SLA|Avier

Stichting Literaire Activiteiten Avier

Gedicht van de week 53|2015


Week 53? We sluiten het jaar af met een tweeluikje van onze medewerker Jan Holtman, doch niet alvorens onze lezers een mooi 2016 toe te wensen!

Rijnkade

I
ze loopt niet, ze zweeft
hoeren noemt ze
madelieven

binnen is het best
gezellig, zegt ze
wijzend op de keet

ze lacht een traan  
in mijn oog en zet
dan de radio aan



II
hier rijden geen auto’s
hier doemen ze op

hier hangt altijd mist
wanneer het avond wordt

waar wit uit de mode is
en tosti’s troost zijn




Gedicht van de week 52|2015

Heidi Koren (1975) debuteerde dit jaar met haar bundel Gedachten over een mogelijk einde bij uitgeverij voetnoot. Een interview over haar en haar werk vindt u op onze site. Hieronder een proeve van bekwaamheid.


En meteen is het begonnen
terwijl jouw vingertjes worden geteld en
men van mij bloed en zweet veegt

Het aftellen naar de tijd
waarin dagen steeds langer worden
en slaap langzaam de overhand neemt

Als ik maar niet jou
maar jij mij, zoals het hoort
Alles, als ik maar niet jou 



 


Gedicht van de week 51|2015

Alexander Franken combineert een humorvolle kijk en lichtvoetige teksten met gitaarspel. Een optreden van Alexander is een ware aanrader. Het neemt je mee van liefde naar hoop, van schrik naar een glimlach, naar herkenning en soms een daverende lach. 
Van zijn hand verscheen in 2015 Binnenstadboogie, gedichten en liedteksten. Hieronder een voorbeeld van zijn kunnen: 
 

Er zijn sinds kort weer plekken vrij 
in kamers van mijn hart 
waar vroeger mooie meiden huisden 
de allermooisten van de stad 

zijn pasgeleden weggehaald 
en teruggestuurd naar huis 
mijn protesteren hielp mij niets 
geen ambtenaar gaf thuis 

wat hij had kunnen geven 
in kamers van het hart 
waar vroeger mooie meiden huisden 
de allermooisten van de stad 

hangen nu slechts enkel posters: 
per direct te huur 
voorzien van bed toilet en klein bassin 
betaling liefst per uur 




Gedicht van de week 50|2015

Van Rik Andreae (1950) verscheen in april van dit jaar bij uitgeverij Monnier zijn vierde bundel 'Omdat het vlamde'. Rik is lid van de Groninger Dichtclub en publiceerde in diverse literaire tijdschriften.


(zodat)


In China zijn de woorden kort,
zodat de gesprekken lang zijn.

Dammers kijken niet naar de stenen,
maar naar de lege velden (zodat)

Pechhond Geert roept om hulp (zodat)

Politici willen dat de aarde plat is 
en dan weer hol, maar altijd anders (zodat)

Mensen lijken steeds meer op mij,
of eigenlijk andersom, vooral
als ze oud zijn, met hun bloempjes
onderweg (zodat)

Zoals de toekomt het beste 
in een hoge hoed past, zo past 
het verleden het beste in een brievenbus.




Gedicht van de week 49|2015

Melvin Bonnet is liedjesschrijver. En zeker geen achterneef van Joop Visser.
Hij maakt belachelijk wat hij lief heeft , zijn publiek en komaf.  Op 9 januari is hij te zien en te beluisteren in het kleine kerkje te Gieterveen. 

Geboortebeperking

Toen ik uit moeder de wereld in gleed
In Drenthe in een plaggenhut
En ik mijn ogen opendeed
Toen begon mijn leven kut

Toen zij mij hadden gewassen
beukte ik mijn hoofd tegen de rand
want ik kwam ter wereld te Assen,
In de anus van Nederland.

Van alle dingen die op aarde bestaan
doet Assen het meeste verdriet
Mocht ik na mijn dood naar de hel toe gaan
dan weet ik alvast hoe dat eruit ziet

Ik zou nog veel liever zijn geboren
met een hazenlip of met hele rare oren
met zuurstofgebrek en een achterstand
dan hier in de anus van het land

Van alle bestaande mensenrassen
worden de lelijkste geboren hier bij ons in Assen
Ik was bij geboorte meteen al stuk
Een drugsbaby heeft nog meer geluk

Ik zou liever zijn geboren als een debiel
met een open rug, veel te vroeg en te fragiel
liever geaborteerd met een heggenschaar
dan geboren worden als een Assenaar



Gedicht van de week 48|2015

Lévity Peters is dichter, fotograaf en recensent bij Meander. Hier een werkje van zijn hand.


Bij een foto

Op de foto benen wijd slaapt zij
Het dekbed van haar afgegleden
Door niets bedekt

Als spiegelbeeld van de piemel
Van haar broer was door haar ma
Haar kutje miepeltje gedoopt

Doordeweekse manier gewoon
Je mond aan de spleet zetten
In één hap het vlees eruit zuigen

Uit ‘Vijgen’ van Lawrence D.H.
Alle vruchten zijn vrouwelijk
In hun schoot ligt het geheime

Zaad door hem geïnspireerd
Kreeg mijn penis zijn dubbele naam
En via Frederik van Eden

Doe K.J. de groeten schreef zij *
Of hij mij eens met rust wil laten
Ik moet nog kunnen plassen ook

Onuitputtelijk uitgelaten wreed
Geen van beiden spijt te kort
Was dat onmatige jaar geweest

Hongerig tedere zwetende beesten
Vleselijke geesten speels
Botsende lichamen voorbereid

Op de herhaalde ideale afzonderlijk
Beleefde little Big Bang uiteindelijk
Wint vrede altijd dacht zij

*Ruzie gemaakt met verongelijkt
Mijn man geneukt opnieuw
Ruzie gekregen hem afgezogen

Gedroomd over de Heilige Maagd
Die twee halve voortanden miste
Een dochter in haar armen

De hare las ik de volgende dag
Had gesmeekt blijf toch bij pappa
Of het loopt slecht met ons af




Gedicht van de week 47|2015

Manja Croiset is woord-, voordrachts- en beeldend kunstenaar. Ze is een dochter van Shoah-overlevenden. Ze kwam, als tweede generatie slachtoffer, op jonge leeftijd in de psychiatrie terecht. Daarover is ze op haar zestigste gaan publiceren. Over haar leven werd een film gemaakt door documentairemaker Willy Lindwer: 'Manja, een leven achter onzichtbare tralies'. Vrij naar de titel van een van haar autobiografieën. Tussen die tralies door steekt ze haar handen uit, met daarin woorden zodat de lezer geen toeschouwer meer kan blijven. 


TIJDSBEELD

eind jaren vijftig
zittend in de vensterbank
uitkijkend over het Leidseplein
was de wereld groot genoeg
trams rijden af en aan
’s avonds gefascineerd door de
aan en uitspringende lichtreclames
soms de sensatie van een
te water geraakte auto
’s winters het plaatje van
schaatsende mensen recht voor het raam
vlakbij bruist het uitgaansleven
een dronken man laveert om de
voorbijgangers heen
valt even later van de stoep
eens per jaar de baggermolen 
de wereld in een notendop 




Gedicht van de week 46|2015

Dames en heren, wijlen Jacob Peereboom, ingezonden door Kees Engelhart.



LIED UIT EEN BUSHOKJE

Voort voort met de triomf die altijd ruikt
De geur die zich nestelt in oude machines
Geef armen geen kans zo erg is hun gekrijs
Breng ze voortaan naar de knopenfabriek
Beleef de waarheid in juten zakken volg
Het touw dat hangt en trekt en breekt
Neem van ons de wonden af geef ze te eten
Maak ze rood of groen zoals ze horen te zijn
In de ogen van zilver gehaakte theepotten

Door nacht verzekerd van kromste bedoelingen
Die leiden moesten tot ontzetting van de 
Verdraaid kleine mollen zag men plotseling
God met zijn dwaze neus erbij staan
De handen om vele kleine landen
Geslagen 
Zijn angst voor de kleine machines
Is toegenomen 
Er begint mensdom uit te druipen




Gedicht van de week 45|2015

Martijn van der Klooster (1971) is een jong gestorven dichter. Hij stierf op 29 maart 2004. Zijn graf met gedicht is te vinden op de begraafplaats in Pieterburen. 
Wij danken zijn broer Marc voor de toestemming tot publicatie.

De rust.

Rust maar,
rust in de avond
als de uil zijn ogen opent
en de gele flits
in zijn ogen schijnt-
de wijze uil. Het kan en mag?
Ja. Ik zal waken
in het licht van de maan.
Ik kweek mijn eigen paradijs.
Nu red ik het wel.
Ik ben weer bij mezelf.




Gedicht van de week 44|2015


Veelschrijver Leen Raats (1984) komt uit Antwerpen en woont in Hasselt. In 2013 verscheen haar poëziedebuut, 'Spoorzoeken' (eigen beheer). In 2015 volgde 'Barst', een bundel kortverhalen (Uitgeverij Liverse). Momenteel werkt ze aan een roman, een dichtbundel en een kortverhalenbundel. Leen is ook freelance copywriter en journalist.


Sint-Hubertusplein, Runkst 


Op het plein waar ze niet opgroeide 
kijkt men elkaar op maandagochtend 
over dunne schuimkragen 
slechts zelden in de ogen.  

terneergeslagen mannen wachten 
op de bus, vrouwen met kleine hondjes 
en trolleys vol afgeprijsd kattenvoer.  

een dakloze praat oeverloos 
tegen een vuilzak en de meeuwen 
schreeuwen niemands naam.  
zij drinkt goedkope porto 
op een te vroeg uur 
in geen gezelschap.




Gedicht van de week 43|2015


Delia Bremer schrijft vanaf haar elfde levensjaar. In 1992 debuteerde ze met de bundel Hemelkind. Samen met Ria Westerhuis schreef ze de bundel Minnezinnen, Drentse erotische gedichten. Het werd zowaar een succes. Wankele woorden, halve zinnen en na elke punt een nieuw begin.

ik had een voetstuk 
gemetseld
rots op steen
steen op rots
sterk & stevig
krachtig genoeg
om samen op te staan

op naar geluk

jij voelde los zand
verwijderde al het voegwerk
brak steen van rots
rots van steen

samen voor geluk
bleek niet te gaan 

ik had een fundament
nu sprokkel ik grint
tussen steen en klei

sprokkel ik grint
tussen steen en klei

nu moet ik alleen zien
recht overeind te blijven staan



Gedicht van de week 42|2015


Ria Westerhuis (Oud-Avereest, 1959) schrijft sinds 2004 gedichten, liedteksten en verhalen zowel in het Nederlands als in de streektaal van de Reest. Ze publiceert in diverse tijdschriften. In april 2009 kwam Minnezinne uit, een bundel erotisch getinte gedichten, die ze samen met Delia Bremer bij Stichting het Drentse Boek uitbracht.


Meester

Schilder mijn nacht
met een bries als penseel
met halfgesloten ogen
en een rug vol graagte
zeg me 
waarheen je morgen reist
als jouw twijfelende hand
niet meer geneest
alleen nog in het donker
slapen wil tussen
geurende lavendelaren
zeg me dat je mij niet mist
als ik vliegen ga vannacht
het doek verlaat
zonder jouw mandaat
om de einder te zien sterven




Gedicht van de week 41|2015


Gerard Nijenhuis (1932) publiceerde diverse bundels en romans, zowel in het Nederlands als in het Drents. Veen versus zand in Drenthe… Hoe zat dat ook al weer. In het gedicht Het veen uit de bundel Land in zicht verwoordt hij het fraai.

Het veen


Zo lang hing over dit land een schaduw
van vergetelheid: De stilte van het veen,
het zacht vergaan van planten. Daaromheen
veel water en een vogelkreet die ruw
de stilte openscheurde. Totdat er turf

gedolven werd en volk van overal
zich vestigde: Smeltkroes van talen
en geloven. Armoede langzaam te boven,
ontstond – o ironie – langs rechte wegen land
dat meer opbracht dan ’t oude trotse zand.




Gedicht van de week 39|2015


Miranda de Haan schrijft, dicht, performt, bestormt. Sinds 2013 is zij organisator van sPEAK, podium voor schrijvers, dichters & songwriters, in Capelle aan den IJssel. Het liefst bereikt zij haar publiek rechtstreeks, vanaf het podium - desnoods met oorverdovende middelen. Voor wie niet luisteren wil, schrijft zij kort proza, wat langer poëzie en ondertussen werkt ze noest aan haar debuut, een novelle. Tevens is ze de eerste Stadsdichter van Capelle aan den IJssel. 


Paaszondag

zij had boodschappen moeten doen
ten minste eieren
een tosti is geen avondeten

het is weer zo laat
bij de buren en hij
is er ook vandaag
he-le-maal klaar mee

dat werd dan tijd — fuck
de koffie is óók op.
ik open de gordijnen het regent en ik leeg de asbak en ik
sluit het raam

hij schreeuwt nooit ik hoor alleen haar het gaat
weer uren duren
ach misschien belt iemand de politie eens
een keer te laat

ik pak de asbak en ik sla hem
tegen de cv
dat wilde vroeger
nog weleens helpen
maar nee.





Gedicht van de week 38|2015


Rob Rosendahl is stadsdichter van het Oldambt. Op 9 januari zal hij te zien en te beluisteren zijn tijdens het Zand & Veen poëziespektakel in het kleine kerkje te Gieterveen.

met moeder onderweg

halverwege uit de tram en lopend door de stad
bij vele ramen keken we naar binnen
welk bankstel, stoel of kast, ja welk behang
wij graag 
in onze kamer zagen
we stelden samen 
maar we ruilden met gemak ook weer
de kasten in, de lampen, we liepen toch
door meerdere straten
onze rijkdom zat hem in de wens

èn we gingen op visite



Rob Rosendahl




Gedicht van de week 37|2015


Dames en heren, Jean Pierre Rawie en Geluk!

GELUK

Je hebt je dagen onbedacht verdaan;
er kwam altijd een nieuwe herfst na deze.
De meesterwerken die je nog moest lezen
kon je wannéer je wilde openslaan.

Je schoof het leven op de lange baan,
want wat er was, zou er ook morgen wezen,
je werd alleen maar ziek om te genezen,
je had de tijd, er kwam geen einde aan.

Weet alle dingen maar eens van tevoren:
het ging met jou zoals het elk vergaat
die voelen moet, omdat hij niet wou horen.

Je nam geboden kansen slecht te baat
en hebt tot slot het minste deel verkoren,
en het geluk komt karig en te laat.




Gedicht van de week 36|2015


Bart FM Droog is dichter en onderzoeker. Wat dit laatste zoal inhoudt, leest u in een interview op onze site.


MEN MOET

Men moet niets dan adem halen
of brengen naar daar waar het van
een stikken is, in dorre oorden 

vol moord, brand en tomeloze
gekken met heilige boeken
die geloven in waan en woorden

van verzonnen wezens en
hun profeten die ons leiden
naar greppels vol bot, tranen en pus

men moet niets dan blijven vechten
voor het recht van elk mens op lucht
en water en het zeggen van: 'hé'!  



Gedicht van de week 35|2015


Van Anne Vegter, Dichter des Vaderlands, verscheen in 2011 de bundel Eiland berg gletsjer. De bundel werd genomineerd voor de Ida Gerhardt Poëzieprijs en de VSB Poëzieprijs en onderscheiden met de Awater Poëzieprijs 2012. In een interview op onze site spreekt ze openhartig over haar ambt en de bundel. 


Hier openen


Ik heb een inkomentje van niks,
liefste, iets voor ouden van dagen.
Uit mijn broekje hangt een sliert
want moeder fokt, je moeder fokt.
Ik had een moeder die op zoek was
naar een bekendstaand psycholoog.
Ik hielp haar zoeken, zoekende
word je alleen anders dol. Werken,
tweede onderwerp. En mijn rug
was niet zo sterk. Wat doe je liefste,
als de mannen je willen. Eentje kwam
maar half, eentje bracht het tot vader.
De resten heb ik uitgekotst. Het was
een kwestie van dagen. Nu lig ik
op mijn moeder en gek van verdriet
zoek ik een ouder voor mijn kind.
De brief moet naar mijn zoon.




Gedicht van de week 34|2015


Guuç Mulders, woont op Zuid-Beveland. Sinds 2012 publiceert hij elke vrijdag - wind en weder dienende - een gedicht op Facebook. Hij probeert nieuwe manieren van publiceren, zoals bundels in een oplage van één, twee of drie exemplaren, gedichten op plexiglas, gedichten op houten pallets (branden erg goed) etc. Zijn werkelijkheid is 'patafysisch.

het heeft niet aan een vraag gelegen
en ook een antwoord
deed niet werkelijk ter zake
alleen een wegaanduiding deed er toe

een bestand aaneen gesloten en geverfd
in opzienbarend evenwicht 
van kleuren en gezelschap
aanvankelijk en volkomen tegendraads

verwording in een uitkomst van de tijd 
begripsbepalend voor een kijker
terwijl een luisteraar alleen behoefte voelt

tegengesteld als in een eigen spel
draden die gespannen lijken maar afwezig
en uiteindelijk is de horizon bedacht




Gedicht van de week 32|2015


Maarten Buser is neerlandicus en recenseert zo nu en dan voor Awater. Momenteel schrijft hij aan zijn debuutbundel.  

Een stek

Zo gaat het: terras, terras, eten halen,
en is er aan het eind van de week geld over,
dan bioscoop, anders tv. Ik weet nog goed
dat ik iemand mee mocht nemen op vakantie
Hij had nooit eerder de zee gezien
Elke avond werd ik wakker als hij het trapje
naast het stapelbed beklom. Op de laatste avond
zei ik: ‘zo kan het ook’, gooide een steen in het water
die niet bleef stuiteren. We liepen samen terug
De hele nacht lag ik wakker. Terras, terras, eten halen




Gedicht van de week 31|2015


Jolies Heij steekt haar nek regelmatig uit. Zo bestierde ze in 2010 en 2015 de halve finale Poetry Slam, liet ze iedereen achter zich bij de 'Kopfnusslesebühne Bonn' 2012 en publiceerde ze de bundels 'Groot rood hart' en 'Honds genoegen' samen met Frans Terken.
Uit eigen naam verscheen in 2014  'Door regen en stralen'.
Dat ze haar inspiratie bij dwazen, dronkemannen, verliefden en andere verdwaalden haalt moge duidelijk zijn. 


Stilleven met ongedierte

Je bent een troubadour in je nadagen:
boog je vroeger heel hoofs het hoofd
voor haar, bespeelde haar tot in den
treure, liet het rondzingen. Je trok

van lijf naar lijf tot je balboekje vol
was en de handkussen op. Je liet een
glimlach staan, deed alsof je het
hart had voor een plaats op de eerste rang

omdat een dichter nu eenmaal niet zonder
kan. Nu hoef je geen gezicht meer te dragen
geen jaspanden meer te strijken of hielen
te likken. De viagra is ook wel uitgewerkt.

Je bent dit naakte vel vol bederf met nog 
een greintje tederheid. Je raakt ballast
kwijt. Het hemelbed dat krakend
wacht. Je hebt de kakkerlakken vertrapt.




Gedicht van de week 30|2015


Tijs van Bragt (1985) is dichter en woonachtig in Zeeuws-Vlaanderen, waar hij jaarlijks De Avond van de Poëzie organiseert. Eerder verscheen zijn werk op internet, in bloemlezingen en in de poëziescheurkalender van Gerrit Komrij. In 2012 verscheen zijn bundel Alles is in mij.
www.tijsvanbragt.nl 

Zonder titel

koos ik de zee 
dan zou ik schuivend over aarde vloeien
koos ik de aarde
dan zou ik buigen over wat de zee me gaf:

spoelende hemellichamen
zeevrucht wordt landdier - 
landdier mens 
tot stof zien vergaan

tussen zee en aarde
de zee kiezen
mezelf afstoten, opheffen
flüssig werden



Gedicht van de week 29|2015


Vertrapt en vernedert? Een poète maudit? Dames en heren, houd u vast aan de takken van de bomen: Koenraad Goudeseune!

Piëta 

Dit is mijn hoeveelste begrafenis? 
Er zijn, in mijn leven, mensen gestorven
die het qua belang niet konden halen
bij de dood van mijn ouders.

Ik ben een man met een week gezicht
dat bij mijn professie past als een worst
in zijn darm: ik ben een Vlaamse dichter.
Over mijn broer, die ook gestorven is,
heb ik alleen maar enkele notities gemaakt.

Hij overleed als tiener en mijn moeder,
die niet veel later zelf dood zou gaan,
wou in zijn kist het kindje Jezus
dat ze met een keukenmes uit de armen
van de Heilige Maagd had gewrikt.

Het geamputeerde beeld van de Madonna met kind
kwam na de dood van mijn vader in mijn bezit.
Het staat, onder een globe, op mijn schoorsteenmantel.
Niemand had er interesse in.

Ik moet mensen die bij mij op bezoek komen
altijd duidelijk maken dat ik niet gelovig ben,
maar dat je in het gips nog de sporen ziet
van een moeder die rouwt om haar dode zoon.




Gedicht van de week 28|2015


Martin M Aart de Jong is een dichter zonder ronkende biografie. Als de woorden het niet doen moet je met cijfers gaan werken. Dan ben je bankier. Het overlijden van HH ter Balkt en de recente aardbevingen in Nepal schudden hem wakker. Meer dan ooit richt hij zich op de aarde.

De woorden, de jaren


Dank jullie wel zeg ik vrienden het valt niet mee de tijd te dragen
en de jaren te plooien met de wallen onder je ogen om lachrimpels
weg te wrijven met een volgende ochtend om uit te kijken naar
een horizon waarop in grote letters “ware liefde” staat geschreven
Dit jaar, het houdt maar niet op, begon de aarde te beven en ik

dook daarop alsof het mijn schuld was dat alles als in een gedicht
van Ostaijen plat lag. Voor straf. Ik zeg, laten we er niet teveel
woorden aan vuil maken. De dood loopt langzaam met ons op
in de avond, de zomer hurkt neer in de struiken maar kan ieder
moment de ruimte nemen en de temperatuur opmeten en verhogen.
Laten we deze stad maar eens heel houden. De dagen poetsen
met een zachte doek ons verlangen verdrijven door te kijken
hoe alles blijft veranderen en wij waaien straks langzaam weg.




Gedicht van de week 27|2015


Hans van Willigenburg (1963) publiceerde de bundels 'Objectief Verzuipen', 'De functie van Finland' (beiden De Contrabas) en 'Informatiewaarde nul' (Uitgeverij Douane). 
Diverse gedichten daaruit werden opgenomen in bloemlezingen. Naast dichter is hij journalist, redacteur, columnist, spreker en hoofdredacteur van Stadslog Rotterdam (@Stadslog010).

DISSIDENT

Wat ik tot dusver heb gedaan met mijn leven is weinig,
ik heb het niet op straat gegooid,
niet geslagen,
niet geaaid,
niet één keer nauwkeurig bekeken.

Ik houd mijn handen thuis en sluit bij voorkeur mijn ogen.

Wat ik tot dusver heb gedaan met mijn leven is weinig,
nee schudden,
zuchten,
steunen,
uitblazen van niets,
daar ben ik grotendeels mee bezig geweest.

Ik behoor bij uitstek tot de mensensoort
die men oproept te ontwaken,
ter verbetering van het één of ander.

Met het leven weinig doen
is iets waarvan ik merk dat anderen dan ik
zich er ongemakkelijk bij voelen.

Aangezien ik niet van plan ben me ongemakkelijk te gaan voelen
ga ik gewoon door
met het leven weinig te doen.

Ik zeg: laat het maar een opdracht voor die anderen zijn
hun gevoelens van ongemak te leren beheersen
terwijl ik mijn leven alweer niet oppak
hangend in een stoel volle dagen
naar iets staar
waarvan ik niets verlang

het minste een droom of idee waaraan ik zou kunnen werken.




Gedicht van de week 26|2015


Rense Sinkgraven is dichter en denkt, wanneer hij een matroos ziet, aan Reve.


Wanneer ik een matroos zie, denk ik aan Reve

Een ranke matroos paradeerde onder de platanen,
verlegen blozend, voorbij de Kale Jonker.
Blinkende pet, blauw pak met gouden strepen.

Gerard mat de Meedogenloze Jongen
met zijn kennersblik. Gelegen in een kist zoude hij
het best tot zijn recht komen, zeide hij.

De matroos schreed over het zebrapad, trots
toonde hij zijn wrede billen, strak zijn torso.
Een hete julidag, dacht Gerard.

Laten wij nog eens waarlijk klinken op de Maagd,
die Hoer en Moeder is. Ik wil mij laven aan Zijn
Begeerlijke Geheime Opening. Red mij.

Toen was hij verdwenen, de Jongen die ik zag
te Groningen. Zijn liefdestelescoop ten hemel gericht.

Niet mijn, Uw wil geschiede.




Gedicht van de week 25|2015


Biografie


Abdelkader Benali is een literaire duizendpoot. Naast het schrijven van romans, toneelstukken, artikelen en recensies is hij ook literatuurcriticus. Als tv-presentator bekend van 'Benali boekt' waarin hij bekende Nederlandse schrijvers interviewde. Minder bekend om zijn gedichten, wat jammer is, want ze hebben een tijdloos karakter. Hieronder 'Ik ben niet gevlucht om in dit land' uit 'Gedichten voor de zomer'.


Ik ben niet gevlucht om in dit land
Ik ben niet gevlucht om in dit land een
Karikatuur te worden. Als karikatuur werd
Ik in eigen land vervolgd. Tweedimensionaal
Zou ik het ook goed doen, maar ik kijk wel

Uit. Het publiek weet wat er op het spel 
Staat. Al mijn werk gaat over liefde. Ook
De haatpassages. Als een kat verdedig
Ik me. Gij zijt decadent en ik eroverheen

Met goedemorgen. Dat vindt u lekker
U laat zich graag mishandelen door een
Vent die u niet kent. Nu bent u een karikatuur
Ik snap de charme ervan. Maar uw aandacht

Is liefde. Ik ben decadent. Nu mag u slaan
Pak aan. Het is ook aan u de beurt.


Abdelkader Benali



Gedicht van de week 24|2015

Akim A.J. Willems (1974) is schrijver, podiumdichter, kunstenaar, student aan SchrijversAcademie van Antwerpen, organisator (onder andere van DICHTERS bijten niet!, de Dag van de Stadsdichter & het openluchtpoëziefestival Poëzie in de Pastorie). Vanaf 2012 tot 2014 was hij de allereerste officiële stadsdichter van Bornem.

NEVADA 
 
ze zeggen stof aan de knikker
in de zwartrotswoestijn
ze zeggen 122° fahrenheit
geen druppel ze zeggen regen gans het jaar
& geen greintje labberkoelte
zeggen ze
om je wikkelhart es bloot te leggen 
 
ze zeggen zand in de boter
in de dode vallei
ze zeggen boter aan de galg
aan de gijnbalk zeggen ze die grimmig glimt
& je bittertong
ze zeggen
slik je best in



Gedicht van de week 23|2015

Stella Bergsma: love her or hate her. Als zangeres van EinsteinBarbie berucht, bekend van de term 'Sletvrees' die in 2014 in de VanDale werd opgenomen, en, in haar eigen woorden, binnenkort titelhouder van 'het eerste goede boek geschreven door een vrouw'. Haar debuutroman verschijnt dit jaar bij van Nijgh en Ditmar. Tot die tijd doen we het hier met 'op het strand' uit haar poëziebundel 'Cupcakes': 


Op het strand

Toen je belde dat je op sterven lag, verstond ik 'op het strand', dus 
ik ging niet langs en zei 'veel plezier'. Ik denk dat ik daar goed aan
deed, want later bleek het heel druk te zijn geweest bij je sterfbed
en ik gooi altijd alles om. Bovendien ben ik geen prettig
gezelschap. Ik hoop dat je inderdaad veel plezier hebt gehad en de 
volgende keer moet je iets duidelijker spreken aan de telefoon. 



Gedicht van de week 22|2015

Marjolein Kats is schrijver, webredacteur, blogger en reisleider. Ze publiceerde eerder in Deus ex Machina en Gierik & Nieuw Vlaams tijdschrift. 


De geografie van ongedane zaken 
 
Wanneer vanachter geolied rookgordijn het bulderend stembanden 
verschraalt, trapt je gedaante ongecontroleerd contouren scherp 
in kasten porselein. 
Ongeordend raspen gloeiende motoren, rommelt op een oude Puch 
langs godvergeten oorden, waar de aarde slijk is, struin jij door 
sussende woorden waarvoor oorschelp onbekend is. 
Ze moorden, moorden 
tot het diepste braak ligt op een godverlaten kille plek, een 
drekkige parkeerplaats langs een kringelende weg op de kaart van 
omnivoren. 
Het valt uiteen in op te bouwen oergeschal, doemt op uit een 
verweesd verval in nachten, 
nachten als een feniks danst op fantjes en ephaedra. Hij waadt 
door stugge olieplas, klemt pekkig aan de benen vast. Je vlees 
verzwaart als walvis, dekt je in doeken mat doordrenkt al 
vloeibaar op het zand. 
Je ligt er log te wezen, 
loos in tijd. 
In een ruststand plet je waken tot een zielloos tijdverdrijf. In 
ziedend lek ontsteekt de druppelende olie. 
Je raakt van huis over landkaart weg, racet lallend naar een 
roversplek. De baarden door de jaren worden met teer beschonken 
haarden die bol staan van de hitte. 
Hier brandt de geografie van ongedane zaken. 




Gedicht van de week 21|2015


Jesse Laport (1991) verscheen in verschillende verzamelbundels en tijdschriften, op muren en servetten. In zijn werk verlangt Laport terug naar de tijd zonder beeldschermen en spuugt op draaiorgels en bontkragen.

We zouden niet met plastic terug naar huis

Je vroeg of we dan nu tot
friends with benefits
waren gedegradeerd
en omdat ik dat juist vooruitgang vond
heb ik toen gelachen

het was vooral de zaterdag
waarop we mooi waren
ik liep op regenlaarzen
jij met twee linnen tassen
om je schouder
we zouden niet met plastic terug naar huis

we twijfelden tussen houdbaar en natuurlijk

aan het einde van de week zouden we iets drinken
maar alleen de kroeg voor swingers was nog open
‘je kan wel nee zeggen, maar ik heb een sleutel’
zei je, en maakte mijn bed zo weer van ons

ik betrapte mijzelf erop dat ik je versierde
alsof de kuip met vers vlees was aangevuld
‘kijk niet zo naar me’
zei je, en je bloosde (of misschien was dat de drank)

en omdat ik dat juist vooruitgang vond
heb ik toen gelachen





Gedicht van de week 20|2015


Punk is al een eeuwigheid dood, Elvis & God ook, maar Freddy Nekkers leeft voort, soms vrolijk, soms minder vrolijk. Hij publiceert zijn gedichten nu en dan her en der en draait tijdens voordrachten menig zaaltje dol, gewoon voor de lol, want waar anders voor in hemelsnaam?


JOEY RAMONE

vannacht verscheen aan mij
in mijn slaapkamer zingend
“You should never have
 opened that door...”
Joey Ramone

u zult zeggen
dat kan niet
die is dood
die brandt in de hel
maar ik zeg u
het kan wel
‘k zag het zelf
zong jubelend mee

anderen onder u
o zo beschaafd 
dichtersvolk
zonder besef van
klootjesvolk 
willen vast weten
wie was ie
die Joey

tot u zeg ik
zoiets als heer Lucebert
maar dan compleet
anders totaal niet 
te vergelijken




Gedicht van de week 19|2015


Geert Loman is stadsdichter van de terrassen in Assen. 


Parallellen 

We gaan, de ruimte is groot
we blijven vlak bij elkaar
we willen praten
maar wat we elkaar te vertellen hebben
weten we al

want al vanaf het begin,
het nu vervlogen, vergeten begin
is alles hetzelfde
in onze dromen ontmoeten we elkaar
houden we van elkaar,zijn we compleet

geen van beide gaan we ooit verder
dan in de ander en in onszelf.



Gedicht van de week 18|2015


Met 'Niet het moment maar het nagonzen'  debuteerde  Dien L. de Boer in 2014  bij uitgeverij Palmslag. Eerder publiceerde zij o.a. op de digitale bibliotheek van de Nederlandse Letteren
en in Het Liegend Konijn. Woont en werkt nu in het Friese Exmorra, waar ze
Dichter op de Deel organiseert, het enige poëziefestival onder de balken van een 
stelpboerderij, www.dichteropdedeel.nl 
 

WACHTEN

letter aan letter geslingerd op gevels
wibra, sleutels klaar terwijl u wacht
pruiken wave- en vlechtharen
gehaaste benen over het trottoir
op een dag een rood-wit markeerlint 
dat me op deed zien van wat ik aflegde
met honderden racend
tussen liefde en werk

maandagen hadden zich aan dinsdagen
in gedachten heen aan de volgende terug 
gepeddeld in stromende regen soms  
in de zon in miezer 
hadden zich Linnaeusstraat hoek Oosterpark
en twee november 
op die donderdag 
aan elkaar geregen 

agenten hielden ons staande  
op de trambaan lijn negen op rijstroken auto’s 
op die dag kwam de samenhang van de straat
tot stilstand verzamelden zich mensen 
op het fietspad naast de groene afvalbak
daar vond een mes een geloof een misdaad 
werd een naam 
vast aan een andere geschreven 




Gedicht van de week 17|2015


Jelle Jan Klinkert was van 1976 tot 1990 redactiemedewerker van Trouw, de gezondheidszorg als aandachtsgebied. Hij schreef een tweewekelijkse column (Lijf en leden) daarover en talloze boekrecensies. 
Drie boeken verschenen van zijn hand:
‘Macht van artsen, een bezorgde verkenning van een professie’ , Inleiding in de medische sociologie en het  proefschrift ‘Verloskundigen en artsen’ 

Gedichten verschenen in 'Schoon Schip’ en in ‘Meander’ en nu hier, als weekgedicht.


Op de snelweg 

Links werd ik ingehaald
door de werkelijkheid.
Een vuige leugen trachtte mij
rechts te passeren.

Soms ging ik op mijn rem staan
om beter zicht te krijgen
op hen die mij voorgingen. 

Na Baarn slaakte ik
mijn banden en vloog verder,
laag over het asfalt.

In Amersfoort verschanste
ik mij achter schermen van geluid.

Daar liet ik mij langzaam 
vollopen.

Alles weer normaal.


 


 

Gedicht van de week 16|2015

Kate Schlingemann is gastredacteur voor het herfstnummer 2015 van Avier.
Ze schrijft boeken voor de jeugd en debuteert binnenkort met een bundel gedichten voor grote mensen.. 

mag ik

mag ik je landschap zijn
begroeid met vergezichten 

en de achtergrond waartegen 
jij zo mooi af zou steken 

het duin, je zee, verhalen
die in alle schelpen zingen

en mag ik alle bruggen zijn
die je gaat oversteken

en aan de andere kant jouw hand
die mij trekt over strepen
 


 


 

Gedicht van de week 15|2015

Luuk Wojcik stond in de halve finale van het NK Poetry Slam. Wij denken dat er nog vele finales zullen volgen.


OP EEN PLEIN 

Dit is hoe een auto
langzaam voorbij rijdt 
met zoekende ogen achter de ruiten: dreigend, ’s avonds.
Een plastic zak is een autoraam.

Er staan bomen meer dan bankjes.
Er is altijd wel wat, er zijn hier tradities.

Hier loop je alsof je ieder moment een traptrede tegen kunt komen.
In een razend tempo groeien de stenen.
In een situatie vlakbij een casino schreeuwen mannen naar moeders.

Azuurblauwe neonletters van het hotel verlichten de gezichten
van de minderjarige meisjes in de nachtwinkel.

Op de achterliggende weg zoeft een brommer voorbij.
Ik steek mijn arm uit, en maak van mijn hand een pistool, volg hem ermee,
maar ik heb niets in mijn lichaam wat op kogels lijkt.

 


 

Gedicht van de week 14|2015

Else Kemps (1995). Something else: jong talent dat het klappen van de zweep kent.


JE WORDT NIET THUISGEBRACHT


wat we gaan doen is allang geen verrassing meer.

we vieren het volgende: het feit dat we fysiek in staat zijn tot neuken
door anderen te neuken en het X-jarig bestaan van een stad
door er nooit meer terug te komen.

alles kan kapot en wat kapot kan heeft het recht niet
heel te zijn. onder dat motto zullen er dingen vallen:
meisjes voor mannen die met borderline in plaats van cadeaus zijn gekomen
en iets dat nog van iemands moeder is geweest.

op de keukenvloer wordt collectief verraad gepleegd 
jegens het gevoel voor humor. 
tussen neus en lippen door verklaar ik mijzelf pijnseksueel 
en raak ik godsgruwelijk geil van alles wat me afwijst.

iemands moeder schiep een schroothoop
en noemde hem de achtertuin,
dat is waar we slapen.

er zal één kamer zijn waar niemand kotst.
daarin maken we elkaars beloftes waar 
ter compensatie:

ik heb mij er lief zoals ik
nooit gedaan heb, naast mij
steekt degene die me op een nacht vergat
zijn eigen schoot in brand.

 


 

Gedicht van de week 13|2015

Theo van der Wacht publiceerde door de jaren heen in tijdschriften als Yang, Poëziekrant. De Brakke Hond, Maatstaf, Pandora en Extaze. Vanaf heden ook hier.

Verzwijgen


 

Wil het stilletjes ondersneeuwen
Voluit betekenisloos witte vegen


Met geen winterwoord te verven
Door geen oogwenk in te perken

Niks dan niets wordt er vergeven


Hartklop adem matglas doorkijk

Hoor hoe die het ook verzwijgen

 


 

Gedicht van de week 12|2015

Marjon Zomer, 1972, schrijft poëzie, proza en columns.

Ze debuteerde in 2010 met de poëziebundel 'dat wel' bij uitgeverij Kontrast. 

Voorts is ze dit jaar gastredacteur bij SLA | Avier en presenteert het zomernummer in Arnhem.

 

in het donker langs de Rijn

zie je de steentjes niet liggen

een binnenschip trekt zwarte rouwranden

dit is een stad om door te varen

 

op de kade een vrouw in een jumpsuit

haren die gewassen misschien nog

ergens hadden kunnen aanhaken

hier zijn geen dukdalven

 

klinkers klinken harder met hakken

je kunt je omdraaien

je kunt weglopen

geluid bestaat alleen als je in de buurt bent


 

 

Gedicht van de week 11|2015

Nelleke Lamme den Boer verzorgde zaterdag 7 maart in Harlingen een fonkelende voordracht t.b.v. de  Avier bloemlezingpresentatie

 

Radeloosheid om zoveel deeltjes die niet passen

in een systeem van te veel schroeven, geen moeren,

geen houvast, geen draadkracht, geen bodemplaat,

geen pijlers van verstand of grenzen van beton, een

hoofd vol omgekeerde emmers woordlast, duwende

verbanden, uitgedroogde elastiekjes, juichende durfal

metaforen, grijze gebieden in blinde vlekken, geen

voor- of achterkant, geen ondersteboven want waar

boven is lacht onder mee of is het andersom.

 

© Nelleke Lamme-den Boer 

 


 

 

Gedicht van de week 10|2015

Voor wie het nog niet wist:

Wanneer je een vrouw voor jezelf krijgt door  Kees Engelhart!


 

WANNEER JE EEN VROUW VOOR JEZELF KRIJGT

Wanneer je een vrouw voor jezelf krijgt wordt heel je
Wereld anders 
Vrouwen zie je niet meer als voorheen
Je leert dingen van vrouwen kennen die je nooit
Eerder geweten hebt of zelfs maar vermoed
En je verlangt naar de dag wanneer je een
Vrouw voor jezelf krijgt

In al je dromen over die dag kleedt de vrouw die je
Gekregen hebt zich in de avond op de rustige en
Halfduistere slaapkamer uit na de lange zware
Werkdag of in het weekeinde
Op de rand van het bed gezeten kijk je naar de
Bewegingen die zij maakt naar haar vormen en
Het schaarse licht dat over haar voorhoofd valt

Je weet nu al hoe kalm en opgewonden je hart
Slaan zal vanwege de begeerte die God je geschonken
Heeft en waarvoor je hem geweldig dankbaar bent
Die dag zul je de ontzaglijke gulheid van God verder
Voor altijd in je hart bewaren
Daar ben je nu wel heel zeker van

Andere vrouwen zullen heel anders zijn dan 
Zij ooit zijn geweest wanneer zij beseffen dat je een 
Vrouw voor jezelf gekregen hebt
Ze zullen begrijpen dat je een man geworden bent
En iemand om voortaan rekening mee te houden

Sommige vrouwen zullen je in het vervolg met 
Argwaan tegemoet treden
Andere vrouwen zullen alles in het werk stellen
Om je te bewijzen dat zij begeerlijker zijn dan de
Vrouw die je gekregen hebt
En die vooral moet je behoorlijk in de gaten houden
Al de tijd die je nog rest
 


 


 


 

Gedicht van de week 9|2015

Peter Holvoet-Hanssen, ongepubliceerd, uit ‘Gedichten voor de kleine reus’, verschijnt najaar 2015 bij Uitgeverij Prometheus, Amsterdam

 

 

Oorvedel

 

 

En dat is vijf –

 

 

speleman vijf snaren kwijt blijf spelen uit de tijd

kattenregen is de baas niet dichter of gedicht

 

 

 

 

tjirp voor de verlamde kikkers in het bunzingnest

‘als het oude beest der liefde aan de takken kleeft

de maan het licht aan het einde van de wolken weeft’

sis ‘wat haar ontroert is sneeuwbloesem rood appeltje’

koel de warme melk-konjak en doe de blinden toe

 

 

 

 

blauw de dode kinderen de zure roomlucht moe

 

 

 

 

reus is opgestaan

                             stijgt uit zijn graf

                                                          keilt mensen weg

 

zes en dat is zeven

                              draai ze rond

                                                    en trap ze plat

blijven graaien

                         in de armenton

                                                  de dorst die lest

 

 

 

 

Knik het hoofd –

 

 

blaas de sterren uit en sleep ze naar het zwarte gat

‘als het oude beest lyriek tot zuiver smeersel zeeft’

weet gij dat de reus hij komt

                                               gij zwijgt en ik zingzeg

 


 

© Peter Holvoet-Hanssen, ongepubliceerd, uit ‘Gedichten voor de kleine reus’, verschijnt najaar 2015 bij Uitgeverij Prometheus, Amsterdam


 


 


 

Gedicht van de week 8|2015

De bundel Vlinderslag (Atlas, 2013) van Piet Gerbrandy won de Jan Campertprijs en was genomineerd voor de VSB poëzieprijs 2015.  

Wat mag je van me vragen voor je opgeeft?

 

                Bied ik voor je kruipslag woelig water

                               klop ik het schuim voor je opkomst

                               spit ik je grondige moestuin

                               timmer een til voor je sprekende duiven?

 

                Vorm ik thermiek voor je priemende bede

                               vangnet voor koersval en stuik

                               en zalf op wat beurs en geschaafd is?

                Roffel ik mot op je tentdoek? Molgroet onder je slaapmat?

 

                Ben ik voor tranen het kussen

                               balein voor je moedige borsten en fuik

                                               voor je gluipende doodsangst?

                Spiegel ik je adem? Kanarie in de mijnschacht van je huid?

 

                Was ik soms die zwerfkei langs je bergpad

                               waarop je even uitrust

                               over stroomdal uitziet en kalm vaststelt

                                               dat dit het was?

 

                Opvallend is de weinig nadrukkelijke aanwezigheid van vogels. 


 


 

Gedicht van de week 7|2015

Martijn den Ouden (1983).

 

Zijn poëziedebuut Melktanden verscheen in 2010 bij uitgeverij Em. Querido, gevolgd door een tweede bundel getiteld De beloofde dinsdag in 2013. Er wordt aan een nieuw boek gewerkt  


 

er rijdt een witte Mercedes in de branding

niet een ridder te paard
niet een ridder
niet een paard

een witte Mercedes rijdt in de branding

wij wuiven de Mercedes in de branding toe
met witte servetten

alleen IJsbrand wuift met een rode lolly

hij heeft ook het langste haar van ons allen
het reikt tot zijn onderrug

nooit zagen wij IJsbrand wuiven met een lolly
het servet waarvan hij het gewoon is om mee te wuiven
is het servet van zijn wijlen vader

en

uitgerekend

nu de witte Mercedes in de branding rijdt
wuift IJsbrand met een rode lolly

 


 

Gedicht van de week 6|2015

Houdt u vast aan de takken van de bomen. Avier dichteres van het eerste uur; Delphine Lecompte.  


 

Vrijheid is niet wat ik wil

Er ligt een graf voor mij klaar
Maar vrijheid is niet wat ik wil, schat
Ik zie je graag en ik vind het niet erg
Dat je niet weet wat ‘controversieel’ betekent
Ik ben zelf niet zeker.

Er staat een bord voor mij op tafel
Maar honger is niet waar ik aan toegeef, baby
Ik hou van jou en ik ben de enige
Die hoort wat je iedere nacht over Rwanda zegt
Ik blijf het huiveringwekkend vinden.

Er staat een bus voor mij in de straat
Maar het is evengoed de bus van Cindy
Ze haat haar naam, ze kuist consultatieruimtes
Ik ook, ik ook consultatieruimtes, de oogartsen zijn het vuilst
Cindy zegt: ‘Sinds ik goudvissen heb neem ik minder slaappillen.’

Ik ken de goudvissen van Cindy, een mooier oranje bestaat er niet
De zon komt op en niemand is onder de indruk
Twee goudvissen, 1 zon, 1 Cindy, en 1 Rwanda
Sinds we setters hebben kloppen de buren vaker op de muren
De eerste consultatieruimte is de hardste noot, ik leg een hand op mijn beste oog.

Ik heb een goed oog en een lui oog
’s Middags in de kantine doet Cindy alsof ze mij niet kent
Je moet vroeger opstaan om mij te kwetsen hoor
Ik eet met lange tanden een parelhoen
Die zijn beste tijd gehad heeft, de mijne moet nog komen.

’s Avonds haal je mij op
Je auto is duur maar je tanden zitten los
De avond valt en iedereen is verrukt
Je zegt: ‘Het is jammer dat je geen gedichten meer schrijft.’
Ik lach en vraag of mijn lievelingssetter van zijn abces is bevrijd.


 

 

Gedicht van de week 5|2015

Publiceerde onder het pseudoniem Juliën Holtrigter  vier dichtbundels bij uitgeverij De Harmonie.
Op 31 januari verschijnt de bundel Raadselwater, waaruit volgend gedicht.

 

 

De erfgenaam 

 

Zijn kamer kijkt uit op de straat en

de straat staart schaamteloos bij hem


naar binnen. Nooit heeft hij de tijd zo traag

zien verstrijken over het blauwe tapijt.


De erfgenaam pakt zijn servet, veegt het vet

van zijn kin, vult zijn glas bij, praat in


in zijn kraag. De woorden vloeien van zelf

van zijn lippen, als water.


Een mestvlieg stijgt op van het lamsvlees en

landt op zijn i-phone. Hij is online.


Dankzij rechtstreekse beelden steeds

op de hoogte van wat er speelt in de wereld.


 


 

Gedicht van de week 4|2015
Frans Terken (Heerlen, 1949) publiceerde voor het eerst in 1969 in de “Dichtershoek” van het toenmalige Algemeen Handelsblad en was destijds in Heerlen lid van dichtersgroep d’r Poal. Hij Publiceerde o.m. in “Nymph Literair Tijdschrift”, “Nynade” en in “De Brakke Hond” en op het web o.m. in Meander, Krakatau, en De Optimist. Voorts werden zijn gedichten opgenomen in diverse verzamelbundels.

 
Maankwartier
 
De avond onder schemer bedolven
van lieverlee uit slapen gegaan
lantaarntijd maar ik heb de maan
om bij te dromen
 
niet dat het schijnsel ontbreekt
ik stapel lichte steen op nog lichtere
tot een wering een vestingwerk
op gevoel omgebouwd tot een nest
 
ik omhang het met gulden regen
bogen hoe ze zich in wingerd wikkelen
een toegangspoort ontsluiten staketsels
stevig als stammen in een mijngang
 
ik knoop er een hangmat tussen stof
waar je in wegzakt en zo kwartier maakt
 
gooi er een doorzichtig dak boven
een hemelbed voor de nachtwaker in mij
 
Frans Terken

 

 
Gedicht van de week 3|2015
Jelmer van Lenteren is dichter en was in 2014 redacteur van het zomernummer van Avier. 
We zijn fier op deze jonge held. 

DE TIJDZEE

Dit ben ik: het negende priemgetal 
aan jaren verzameld in een lijf 
dat nog het best omschreven 
mijn mensenleven splijt. Gespleten 
liggen toekomst en verleden voor 
en achter mij, het heden het vervallen 
terrein dat in de regel alle dingen is 
die tussen rug en borstkas zijn.

Ik zat op een stoel in november, hoorde 
een mij opgedrongen regelmatigheid van verder 
komen dan wat mij ooit ging bereiken 
en de wijzers sloegen in het rood, meters op hol, 
stille klokken gaven aan hoe het nooit meer laat 
zou worden. Digitale borden knipperden 
en deze dingen raakten van een traagheid 
vol: mijn maag, het uur, een luchtballon, de maat.
 
 
Gedicht van de week 2|2015
Eind 2015 verschijnt bij uitgeverij Nieuw Amsterdam de bundel STAAT van F. Starik.
Hier alvast een voorproefje. 

 
MOET DE MENSEN

Je moet de mensen geven wat ze willen
wat ze denken dat ze willen hoe ze denken
dat het hoort. Je laat ze in de derde regel 
schrikken van een onverwacht akkoord.

Je maakt ze, regel zeven, aan het lachen om
een onvertogen woord. Je moet de mensen
lekker maken, de melk - kut - laten overkoken
daarna laat je ze 't fornuis schoonmaken

en nog voor ze klontjes denken moet je vlug 
de melk inschenken. Je laat ze, tien, de bek 
verbranden en dan elf, twaalf sorry zeggen

sorry want zo was het niet bedoeld
je zorgt dat voor het einde is bereikt
de liefde, veertien, is bekoeld.

 
Gedicht van de week 1|2015
Jacob van Schaijk bewees zich al eerder als dichter. Op Krakatau, binnen Avier en vorig jaar in de top 100 van de Turingprijs met onderstaand gedicht.  Met Van Schaijk openen we het jaar pijnloos. 

 
Pijnloos
 
de kachel walmde, maar ik zweeg
wist dat het pijnloos zou zijn
ging vroeg naar de zolder en keek 
door het raam naar de sterren
 
ze waren groter dan anders
wat erop wees dat ik naderbij
was gekomen, ook de maan 
had een reuzengestalte
 
de pis van de vorige nacht
was in de pot bevroren
maar het rillen zou korter
dan andere nachten duren
 
twijfels had ik niet
de meester was helder geweest
ik kroop onder de dekens
en hulde mij in warme dromen