maar dacht vandaag was dood,
terwijl de landerijen en de steden
gestaag langs het beslagen treinraam gleden
en het om beurten miezerde en goot.


Al menig lief is langer overleden
dan dat ze mij verdriet of vreugde bood.
Ik reis alleen en mis mijn reisgenoot,
met wie ik elke windstreek heb doorsneden.


Zo’n dag. Ik deed het niet met opzet, maar
ik zag zelfs het gezicht van vaag bekenden,
wier naam mij bij hun leven reeds ontschoot.


Ik zag mijn vader in elk handgebaar.
Het regende. Waar ik mij keerde of wendde,
aan wie ik ook maar dacht vandaag was dood.




Gedichten van de week 50|2016

Door (ernstige) ziekte binnen de redactie verschenen de afgelopen drie weken geen gedichten op de site van SLA | Avier. De fraaie serie ‘dichters aan het graf, eenzame uitvaarten uit de Maasstad, onder redactie van Jana Beranová werd daarmee wreed onderbroken. Deze week de laatste drie  uit de serie. Hier zijn voor u: Menno van der Beek, Ester Naomi Perquin en Hester Knibbe. 


In Memoriam

Jozef Gordijn wilde zijn lichaam geven
ten bate van de wetenschap. Dat is geweigerd:
de alledaagse wetenschap zal hem niet krijgen
omdat het formulier niet juist is ingeleverd.

Maar, deze afwijzing berust op een vergissing
en doet ook niet ter zake. Want dit is
de enige en algemene kennisgeving
bij het begin van een gedurfd experiment –

U laat het lichaam achter. En ons allemaal
en u neemt alle tijd. Omdat u bezig bent:

u dient de wetenschap. U hebt de stap gezet.
U weet nu hoe het is. En wij weten dat niet.

Wij staan hier maar verdrietig. U weet bijna alles
van wat er ons uiteindelijk te weten valt. 

 
[coda] 

Met deze nieuwe wetenschap laten wij hem 
dan nu alleen. En Dona Eis Requiem.


Menno van der Beek
bij de begrafenis van Jozef Hendrikus Gordijn (79)
op 13 januari 2009



Ik dacht, want ik probeer je maar dichtbij te denken, je naar me 
toe te halen, ergens woorden om te slaan, ik dacht: ik ken 
een mens als jij – het woont al maandenlang in mij 
en is daar niemand, haalt geen adem, kan niet
blijven waar het is. Maar het moet alles, 
alles moet het nog en jij: niet meer. 

Dat telt dus niet. Ik zoek, zoals jij hebt gezocht, hebt afgetast, 
je zakken nog beklopt, misschien al stappen hoorde 
in je straat, je hoofd, steeds dichterbij – 
ik zoek een beeld dat beter past. 

Misschien dan dit: ik ken het verhaal van een vrouw 
die de leren jas van haar man na zijn dood 
in een stoel heeft gezet. Aan tafel.  
Gevuld met oude kranten. Knoopjes dicht. 
De mouwen op het blad gelegd. 

Zo, denk ik tegen alle vragen in, kan ook van jou gehouden zijn. 
Ooit. Dat je bleef waar je niet was. Dat iemand aanschoof, 
koffie dronk, het ochtendnieuws besprak, je schouder 
wilde voelen maar desnoods die jas – 

En, hoop ik, eerder nog. Toen je slechts onderhuids bestond, 
begin dat ooit werd liefgehad, toen je niemand maar
al iets, beweging onder handpalm was. 


Ester Naomi Perquin 
bij de begrafenis van Marcelino Anjo van Oss (57) 
op 24 maart 2014 



Bestaan

Wie wordt geboren weet van leven niets
telt nog geen uren dagen jaren, maar bestaat alleen
uit slaap en schreeuw om moederborst. Wie

opgroeit droomt: ik ben het vorstelijk begin
van iets dat iedereen verbazen zal, ik word
de spil van het heelal en als ik doodga moet
een lange stoet mij treurend uitgeleide doen. Wie

groot is dorst naar al het grootse dat hem nog
ontglipt, een liefde die maar niet, en houdt voor alle
zekerheid het klein vertrouwde bij de hand, is doende
voor de kost, een huis, wat centen op de bank.

U had een moeder, zij wellicht haar fantasie:
mijn enig kind dat zeer geslaagd, vijf dochters
en zes zonen hebben zal, een elftal dat rumoerig
op bezoek morst met mijn frisdrank, koek

mijn goede raad. Maar soms staat iemand op zichzelf
en heeft daaraan genoeg. Wellicht zat het alleenzijn u
behaaglijk als een oude kamerjas, een tweede
huid en trok u die bij voorkeur

rustig met de eerste uit. U kent mij niet en ik
weet van uw leven niets. Had het de saaiheid van
een pasgemaaid gazon waarin geen spriet frivool
het mes ontsprong of was het nu en dan een wilde

bloemenzee? Als afgezant van ieder die nog mee
en moet, sta ik zo vragend bij uw dood, bij u:
een man die bijna anoniem de ogen sloot.


Hester Knibbe
bij de begrafenis van Johannes Jakobus van der Haak (86)
op 26 juni 2009



Gedicht van de week 45|2016

Onder redactie van Jana Beranová het zesde gedicht uit de serie Dichters aan het graf, een eenzame uitvaart door Daniël Dee:


De eindbestemming bereikt 

een laatste adem op de laatste dag van de maand 
een paar dagen later spreekt men van lijkvinding 
en misschien was u ook wel zoek 
voor hen die u lief moesten hebben 
en wie u vast moest houden 

misschien nam u een keer te veel 
een verkeerde afslag wie zal het zeggen 

bij leven is er altijd de keuze tussen maken 
of kapotmaken het klinkt karig en ongetwijfeld 
is het niet eens een keuze soms gaan de dingen 
zoals ze gaan en we zijn wie we zijn 
de rest is slijtage en zo zal de dood ons vinden 

nu zijn we onder elkaar zoals we zijn 
voor een laatste groet de eindbestemming 
bereikt en al is het maar in gedachten 
laten we voor even de wereld 
in bloei zetten en alles weer heel 



Daniël Dee 
bij de begrafenis van H.J. Kluit (70) op 8 juni 2012 




Gedicht van de week 44|2016

Onder redactie van Jana Beranová het vijfde gedicht uit de serie Dichters aan het graf. Een eenzame uitvaart in de Maasstad  door Lans Stroeve.

Bij de teraardebestelling van Willem Pieters

De nacht moet nog komen maar u bent gevonden. 
Nu hoor ik uw naam die ik google en ik zie u duizelend vaak 
en in vele gezichten want uw naam is heel Hollands en u bent 
met z’n velen. 

Zo bent u fronsend donker kort jong somber licht lachend lang 
dik dun bruin met bril maar één van u is oud en dood en dat bent u 
maar ik weet niet wie.

Op verzoek van geweten staan wij hier als vreemden 
voor uw afscheid als iemand 
die ergens een afslag gemist had, bewust heeft verslagen, 
alleen heeft gelegen.

Eerst kwamen uit het zuiden de vinken weer terug, vice versa, 
de stad aan de delta, de haven, de zee, van hoog over de bergen, 
weer heen. Zijdelings keken ze bij u naar binnen, 
floten ze flarden van brieven, een dringend bericht 
op muziek voor de jongen. 

U hoorde niets terwijl u dit voorjaar dood in uw huis lag, 
u op begane grond al een poos de dood had bewoond in onvermogen 
gaten te slaan, verder te vechten, tegen een schaduw, tegen de slaap. 

De aarde staat open, de bestelling was bij uw geboorte 
geplaatst, vooraf betaald, adres bekend en nu dan geleverd.
Op deze dinsdag zakt u zo dadelijk licht in de grond, tenminste 
uw kist, niet de gedachte, slaat er ergens 
een deur met een klap in het slot, het tocht in de gang, 
de post dwarrelt op.
Beste dode, wij groeten u en verder wachten we af. 
Als er een brug is en er staan ons bekenden 
zwaai dan alvast.


Lans Stroeve
bij de begrafenis van Willem Pieters (84) op 21 juni 2013




Gedicht van de week 43|2016

Onder redactie van Jana Beranová, het vierde gedicht uit de serie Dichters aan het graf, een eenzame uitvaart uit de Maasstad door Rien Vroegindeweij

Man van de Balkan 

Milan Stepanovic, ik heb je niet gekend,
we waren buurtgenoten.
De meldkamerpost vermeldde
dat je bent geboren in 1941
ergens in het koninkrijk Joegoslavië
dat in jouw kindertijd een republiek werd
die met geweld verdeeld uiteenviel
waar nu ‘voormalig’ aan wordt toegevoegd.

Milan Stepanovic, ik heb je niet gekend,
we waren buurtgenoten.
Man van de Balkan, op zoek naar werk
bracht de geschiedenis
jou naar de fabrieken van het westen,
naar een stad, een plein, een huis
dat wordt opgemerkt nu het leeg is.

Milan Stepanovic, ik liep over het plein
waar je woonde, dacht te zien wat jij zag
het kruispunt, het sportveld aan de overkant,
de mensen die voorbijgaan, oversteken.
Er stond een matras in het portiek
gereed om het op te nemen
voor wie van het leven wil genezen.


Rien Vroegindeweij
bij de begrafenis van Milan Stepanovic (70)
op 4 juli 2011




Gedicht van de week 42|2016

Onder redactie van Jana Beranová het derde gedicht uit de serie ‘Dichters aan het graf’, een eenzame uitvaart in de maasstad door Peggy Verzett:

(voor u)

Ze zeggen dat u met potlood
Een nieuw schilderij had geschetst
Een luidkeelse horizon, een veeg van een pad

U schildert abstract
Het konijn loopt hier in een paar ronde lijnen
Geeft u hem ogen dan zijn die ook voor de haag

twee stippen, waarom zou een haag niet zien?
Ieder detail is wat het is
Een deel van een groter ding

Abstract zou u dit landschap kunnen noemen
De doden hebben hun ondergrondse, elkaar de hand
Gegeven: er is een aangekaakte lijn van wit gebeente

Een refrein van prille dood en verre dood
Van dood in een mocassin gehesen
De hoge conifeer doet het goed in dit landschap

Hij past bij een van uw potloodlijnen
Die hees op het linnen rijpen
Bij de kleuren in de diepe tube

Al het groen, de blauwe dij van een naaldboom
Het geel van het groen en de prijs van het groen
De wind pakt ze en stoot zijn adem
door uw vreugdebeuk heen


Peggy Verzett
bij de begrafenis van Johannes Leonardus Bassant (78)
op 13 jui 2012




Gedicht van de week 41|2016

Uit de serie Dichters aan het graf:  De dichter des vaderlands: Anne Vegter!


Je woonde tweehoog boven de Sionstraat

Sion, waar lag dat ook alweer, kon je er met 
de metro komen, halte station Gerdesia?

Moest je geloven dat je huis gebouwd was 
op een berg? Jij en je have op de Sionstraat, 

jou maakten ze niks wijs, geen Heilig Lam. 
Je had je eigen Openbaringen op het balkon:

er was een man van licht, dansende engel, 
strand, iets van goud op Curaçao, familie-

foto ingelijst en mag je best een beetje huilen
want iemand zegt zo teer een liefde in de tijd.

Of deze: (weer vanaf balkon) Chico plast
onder acacia’s. Voor huis: jij met de hond, 

jij met een paardenstaart,  jij met je papagaai. 
Had je die eigenlijk op Sion? Zie Het Lam 

gaat voor de hond, daarna de papagaai, dan jij,
bergafwaarts, bergopwaarts, vreemd, vrij.


Anne Vegter
bij de begrafenis van Apolonia Elisabeth Smit (84)
op 11 oktober 2012




Gedicht van de week 40|2016

Dames en heren, het woord is aan Jana Beranová, gastredacteur van het herfstnummer van Avier. Geniet en huiver…


Dichters aan het graf

Sinds mensenheugenis bestaan er rituelen bij belangrijke momenten in ons leven. Denk aan de geboorte, het huwelijk, de dood. Maar wat als iemand in totale eenzaamheid sterft? Dat idee hield dichter Bart FM Droog al begin van deze eeuw bezig. Tijdens zijn stadsdichterschap in Groningen begeleidde hij eenzame doden naar hun graf met een gedicht. Een andere dichter, F. Starik, bracht het idee naar Amsterdam en al ras doken ook in andere steden eenzame uitvaarten op. Ieder mens heeft recht op een waardig afscheid. In Rotterdam heeft Rien Vroegindeweij de ‘Poule des doods’ opgericht, wij zijn met negen dichters. Hieronder een selectie van negen gedichten bij Eenzame Uitvaart in de Maasstad. 

Hoe schrijf je een gedicht voor iemand van wie je hoegenaamd niets weet? 
Het is een zoektocht. Uit de grond van je hart iemand naar je toehalen, iemand toespreken. Ik heb het voor het eerst meegemaakt in maart 2010 als stadsdichter van Rotterdam. Bij het herbegraven van 9 naamloze doden, van wie na 15 jaar het DNA werd afgenomen om nu hopelijk hun identiteit te kunnen vaststellen. De meesten waren verdronken of gevonden zonder identiteitspapieren, zonder verblijfsplaats. Stond ik daar op een wiebelende plank boven een open graf, met een bosje tulpen, en probeerde te raden waar hij of zij van hield. Door wie gemist en met welke blik. En door wie vergeten. De aarde zegt het niet.

Jana Beranová


Meneer Sung

Vandaag vliegen mijn gedachten 
naar de stad Hongkong, ik zie 
wolkenkrabbers, lichtende letters 
vissersboten, Chinese restaurants

tuur door het raam naar binnen 
u bent er maar u bent er niet ik kan u 
niet verzinnen u bent een van de 
één miljard driehonderd vierentachtig 

miljoen zeshonderd vijfenzeventig 
duizend vierhonderd vierentwintig 
Chinezen – kijk daar loopt hij 
de tanks tegemoet in een andere stad
 
de man met het boodschappentasje
de Hemelse Vrede in pacht
in ontroerende eenzaamheid
ik ken niet zijn naam 

wel die van u: Koon Wong Sung 
maar van u heb ik geen beeld 
kan niet eens raden waar u van hield 
door wie u wordt gemist door wie vergeten 

Vandaag schijnt de zon 
in ’t Zonnelicht de plek van uw vertrek 
bleek u al twee weken dood 

Ergens in het heelal 
gaat met deze zonnebloem 
een deur voor u open 
u kunt naar binnen 

                                     

Jana Beranová
bij de begrafenis van Koon Wong Sung (65)
op 9 augustus 2013



Gedicht van de week 39|2016

Met dank aan Kees Engelhart; een gedicht van Jacob Peereboom.


AANKLACHT ZEVENTIEN BEWIJSSTUK VIER

Ver van de pot waar alles in zit
Begroeven wij de blinde anarchist
Die niet anders dan bloemkool ruiken kon

Zijn machine is niet in de war geraakt
Zijn feilloze machine werkt heel goed
Vraag daar bepaalde autoriteiten maar eens naar

Onder op de bodem regeert een elektronische 
Immer blaffende vis
Zijn naam is Henri

Oude vrouwen die in die jaren onteerd  werden
Zagen stil hun knoflookjaren na




Gedicht van de week 38|2016

Laura Mijnders debuteerde vorig jaar met de bundel Nachtschade. Momenteel schrijft ze columns en werkt ze noest schrappend aan haar tweede bundel.


Relevant

Je zei dat alles betrekkelijk is, liep met gebogen rug
rondjes door een tuin die nooit van ons zou zijn
ik stak mijn handen in de aarde en groef gaten waar jij wees

met de grootste concentratie voorzag je
de plastic bakjes van een laagje eurobier,
je zoog je wangen naar binnen en zei dat slakken
het echte probleem vormden 

ik vroeg je naar de resten van de kapschuur
die nog door de tuin zwierven
je zei dat je sommige dingen in het leven moet kunnen laten
daarna sprak je over een oorlog, 
die je ten koste van alles winnen zou




Gedicht van de week 37|2016

Menno Wigman kwam met het oorspronkelijke idee. Paul Damen werkte het uit tot een kloeke pil. Begin dit jaar verscheen bij uitgeverij Koppernik Bloemen van het kwaad, gedichten van Dictators.
Dames en heren: Adolf Hitler.


Denk daaraan!


Als je moeder oud geworden
en jij ook wat ouder bent,
als wat vroeger haar licht afging
nu tot last zich heeft bekend,
als haar lieve, trouwe ogen
niet meer kijken als voorheen,
als haar voeten, moe geworden,
niet meer dragen, steen en been,
steun haar dan met beide armen
en leidt haar met blij gemoed –
want het uur komt dat je huilend
haar voor ’t laatst begeleiden moet!

Vraagt ze iets, geef dan ook antwoord,
vraagt ze nog iets, word niet moe!
Vraagt ze nog wat, spreek haar
niet te ruw, maar rustig toe!
Kan zij niet meer alles volgen,
leg dan alles uit, bedaagd;
want het bittere uur zal komen
dat haar mond je niets meer vraagt!




Gedicht van de week 36|2016

Adrie Krijgsman uit Assen is filosoof en dichter. In het najaar verschijnt Ongerieflijk Gebied; de derde ‘gebiedsbundel’ van zijn hand. Ter voorpublicatie het gedicht Heerser.


HEERSER

want
als de oude langoor Laozi
op zijn waterbuffel teleurgesteld
de beschaving verlaat

beschrijft hij de potentie van het niets
in raadselachtige teksten

in eigen context overzie ik hier
mijn ongerepte koninkrijk van leegte

een diepe inham aan zee
met een droogvallend kelpveld bij eb

kaal grasland op de schaars begraasde heuvels

en in een verre verte bergen
die in een regenwaas verscholen zijn

het geluid van een mantelmeeuw klinkt
een blatend schaap
en de wind

waarin de stengels van een grasplant
nu eerbiedig voor mij buigen




Gedicht van de week 35|2016

Een fraai drieluik door Hanz Mirck:

Lune de miel 1 

Papieren maan

Heel de wereld kijkt met ingehouden 
adem, de avond dat ik word verwekt
Mijn vaders voet op de trap,
zijn stem verrassend dichtbij

Kleine stap voor mannen
een gewichtloze voor de mens
Later huppelt hij door het beeld,
plant een vlag die nooit zal wapperen

Mijn moeder probeert beneden zich
zijn bandensporen te ontwaren
in het witte zand van de verduisterde studio

Buiten is het bloedheet, 16 juli 1969
Adverteerders applaudisseren, mijn vader trekt 
aan het lichtkoord boven hun hoofd



Lune de miel 2

Dodemansknop

Wie zijn motor niet kan starten
omdat het dashboard knipoogt 
waar het knopje hoort, sterft 
een kleine dood, alleen met drie dimensies

Prompt heimwee naar de zwaartekracht 
die vroeger zo bedrukte
Het middelpuntvliedende blauw en groen 
dat met één oog dichtgeknepen

verdwijnt achter het gewichtloze knopje 
van de pen 
Wie op het koude zand van de hemel is geland 

moet wel naar de aarde bidden
Je drukt, niet om te bevestigen dat je stierf
maar om dat te ontkennen


 
Lune de miel 3

Voyager 

Al onderweg voor ik besefte 
waar ik vandaan kwam
gemaakt om niet terug te keren in de moederschoot
Laika zonder leiband, Neil zonder landing, 

Maria ten hemelopneming zonder Maria
Beter dan de eerste mier op het lege tafelblad, 
verder dan de vleermuis door de zomernacht, 
stiller dan de groenlandhaai diep onder poolijs

Einzelgänger, mijn pen kwam in de klas al los 
van het papier, een tijd lang keken mijn makers me na, 
opgeleid om te berichten over levenstekens

Onderweg naar de randen van mijn uithoudingsvermogen,
de grenzen van het licht, eindelijk vrij, eindelijk 
zinloos als de kleur van een wegwerpaansteker 




Gedicht van de week 34|2016

Antoinette Sisto uit Amsterdam liet van zich horen op zondag 21 augustus in de weelderige binnentuin van Boekhandel Van der Velde in Leeuwarden. Op uitnodiging van gastredacteur Henk Dillerop schreef ze een gedicht vanuit het thema ‘kracht. In DE ZEE NEEMT een acte van bekwaamheid: 


DE ZEE NEEMT

Gedachten vormden zich langs de kustlijn
als de kracht van een vloed tij 
bij nacht, de golfslag in zijn gezicht
was transparant als alleen een waarheid zijn kan.

In de brullende grijze massa
van koppen deinend, bewegend
school een ontembaar dier, de vrijheid
die wil oversteken, een leven 
verplaatsen naar hier.

Eens zag hij een lichaam in het water
de arm van een vrouw richting 
de baai, het zomerse strand 
er waren mensen die zich verzamelden
gebaarden en wezen naar die andere overkant.

Zoals golven nooit omkeerbaar zijn 
zo bracht hij de gang van gedachten terug
en in de ruisende stilte
zonder schuim en zonder woorden
was er een weten, zijn voeten 

struikelend in die achterwaartse vlucht.




Gedicht van de week 33|2016

Wietske Dijkstra schreef op uitnodiging van gastredacteur Henk Dillerop het gedicht ‘De kracht van fout’ Op zondag 21 augustus is zij te bewonderen in de weelderige binnentuin van Boek Handel van der Velde in Leeuwarden. 


DE KRACHT VAN FOUT

Soms besef ik me niet dat ik zonder jullie nooit zover was gekomen. Dit is voor alle fouten die me zijn overkomen.
Voor alle taalfouten, denkfouten, vergissingen, uitglijders, afdwalingen en mijn kater van afgelopen weekend. 

Fouten jullie zijn oké
van fouten leer je
is de cliché.

Ik kan jullie niet verdragen
op maandag op dinsdag
en de andere 5 dagen

maar ik weet
en ik beken dit even
zonder fouten had ik 
een saai leven.

Verander nooit fouten
wat men ook zegt
fouten ik ben aan jullie gehecht




Gedicht van de week 32|2016

Marrit Jellema uit Sneek speelt op zondag 21 augustus een thuis wedstrijd in de botanische binnentuin van Boekhandel Van der Velde in Leeuwarden. “Nooit gedacht dat het leven zo mooi was’, schreef ze op uitnodiging van Henk Dillerop vanuit het thema ‘kracht’. 


NOOIT GEDACHT DAT HET LEVEN MOOI WAS
  
het azuurblauwe water
weerspiegelt de schoonheid van het leven
nooit gedacht dat het leven mooi was
of enige vorm van kleur bezat
en nu zit ik hier
en wil ik niet meer weg
al is de hemel nu nog zo blauw
daarboven is nu te ver voor mij
verleden tijd
wil het leven omarmen
met alles wat daarbij komt kijken
natuurlijk zal er nog verdriet zijn
maar ik zal troost vinden in het water
het zand zal zich om me heen sluiten
en als ik dan weer ingenesteld ben
veilig en ver weg
zal ik even
mijn ogen kunnen sluiten 
voor de wereld om me heen
om daarna weer hele dagen te gaan staren
weer kleur te zien
nooit meer helemaal zwart 

Marrit Jellema




Gedicht van de week 31|2016

Gijsje Heemskerk fiets zondag 21 augustus van Leiden naar Leeuwarden om aldaar in de imposante binnentuin van Boekhandel van der Velde een voordracht te geven. Dit alles op uitnodiging van gastredacteur Henk Dillerop. Vanuit het thema ‘kracht’ schreef zijn onderstaand gedicht.


‘KNI KNA KNOTS KNAPS KLEVEN’

Ik was zo krachtig als een paard
Ik had een merrie en een staart
Ik was een ridder met een zwaard
 
Maar toen
plotsklaps
Rond half 7
Kwam de burgemeester aangespoed
Zij zei: ‘kni kna knots knaps kleven’
En toen heb ik mijn moeder maar geroepen




Gedicht van de week 30|2016

Monique Buising zal zich op zondag 21 augustus muzikaal laten begeleiden door Jelmer van der Wal tijdens haar voordracht in de weelderige binnentuin van boekhandel Van der Velde in Leeuwarden. ‘Woorden van gewicht’ schreef zij op uitnodiging van gastredacteur Henk Dillerop.


WOORDEN VAN GEWICHT

Toen hij zijn stem gevonden had
braken zijn woorden alles af
Zelfs zijn zwijgen
schreeuwde door de ruimte,
door de jaren
Gezegd of gezwegen
Verhalen herhaald

Verhalen herhaald
Gezegd of gezwegen
De stemmen verstommen
Maar zijn woorden 
liet hij achter
en hij vervolgde de reis 
alleen

En alleen
in het duister
galmt zijn stem
nog altijd na

Verlaten
Verloren
de woorden 
van gewicht


Monique Buising




Gedicht van de week 29|2016

Ook Anneke Wasscher schreef op uitnodiging van gastredacteur Henk Dillerop een gedicht vanuit het thema KRACHT. Een voordracht van haar kunt u bijwonen op zondag 21 augustus in de fraaie binnentuin van boekhandel Van der Velde te Leeuwarden.

KRACHT METEN

geweld huist meestal in gebalde vuisten
de spieren spannen samen in de strijd
ze zweren bij de botte vorm van macht
alleen een overwinning wordt geteld 

een oorlogsstem wil hoorbaar zijn
spreekt bommen- en kanonnentaal 
dictators leren nooit wat zwijgen is 
de burgers zijn monddood gemaakt

zo woedt de wrede storm die driftig 
takken scheurt van elke moederstam
de jonge zonen worden meegesleurd 
hun namen staan in littekens gegrift

toch wachten mensen ieder jaar weer
op de kleurkracht van een nieuwe lente
het openbarsten van de bloesemknop

ze zien de ingehouden adem van een kind 
dat onverwachts de eerste stappen zet 
de wilskracht die nog onbevangen is


Anneke Wasscher 




Gedicht van de week 28|2016

Karin Bral uit Brugge zal op zondag 21 juli acte de présence  geven in de fraaie binnentuin van boekhandel Van der Velde in Leeuwarden. Op uitnodiging van gastredacteur Henk Dillerop schreef ze een gedicht vanuit het thema ‘kracht’.   

DE KRACHT

De kracht van het woord als het wordt gehoord
de kracht van een blik die wordt gekruist
de kracht van een vogel in de lucht
de kracht van jouw lach als een waterval
de kracht van de zalm tegen de stroom in 
de kracht van een oceaan gevaarlijk wild
de kracht van de mustang onbedaard
de kracht van de indiaan die niets bezit
de kracht van de boom in de stormwind
de kracht van gras in de brandende zon
de kracht van de mier die nooit opgeeft
de kracht van het web tegen de muur
de kracht van de droom in de nacht
de kracht van de fee, de eenhoorn en klaas vaak
de kracht van een kinderhand zo klein en zacht
de kracht van een man, een vrouw samengebracht
de kracht van jij en ik, en wij, en zij, een hele stad
de kracht van de zon, het licht in het heelal,
onze kracht gebundeld verwordt tot een oppermacht.




Gedicht van de week 27|2016

Gast redacteur: Henk Dillerop, (1954) woont en werk als beeldend kunstenaar en dichtert in Leeuwarden. Van zijn hand verschenen drie dichtbundels.
Als gastredacteur van Avier heeft hij tien dichters uitgenodigd om te schrijven vanuit het thema ‘KRACHT’. U zult een deel van zijn selectie de komende weken op onze site vinden. Maar nu eerst een gedicht van Dillerop zelf.

de geur van koud water

ik ben een boot, zegt hij
een boot van hout
ga je mee, vraagt hij
ik vaar naar overal
of als je dat niet wilt
naar ergens
waar boven de golven
de geur van koud water hangt

daar laat ik je hemelwolken zien,
en in de verte ligt het eiland

daar zal ik eten voor je maken, zegt hij
iedere dag
en als je wilt
zal ik je lief hebben
iedere nacht
ik zalsterren voor je plukken
of als je wilt
schil ik een schijfje van de maan
ik zal liedjes voor je zingen, zegt hij
verhalen vertellen
over de kracht van de branding
en de gevaren van de zee
op het strand zal ik schelpen voor je zoeken
als herinnering voor later

kom 
stap maar in, zegt hij
ik vaar uit 




Gedicht van de week 26|2016

Het festivalgevoel door Bennie Spekken:


Festival

een polsbandje om
gelijk geringd gevogelte

een felgebekt exemplaar hapt
in een broodje gezond

oogjes dicht en snaveltje vol
van kunst cultuur en achterklap

de laatste zonnestralen breken door
het dode bier aan mijn mond

een boer ontsnapt




Gedicht van de week 25|2016

Het was onlangs de dag van de crowdfunding en Lévi Weemoedt is altijd up-to-dater.


CROWDFUNDING

Hallo,
mijn naam is
Annabel

En ik zoek
een sponsor
voor mijn overspel

 



Gedicht van de week 24|2016


Dit verzameld werk wil mee in handtas of rugzak om te worden gelezen in verloren momenten op vliegvelden en stations. Het wil vol ezelsoren op de toiletten van studentenhuizen liggen. Het wil kruimels, wijn- en koffievlekken verzamelen. Het wil jaar na jaar iets vormlozer en valer worden tot het weer in delen uit elkaar valt, stukgelezen.

Zo typeert Ingmar Heytze de bundel Voor de liefste onbekende die onlangs bij uitgeverij podium verscheen. Onderstaand gedicht is één van de ruim vierhonderd gedichten uit de bundel.


KUNSTENAAR

Een kunstenaar is verliefd op mijn vriendin.
Dat duurt alweer een week of zes.
Hij draagt zijn werken op aan haar,
Schrijft onnavolgbare brieven,
Belt midden in de nacht mobiel.
Het is vermoeiend voor ons alle drie.

Liefst sloeg ik zijn tanden door zijn strot.
Mijn vriendin raadt mij dit stellig af.
‘Hij kan mij toch niet krijgen, want ik hou
van jou,’ zegt ze, ‘maar hij – zijn vrouw is bij
hem weg, er is een kind – hij staat met zijn rug
tegen de muur, hij is nu eenmaal kunstenaar.’

Vincent van Gogh schoot zich naast het hart
maar stierf ten slotte toch op eigen kracht.
Menig dichter stapte van de brug en viel
verder niemand lastig. Zoveel miskenden
vonden hun slordige weg naar het graf,
uit zelfhaat of liefdesverdriet. Waarom hij niet?




Gedicht van de week 23|2016


Milou Voskuilen (1989) schrijft poëzie, proza en essays. Haar werk werd
gepubliceerd in Tirade, Het Liegend Konijn en op de websites van De Revisor, Deus ex Machina en Meander Magazine. En nu hier!

Troje.

Op de warmste dag van het jaar trokken we de stad in;
blikjes cola lauw in een tas; het plastic hengsel
snijdend in mijn palm. Ik vertelde je honderduit
over mijn dagen, de zwaarte
mijn mond droog en gulzig, mijn hart zo genadeloos
open – Ik haat hoe naïef ik was. De zon onverbiddelijk
het schroeide mijn schouders. 's Nachts
baadde ik in de koele melk, ik zei Kus me voorzichtig,
noem me Helena. Daarna lag ik op jou.
Mijn borst op jouw borst, altijd denkend aan meer, schroeien
van huid. Ik dacht niet na over mijn leven, de schepen
zwaar en log in de haven; de algen
als schimmel onder de stenen. Het was me beloofd
dit, alles en meer.




Gedicht van de week 22|2016


Theo van der Wacht, ooit varend als stuurman ter koopvaardij, debuteerde als dichter in het Vlaamse Yang (nY). Daarna, met tussenpozen, poëzie, proza en vertaalwerk in periodieken als Poëziekrantt, De Brakke Hond,  Maatstaf,  NVT, Pandora en Extaze. 

Op doorreis
Stofwoorden die opstuivend de pluizige lente
verraden, zuidzuidwest, schapenwolken in het
blauw aangestipt,  gevrijwaard van zwaarte

en hemelvrees, als een trekvogel op doorreis,
bovenwinds op de luchtstroom meedrijvend.
Jij? Ik?  Zwichtend voor die onmogelijkheid? 

Met onze vlerken gekortwiekt, uitkauwend bij
kunstlicht, het oude lied van al hoger en hoger, 
John Keats, zonder leeuwerik in het verschiet




Gedicht van de week 21|2016


Geart Tigchelaar (1987) publiceert regelmatig werk in het Fries literair tijdschrift Ensafh. Begin dit jaar kwam zijn bundel Leech hert yn nij jek uit.


slachtverkeer

Sex ist eine Schlacht
Liebe ist Krieg
- Rammstein


ik had je
met de rug op de tafel
je lag voor me
meteen al te kronkelen
ik tastte

niet geil naar m’n broek
wel kwaad naar m’n mes

weg sneed ik al dat rottend vlees
daar had jij nogal wat van
de waanzin als een waas
nee als een zwaar gordijn verward
voor mijn ogen

sneed ik tevens al het goede weg
dat er toch ook wel was



Gedicht van de week 20|2016


Jonathan Griffioen (1987) is dichter en schrijver. Zijn werk is gepubliceerd in o.a. De Optimist, De Contrabas en Het Liegend Konijn. In het najaar van 2015 verscheen 'Wijk' bij uitgeverij Lebowski. Een opvolger is onderweg. 

Doolittle (vier)                
 
het zwart in onze kleding loopt over in avondlucht 
of steekt af tegen schoolhekjes. 
we leunen tegen muren als chirurgen, 
op het punt een geniale metafoor te verzinnen 
voor de falende organen van uw dochter. 
 
je ziet me staan met volle handen, tussen 
gezichtsuitdrukkingen in. 
ik weet niet hoe ik in een ruimte moet bewegen 
die al bijna vastligt. 
Mike noemt mijn halfvoltooide pose: ‘juist vet.’
 
de achtergrond is maar een paar straten verwijderd 
van de vorige generatie: man haat alles na zich. 
 
als een kiestoon, een draadje kwijl op een borstkas, 
drogen we op:
 
dochters die niet opnemen – dromen van een ritme 
dat een schotwond achterlaat
– Mikes wijsvinger gericht op, bijna tegen z’n gezicht.




Gedicht van de week 19|2016


Renée Luth (1979) debuteerde in 2011 met Pingpongtong. Haar tweede bundel, Preparaat, zal dit jaar verschijnen.

Huiselijk geluk

een vaas ruggengraten
broodkruimels verraden broodmessen
het loeit om het huis van taststormen
en gestolen vingers tellen de tijd
stofmijten bouwen nesten in de verwarming
een tafel waar ik nooit eet
een bank vol voedselvlekken
draag me naar de dag en offer me op treden
waar het hoofd kan wegrollen
want ik ben moe
heel even... wil ik hier mijn... heel even...
geef de beul een pepermuntje
voordat laatste adem
dan leg ik hier... heel even...
want ik ben moe
vertel nog eens van guillotines en vierendelen
voor het slapen gaan
en als er morgen een nieuw hoofd aangroeit
laat ons dan weer verder gaan
in dit huiselijk geluk
tergende stiltes opdienen
in dieper ogende borden
met zilveren lepels




Gedicht van de week 18|2016


Monique Buising (Leeuwarden, 1979) is beeldend kunstenaar en dichter. Haar overtuiging is dat kunst, leven is... het moet overal zijn... het moet gevoeld, geproefd, gehoord en gezien worden.


Handen
grijpen naar licht, 
naar borsten, billen, kansen en de fles
Vinden, voelen, ontdekken en bemachtigen
Dragen lasten, dieren naar de overkant, water naar de zee
Houden vast aan moeders rok, conventies, convictie

Handen in haren, tussen deuren, voor monden
Transpireren, trachten en verzamelen
Wringen, draaien, slaan om zich heen
Liefkozen in nachtelijke uren, tussenuren, overuren
Geven aaitjes, duwtjes, klappen, kracht 
Brengen troost, applaus en minnaars tot waanzin

Handen slaan wonden, krabben, jeuken
Houden hoofden met wanhoop geslagen 
Strelen lijf, leden, oren en ego's 
Drogen tranen, glazen, was
Scheppen, schoonheid en smart
Vegen neuzen, billen, straten schoon

Handen schuiven, schrijven en duwen van zich af 
Trekken aan en naar zich toe
Wiegen, reiken, raken, bloeden
Ondersteunen en beroeren
Plakken stickers, pleisters, etiketten, 
plakken achter het behang

Handen snoeren monden en korsetten 
Strikken veters, vrienden, vrijers
Geven mee, geven af,
geven toe en geven op
Houden vast, aan toen of nu
aan leven, later, lucht

Handen plukken, 
bloemen, vruchten, dagen 
Verlangen, verraden, verwoesten
Nemen mee, nemen afstand, afscheid,
nemen het er van
Voelen tranen, aarde, gemis

Houden tegen, vast en van...




Gedicht van de week 17|2016


Onlangs nog in de doos van Passage, nu hier: Daniël Dee, uit zijn nieuwe bundel Mond vol demonen:  



ik wil niet weten
wie mij vandaag
de stuipen op het lijf
zal jagen

vaak zijn het de buren

soms is het de dokter
of zelfs mijn rusteloze benen
maar nooit de priester
al doet hij nog zo zijn best

dan helpt het om te drinken
drinken helpt het vergeten niet
maar beteugelt

daarom drink ik zo veel
en omdat het kan

vandaag zullen het vast
de buren wel weer zijn
die mij
de stuipen op het lijf jagen
die grimmig zwijgende buren met hun afschuwelijke chihuahua’s




Gedicht van de week 16|2016


Rodaan Al Galidi schrijft gedichten, romans en korte verhalen. Zijn dichtbundel De herfst van Zorro (2007) stond op de shortlist van de VSB Poëzieprijs en zijn roman Dorstige Rivier (2009) op die van de BNG Nieuwe Literatuurprijs. De roman De autist en de postduif (2011) werd bekroond met de prestigieuze Europese Unie Prijs voor de Letteren. Onderstaand gedicht komt uit zijn onlangs verschenen bundel  ‘Koelkastlicht’.

Ode aan de Nederlandse vrouw


De Amerikaanse vrouw zegt: ‘Ik wil met je vrijen.’
De Arabische vrouw zegt: ‘Maak kinderen met mij!’
De Franse vrouw zegt: ‘Zullen we zoenen?’
De Spaanse vrouw zegt: ‘Ik wil met je dansen.’
De Belgische vrouw zegt: ‘Rode wijn of witte?’
En de Nederlandse vrouw… Ach,
de Nederlandse vrouw zegt:
‘Ik wil oud met je worden.’




Gedicht van de week 15|2016


En daar is ze weer, singing the blues: Delphine Lecompte!

Geen succes blues

Ik blijf het liefst in Brugge, bij mijn pooier en mijn honden
Anderen mogen in het spotlicht staan, anderen zijn mooi,
Anderen hebben stijve kuiven en onweerlegbare diploma’s
Ik koop het liefst te krappe schoenen, dan zie ik af
En afzien is boetedoen, en boetedoen is noodzakelijk wanneer je een hoer bent.

Ik eet het liefst monochroom voedsel, geel en glijdend
Anderen mogen op restaurant gaan, anderen zijn gulzig,
Anderen hebben toffe strotklepjes en koddige bavetten
Ik drink het liefst witte wijn, dan word ik nostalgisch
En nostalgisch worden is minder gênant dan stikken in je eigen braaksel.

Ik lees het liefst boeken van negentiende-eeuwse Engelse mijnwerkerszonen, Wels mag ook
Anderen mogen geloven in de nieuwe hype, anderen zijn meelopers,
Anderen hebben een onderbouwde mening en Russische quotes
Ik schrijf het liefst kwade overdadige gedichten, dan word ik gelezen
En gelezen worden is veel prettiger dan gefrustreerd te zijn.

Maar sinds gisteren ben ik opnieuw aan het verliezen
Ik kan er tegen, ik ben er goed in; zelfs de jutezakwedstrijd
Door mijn moeder gekocht voor mijn negende verjaardag moest ik weggeven aan guitige Lori
Die nu in een interimkantoor werkt en ’s avonds klaagt tegen haar tropische vissen
Omdat haar vent het te druk heeft met het morsen op luiersekssites en foto’s van tochtige alpaca’s.

‘Whatever floats his boat,’ zegt Lori dapper op het toilet
Ze heeft net een skalaar met lepreuze schubben doorgespoeld
Ze is haar guitigheid kwijtgeraakt, ze denkt aan mij
Vorige week zag ze mij staan in de krant, een mini-interview
Met een klein fotootje van mijn kop die soms meevalt op kleine fotootjes.

Ze zoekt mijn contactgegevens op het internet
Ze mailt mij, ik mail haar niet terug
Ik mail het liefst niemand, mijn pooier zegt: ‘Houden zo!’




Gedicht van de week 14|2016


John Franken, alias Sonn, kwam in 1962 ter wereld in Bergen op Zoom. Hij werd al ras ‘gescoord’ op gymnasiumniveau en dat gaf hoop.

Hoop

Als de zee huilt
en elke golf
haar tranen deelt
toont de wereld
ons haar ziel.

De hemel die oplicht
in waanzin van mensheid 
die 't pad van menselijkheid 
verloren heeft
als spiegel van ons geweten.

Tot de dageraad droomt
van een nieuw begin
ons gegeven
als we luisteren
naar ons hart.




Gedicht van de week 13|2016


Met haar debuut ‘Wachtkamers’ won Saskia Stehouwer de C. Buddingh’-prijs 2015. Het gedicht ‘afslaan’ zal worden opgenomen in haar tweede bundel ‘vrije uitloop’, komend najaar te verschijnen bij uitgeverij Marmer.

afslaan
 
hij wil geen koers bepalen
maar zich steeds opnieuw vriendelijk
losmaken van de verkopers
ze vertellen hun verhaal
dwars door hem heen
 
hij stelt zich een persoon voor 
via het geluid van een zaag die zijn hoofd aansnijdt
tuimelt hij het zoveelste toekomstperspectief in
zijn leven glad als de binnenkant van een tuinboon
 
een stropdas voor de avonden waarop hij bijna uitgaat
om dan alsnog te verkruimelen
een grote hoed voor de toeristenwijk
waar hij steeds schuin doorheen loopt
alsof hij zich wil verontschuldigen
zijn geest de lenige fooienteller in het restaurant
die probeert er met de buit vandoor te gaan
 
er gaat een wesp op zijn lokale specialiteit zitten
een winkelwagen ligt gewond op de stoep
het is geen dag om een taal te leren 




Gedicht van de week 12|2016


Dit gedicht van Irene Wiersma is afkomstig uit haar tweede bundel Kraanstaren die op 26 maart bij uitgeverij Passage zal verschijnen en onderdeel uitmaakt van de Doos van Passage. 

Overmoed
 
In de donkerste hoek 
van de achterste stal stond hij
het torenhoge, snuivende paard
altijd de ogen wit, de oren 
standaard in de nek gevouwen
 
Hij was beschadigd 
ik wilde hem troosten
pakte wat biks en voerde hem
hij viel aan als de bliksem 
beet mijn pink eraf 
en stierf aan koliek
 
In het hoogste huis 
van de chiqueste rij woonde hij
de minieme, smetteloze man
altijd de oren spits, de ogen 
standaard op mijn blik gericht
 
Hij was beschadigd 
ik wilde hem troosten
ritste mijn jas los en voerde hem 
hij viel aan als de bliksem
en sterven, ho maar.



Gedicht van de week 11|2016


Reinier de Rooie, voormalig stadsdichter van Hengelo. R. de R. is beheerder van de facebookgroep  Het krukje der poëten


net niet af


poëzie is een kwikstaart in het hart
van een zwart gat niet zoekend
maar vindend onder het gebod
van zwaartekracht raakt de ander
bevlogen en kust het licht vrij


poëzie wil de wil weliswaar wetten
want wie niet gaat geraakt ontheemd
en zal het oog niet weten te ontzetten
maar wie verblijft wordt een-twee-drie
een open wond op een bed van steen


poëzie is het feest van de krijgers
die hooggehakt en meest platzak
het genoegen in zichzelf laten drijven
en dat beheersen als een speer
de hand verlaat en lachlust welt


poëzie is een tik in het hoofd en tak
is de klank die ontsnapt per abuis
haast gevat om de tijd te doorstaan
die ons drijft met gemak als een traan
op de wang van het kind dat niet weet


poëzie is gelul in het ruim van een angst-
wekkend schip dat de koers heeft verlegd
naar een kust zonder keer maar ik zweer
dat ik zing met de kracht van wat was
in mijn oor om het goud dat er blinkt


poëzie is een noot dat het kraakt 
want het vriest in het hoofd van de aap 
die dacht dat de winst en de waan 
van de dag een beursgang gebood 
om een god van genot maar niet genoot


poëzie is het komende lied...



Gedicht van de week 10|2016


Marjon Zomer was twee jaar redacteur bij SLA | Avier. Vanaf heden staakt ze helaas haar werkzaamheden voor de stichting. Wij danken haar voor haar bevlogen inzet en drukken nog eens af met een werk van haar hand.  


mijn rode 3-zitsbank 
heeft zo'n 23 koeien gekost 
ik heb dat laatst geteld
ik zit op de rug van een rund
-gebruiken ze eigenlijk ook stierenhuiden-
warm het op met mijn kont tot een graad of 30
er gaat altijd wat temperatuur verloren
ik smijt de kussens op de grond
kiep de bank om en om
probeer een koe te vormen
uit de vierkante delen
ik wacht op de zomer
schuif dan de schuifpui
gooi de kussens in het gras leerkant onder
de zwart polyestervoering 
-kruimels en kattenharen- voelt doorlegen
ik lig met de koeien




Gedicht van de week 9|2016


Drenthe staat dit jaar in het teken van de blues. Geert Loman schreef een gedicht over Harry (Cuby) Muskee. Het is te zien op de tentoonstelling in het Drents museum te Assen.

De Zanger 

Vanaf het hoge podium
kijkt hij vorstelijk de zaal in
stelt de bandleden voor
en zingt,
Somebody will know someday

de gretige zaal trilt mee
bij de lage bas-tonen
When I get weak inside
het mooiste wat er is
op dit ene  moment

later aan de bar passeren
Mozart, Kerouac en Praag
moeiteloos glijdt de tijd
we hebben niets verloren.



Gedicht van de week 8|2016


Adrie Krijgsman is dichter en filosoof. Onlangs kwam hij met Herfstlied, een sonnettencyclus van 20 gedichten over de herfst. En dan in het bijzonder over de levensherfst, over het ouder worden. Eigenlijk is de reeks te beschouwen als een fel tijdschrift tegen dat proces.


15

Flitsend voorwaarts, mee met ijle wind
van tijdgeest, wordt elke stap voor niets gedaan:
het ijdel doel verdwijnt waar men het vindt.
Het lenteloof in zoet en pril ontstaan

zwerft in de herfst al door een labyrint
van mist en wind door straten. En zal vergaan.
Het leven wordt kortstondig zwaan-kleef-aan
vergund. Niet méér dan dat, en onder kil bewind.

Ik dank mijn indifferente bestaan
aan deeltjes die menging aan willen gaan,
aan een tijdloze, kosmische wervelwind

die atomen uiteenslaat of samenbindt.
Ikzelf ben geen doel, maar wat in mij ontspint -
ik ben slechts voertuig in hún bestaan.



Gedicht van de week 7|2016


Hester van Beers is twintig jaar en studeert biomedische technologie. Is er nog andere informatie die u wilt weten? Hier haar drieluik: 
 


We lieten schuimkoppen 
op de golven groeien maar we 
klapten tegen de rand en sindsdien 
staan de zeeën leeg. 
 
Met je strakke veters en je ogen 
vol met koude chocomel schraapte je 
het laatste beetje zout van de bodem. 
 
In kleermakerszit gaf je het op, 
je vingers gekrompen tot strohalmen. 
Je schreeuwde tot het stormde. 

II 

Met doffe ogen keken we 
hoe het bed steeds groter werd 
terwijl je kromp tot een schaduw 
tussen de gerimpelde lakens. 
 
Waar de muziek eerder in golven 
uit je vingers liep, sijpelde ze nu 
voorzichtig langs de spijlen 
om de tere voorraad nog te rekken. 
 
Toen je ging slapen, zei je dat ik mooi was 
en je plakte kusjes op mijn haar. Ik heb ze nog steeds. 
Sorry dat ik niet anders kon 
dan huilende vlekken in je lakens verstoppen. 

 
III 

Op het mistige punt waar duikers 
zich van hun vliezen ontdoen is de 
vloed vandaag, alle duikers liggen 
op de bodem. 

Waar de dakman ochtenden balanceert, zwemt hij nu 
verwarde rondjes om de schoorsteen. 
 
Enkele spartelende honden proberen iets met 
drijfhout en zuurstofflessen. 
 
Kartonnen dozen smelten tot pulp en de zwervers 
hebben nergens meer om te wonen. 





Gedicht van de week 6|2016


Aart Gallum is gepensioneerd als opvoedkundige handarbeider. Met een levenslange affectie voor kunst nu nog onbezoldigd werkzaam als beheerder en tentoonsteller bij een klein museum.


*

Vaak sterker dan het zwaar bezinkende van slaap
zuigt mij de maalstroom naar verdwenen vrienden
die ik weet niet weer te vinden
en toch nog even zweven laat 
aan de mallemolen van mijn leven.

rond en rond, achter hen aan.
maar als ik moe van het gejakker
uitstap, dan tegen een wat praat,
hoort ie niks, zo diep, 
zo vast in slaap
en ik zo rustloos wakker.




Gedicht van de week 5|2016


Ze zijn niet wereldvreemd, maar ook niet vies van complottheorieën, de figuren in Ruimtedier, de nieuwe bundel van Elmar Kuiper. Ze hebben het ook niet makkelijk, de brugpieper die gepakt wordt, de slager die een prijsstier onder handen krijgt, de Messias op een gesloten afdeling, en Hitler. Met zijn foute snor. 
Foei toch.
Er valt veel te lachen om wat eigenlijk niet grappig is in deze levendige gedichten, die een wereld omschrijven die te benauwend en te klein is voor het aardse. De ruimte in dus!


VERLICHTING 

Het leven is een dronkenmansrit over vluchtwegen en 
dwaaltunnels van licht. Mensen lijven gedachten in 
en leven in hun cockpit vol ijdelheid. Snappen ze niet 
dat de naald van het leven hen doorprikt, dat ze knappen 
als blaasjes? Nee dat snappen ze niet. Daarom wuif ik ze 
uit, als ruimtevaarders die geloven in hun missie. 
Dat ze maar lang en gelukkig mogen leven, 
hun astronautenbestaan cachet geven, los van de aarde 
en de wormen zweven, als witte gieren in hun schitterende 
vaartuig, rondcirkelend in hun kosmos, waar elke stap 
een reuzenstap is op weg naar verlichting.
 


© Elmar Kuiper
Uit: Ruimtedier (Atlas-Contact)
Verschijningsdatum: 18 februari 2016




Gedicht van de week 4|2016


Opvallende poezie van onze gastredacteur van het voorjaarnummer: Nanne Nauta

Voor Hedwig S.

Eerste vraag: bestaat er wel iets als verwantschap?


Verwantschappen bestaan alleen in de biologie, in genen, in bloed. Ik zie verwantschappen met Katers, Hagens, Verweij’s, her en der een Tromp, ja zeker  Maarten Harpertszoon, en vooral Nauta’s natuurlijk. Al die lijnen komen in mij samen en hebben mij jezusbloed gegeven.

Tweede vraag: vertel ons eens wat dat is, jezusbloed?

O negatief, sang real. Ik red ieders leven maar kan zelf alleen door andere goden gered worden. Dat mag niet gebeuren. Biologisch gezien, evolutionair gezien, is dat een lijn die zal uitsterven, je kan het gewoon uitrekenen, het lot van elke god.

Derde vraag: maar hoe zit dat nu met je verwantschap?

Wat loop je nou te drammen. Wat wil je horen? Onzinnige dingen zoals het bloedbroederschap van Winnetou en Old Shatterhand? Polsen opensnijden en tegenelkaaraanhouden? Wel eens gedacht aan besmettingsgevaar, wel eens van AIDS gehoord? Wel eens bedacht dat het gewoon een homo-erotische fantasie was? Wel eens bedacht hoe groot de kans is om in het ‘Wilde Westen’ alleen maar Duitsers tegen te komen?




Gedicht van de week 2|2016


Gerhard te Winkel 

Journalist, dichter, tekstschrijver, verslaggever en Dobbelslamkampioen 2015: alles in het leven van Gerhard lijkt in het teken te staan van woord en beeld. 
Een frisse kijk op zaken, waarbij hij over het randje niet schuwt. 
Gelukkig lijdt zijn zelfbeeld er niet onder.



NIET MIJN ZELFPORTRET

Ik lijk niet op mijn foto’s. Ik
Zie de afdrukken en denk:
Waar komt die glimlach toch
Vandaan? Dat spleetje tussen
Mijn tanden ken ik van de
Spiegel, maar kijk ik niet altijd
Gefronst, serieus en nadenkend?

Ik klink niet als mezelf. Ik
Herken mijn stem, maar verbaas
Me over de woorden die ik gebruik:
Beleidsklokdenken, netwerkborrel
En doelgroepcontentmanagement.
Sinds wanneer praat ik zo en
Ken ik zulke gelikte termen?

Ik lijk niet meer op mezelf.
Ik draag nu een overhemd en
Heb m’n haren gekamd. Diep van
Binnen verschuilt zich een opstandige
Puber met een leren jasje en paars haar.
Hij beukt op muren, schreeuwt zich
Schor, maar komt nooit naar buiten.



Gedicht van de week 1|2016

Marieke Rijneveld werd op 31 december door De Volkskrant uitgeroepen tot literair talent voor 2016. We bijten het spits af met een gedicht van haar hand. Binnenkort volgt op onze site een interview met haar.

DE DODEN

Opa zegt dat als je ouder wordt je een lagere stem krijgt omdat je hoofd gaat hangen
hij heeft vrienden gehad die geen jassen met kragen kochten, het schijnt dat het dan
nog sneller gaat, je nek in een accordeon verandert, niet langer meer wisseltonig.

Hij vraagt zich af hoe vaak mannen in hun leven hun adamsappel weg proberen
te slikken, of daar gegevens van zijn, grafieken van op welke leeftijd ze het opgeven,
onderkinnen verbergen veel maar nooit het wegslikken van de jaren.

Ergens gelezen: speeksel bestaat grotendeels uit water, eiwitten en
onverteerde verlangens. Er was een boer in het dorp die altijd een brok in de keel
had, niemand die hem vertelde over Adam en de appel die door gulzigheid bleef steken
of over het boeten van diegene die de geschiedenisboeken in wilde, dat narcisme
afkomstig is van narcis die niemand nodig heeft om zich te vermeerderen,
de gele trompetten zie je overal tussenuit steken.

Opa moest daaraan denken toen hij gisteren de koeien in de wei zag, die hebben
een brok ter grote van een liksteen, zie daar maar eens helder door te loeien.

Naarmate de tijd vordert raakt de mens in verval, veranderen armen in appelschillen
die zich naar elkaar toe krullen om alleen nog maar te kunnen omhelzen, schouders
hangen als levenloos vee aan een touw op de hooizolder, je zou kunnen zeggen:
er is niet altijd een klokhuis voor nodig om een rond geheel te vormen, een kern
kan ook uit de buitenkant bestaan maar wie maakt zich dan nog zorgen om het vruchtvlees?

Volgens opa is het goed om af en toe de dood in de ogen te kijken omdat ze op
een dag alleen nog maar staren, de wereld in gelatine veranderen en vaker huilen
omdat je het water van je bestaan op den duur weer moet inleveren, hoeveel procent
gaat er al verloren door een nacht lang tranen dempen? Hij streelt mijn wang en zegt

dat ouderdom lijkt op een jas die ooit gloednieuw was en nu mooi broos hangt te
wezen in een donkere kast en dat een hoofd pas weer geheven wordt wanneer het
de aarde raakt, dat er meerdere verboden vruchten in de mens verkeren maar het op
een dag toch wel weer verteert en je iemand voor het eerst zal horen zeggen dat je er mooi

bij ligt alsof alles om eten draait en God de begraafplaats als een bord dresseert