SLA|Avier

Stichting Literaire Activiteiten Avier

Gedicht van de week 52|2013 
Het jaar wordt afgesloten, met vuur dit keer, door Bennie Spekken. 



het vuur begint
aan haar dagboeken
te vreten

de bladzijden krullen
van de oplaaiende 
vlammen

haar gezicht licht op
gelaten


Bennie Spekken



Gedicht van de week 51|2013
 
Zijn wij niet allen vuil? Zo vlak voor kerst en binnenkort in de fraaie bloemlezing 2013.



Kan ik vuil zijn?

Stof op de geest van God
ik heb ethiek betracht
mijn nagels gebroken

Wat schift in zijn handen?
Gruis wordt mijn naam
het geloof onwaardig


Ellen Vedder



Gedicht van de week 50|2013
 
Ingeborg Haalboom (1976) schrijft gedichten. Daarnaast is ze moeder en werkzaam als hulpverleenster. Gedichten van haar zijn onder andere gepubliceerd in Schoon Schip, Weirdo’s, Krakatau en Prado. 



Bal van beweegredenen

de wind druipt uit de golven
het zonlicht hallucineert halmen
turbines malen 

een vrouw spreekt haar laatste kleding uit
een hond raast haar na, viert het bot
ze houdt hem het woord voor

vannacht zat ze vast in een onderzeeër
dat kan mogelijk niet waar zijn 

ze kent het wantalen
het spreken in zeven zinnen
als vragen rondom het gebed

hij heft het anker op
vertoont expressieve gelaatstrekken
de dood is heel duidelijk


Ingeborg Haalboom


Gedicht van de week 49|2013
 
De stadsdichter van 010: Daniel Dee



Marokkaanse toestanden 

Heel veel brommers... 
Heel veel zooi..... 
Zooi op de brommer.. 
Ook wel mooie plekjes (als je ze weet)... 
En nog zo 1.... 
Toestanden op HET plein (????!!!!!) 
Heel veel ooievaars (???) 
En slechts 1 echt heel leuk pleintje.... 
Met een mooi terras... 
Cultuur.... (?)....wel lekker rustig hier :-) 
Een moderne burka? 
Gelukkig was er wel drank! 
Zomaar een mooie gang... 
Onze Riad...middenin de oude stad...wel bijzonder 
Gelukkig was ik net geweest! 
Deze Riad is wel een aanrader! 
Koutoubia moskee; de grootste moskee, helaas niet toegankelijk voor niet moslims 


Daniël Dee



Gedicht van de week 48|2013
 
Verwijderd.




Gedicht van de week 47|2013
 
Kasper Peters is bekend van de poëziespektakels in de duistere kapel van het oude Rooms-katholieke Ziekenhuis te Groningen. Nu eindelijk ook in Avier, uit zijn laatste bundel Kelder (2013):



Spin

Ongedierte heet een beest
dat zich niet laat temmen.

Zo luisterde ik naar een stier
die sprak over gras, een houten paal
de kunst van het kont krabben.
Het werd een artiest voor lassowerpers.

Bij spinnen vraag ik wat ze willen.
Hoe nuttig je ook bent
als anderen je draden ontwijken
begint de twijfel.


Kasper Peters



Gedicht van de week 46|2013
 
Na het prachtige Bukshag (Van Gennep, 2012) komt John Schoorl binnenkort met zijn vijfde bundel Hoor de zieltrein. Daaruit exclusief voor Avier alvast een voorproefje:



Kijk je naar de sterren, blaas de rest erbij, hier op deze
binnenplaats van een binnenzee, zij toch zien je spelen, 
en overal licht, je hebt een vouw in je broek, en duizend pk
in je donder, briesbruisende koltrui die je d’r bent, op zoek
naar nieuw land, tik de tak af, fok de vaart erin, trek alles met je mee,
wolk na wolk, je hebt groeipijnen tegoed, hoor de sonische boem in het lichthuis.


John Schoorl



Gedicht van de week 45|2013
 
Fieke Gosselaar (1982) is opgegroeid op een boerderij in Finsterwolde. Ze schrijft gedichten in ‘t Oost-Gronings. Sinds een aantal jaren publiceert ze haar poëzie in t Groninger tijdschrift Krödde. Daarnaast staat zij in verschillende bloemlezingen. Zij heeft in het Gronings voordrachten gehouden in o.a. Groningen, Arnhem en New York. In het voorjaar van 2013 kwam haar eerste dichtbundel uit.

Twee van haar gedichten maken onderdeel uit van Poëziefestival Dichter bie ons dat 8 november in Winschoten van start gaat. Meer informatie hierover is te vinden op 
http://www.denieuwambtster.nl/projecten/poeziefestival-dichter-bie-ons


Big Mac

Op n gegeven moment bist n jonkje
mit PDD NOS of ADD en n IQ van 70,

waist aigenlieks nait goud woarom
aandere kinder thoes melk drinken
en der naargens n stoapel
wasgoud noar kattepis roekt.

Roupst deur de stroaten: ‘Ik mok die dood!’
omdat Kevin t ook dut,
en n voest roakt t lief van n aander.
Doe gefst ook n schop, dust dat gewoon.

Waist dat GHB t lekkerst is mit cola?
Kevin eet n Big Mac, doe n Mac Flurry.


Fieke Gosselaar



Gedicht van de week 44|2013
 
Derk Sibolt Hovinga (1909-1990) was boer en Groningstalig dichter. Hij schreef vooral over de Oost Groninger cultuur en natuur. Ook schreef hij gedichten over historische onderwerpen, mythologie, volksverhalen en mystieke ervaringen. Tevens heeft hij een prachtige bundel geschreven over zijn reis naar Parijs in zijn jongere jaren. Hij heeft negen dichtbundels uitgegeven en was redacteur van verschillende tijdschriften. In 1983 kreeg hij de literaire prijs van Stichting 't Grunneger Bouk. Sommige van zijn gedichten door muzikanten op muziek gezet. Twee van zijn gedichten zijn onderdeel van het Poëziefestival Dichter bie ons  dat 8 november in Winschoten van start gaat. Meer informatie hierover op 
http://www.denieuwambtster.nl/projecten/poeziefestival-dichter-bie-ons



Oldambt

Oldambt
Bin ‘k heer.
‘k Vroag nait minder
‘k Vroag nait meer.

Oldambt:
Mien volk,
Mien laand,
Mien heert,
Mien lot

Wik nait vot.

En in ’t lest
Bin ik west:
In dien schoot
In de dood
Rust ik.

Dat wik,
Oldambt.


Derk Sibolt Hovinga



Gedicht van de week 43|2013
 

Rob Rosendahl (1955) is deels opgegroeid in Sassenheim, Amsterdam-Osdorp en in Holte in Oost Groningen. Hij schrijft gedichten in het Nederlands. Hiernaast schrijft hij columns, korte verhalen; en teksten over de Oost Groninger cultuur. Verder is hij als redacteur betrokken bij de streekkrant voor het Oldambt, het Cultuur Historisch Centrum Oldambt en bij Poëzie Veendam en culturele projecten. Hij is initiatiefnemer van het Poëziefestival Dichter bie ons dat 8 november in Winschoten van start gaat. 
Meer informatie hierover is te vinden op http://www.denieuwambtster.nl/projecten/poeziefestival-dichter-bie-ons


Kerkstraat Winschoten

De Kerkstraat in Winschoten
is maar acht meter lang
er staat geen huis waar je via
de voordeur naar binnen kan

Het is dan ook een straatje
en minder groot
dan het straatnaambord 
doet vermoeden

Maar het is er druk op gezette tijden
de doorgang van het 
Marktplein naar de straat 
waar de toren staat

Vroeger met de markt nog
op het plein 
de etalage van de Bijenkorf
die er toen nog was

De fiets tegen de blinde muren 
de weinige uren 
dat er niemand kwam


Rob Rosendahl




Gedicht van de week 42|2013
 

Rob Van de Zande geeft met de liefdesgedichten aan dat zijn credo nog steeds de onophoudelijke verbintenis draagt tussen hart en geest. Met het aroma van vergane tijden probeert hij het evenwicht te vinden tussen de klassieke liefde langs mens en natuur. 
http://websporen.wordpress.com/


Nirwana van het lied

Uw naam vindt thans slaap
Op ‘t laken van klamme steen
Dekt hier de moede knaap
Het heilkruid om zich heen.
Hoe moe zult ge niet zijn,
Hoe log het hart verziekt -
Heeft de zeis der ijdele tij’en
Uw levensloof kaal gewiekt.
Doch thans zult ge vinden:
Het nirwana van ‘t eeuwge lied,
In het geruis der hoge winden
Waar gij naar ons nederziet.
En door vree zult ge leven, 
Hoe klam het laken ook is
Zal warmte uw naam omgeven,
In ‘t diepst der heugenis.


Rob Van de Zande



Gedicht van de week 41|2013
 

Dames en heren, Delphine Lecompte



Tand en geloof

In de stoel van de tandarts word ik graag gezien
Door de tandarts? Nee, natuurlijk niet
Zijn boor klinkt als een rouwende bijenkorf
De koningin is dood? Ja, dat zal de reden zijn
In de stoel van de tandarts denk ik aan God.

Sinds ik zijn medeklinkers kan schrijven ben ik kwader
De ‘G’ van grind en de ‘D’ van daver
Ik wil niet kwader zijn, ik wil niet leeglopen
De tandarts toont mij trots de buit
In zijn palm lijken mijn tanden op doodgeboren spitsmuizen.

Terug buiten verlies ik God uit het oog
In de duinen kwellen mijn fantoomtanden ons
Ze kwellen mij en ze kwellen de boeman
Die een vrolijk kind wil knippen, de pony
Van een kind zonder zorgen zonder daver op haar lijf.

Ik moet hier nog jaren met tanden rondlopen
Sinds ik melk kan spellen drink ik er evenveel
In mijn zakdoeken lijken mijn knikkers op giraffenogen
Mijn melktanden heb ik niet meegekregen
Misschien zal de tandarts ze gebruiken voor een of ander voodooritueel.

De boeman zegt: ‘Wat ben je nors vandaag!’
Het is waar
‘Het is niet waar.’
Ik streel zijn grijzende borstharen
Ook in die haren zit God verscholen, moet ik maar geloven.

Ik hou het niet vol, in de lagere haren verlies ik Hem
De ‘G’ van grijns en de ‘D’ van doof
De grijnslach van de boeman en de doofheid van God
Gisteren vroeg ik hem mijn tanden te sparen, gisteren nog.


Delphine Lecompte



Gedicht van de week 40|2013
 

Chrétien Breukers is dichter, uitgever, publicist, redacteur van De Contrabas, gildemeester van het Utrechts dichtersgilde en mens. Binnenkort op deze site een aangenaam interview…. 


Hoe?

Hoe zal ik u beminnen? Haal ik de harde hand
van stal of heeft u liever eerst muziek en wijn
en ruis van nepsatijnen lakens?

Zal ik voor u een bok doen toebereiden
in zijn eigen melk? Mijn hoeven zet ik
in uw vlees. Mijn woede reageer ik
af op officieren uit mijn leger.

Fijne spijzen voor de lekkerbek.
Schuimgebak laat ik verkruimelen.
Rosbief door de gieren bijten.
Het land wens ik te drenken: bier en wijn.

Hoe zal ik u beminnen? Nu of later,
tegenwoordig, onvoltooid? Ik ben uw kater
en zo plooibaar als een tafelkleed.


Chrétien Breukers



Gedicht van de week 39|2013
 
Op zondag 22 september startte de expositie Menagerie Splinterbeest in Pand Paulus, Korte Haven 125 te Schiedam. Annette Splinter schildert al decennia lang dieren met de intentie hun wezen vast te leggen. 
Jana Beranová is dichter en schreef onderstaand gedicht.


Diep in Afrika

Spitze oortjes, neus en zijdezachte 
paardenlippen steken uit het water. 
Je zou denken dat ze familie 

van het paard zijn. Soms kun je ze 
zelfs horen hinniken. Maar kijk nooit 
in die verschrikkelijke bek. 

Ze zijn familie van de varkens. Eten 
zich ΄s nachts een tunnel door het woud. 

Overdag dagdromen ze in de oude rivier.
Er moet toch iets zijn om te spelen?

Ja. Hun wrijvende lijven. Het erop 
en eronder schuiven van de tonnen vlees
tot een stuwdam van verbijsterende buiken. 

Mannenbuiken. Als kind rukte ik me 
los uit mijn moedershand en trommelde er 
met mijn vuistjes op zodra ik er een zag. 

Nijlpaarden paren onder water. 
Ik hou mijn adem in. Jezelf zo 
te verliezen en niet te verzuipen.

Ach, voor een beetje liefde zou ik
naar het einde van de wereld gaan,

knuffelende waterbedden
in een onmetelijk boudoir. 


Jana Beranová



Gedicht van de week 38|2013
 
Janine Jongsma ziet de dingen graag klein. Als kind al keek ze door een omgekeerde verrekijker
naar de wereld. Tegenwoordig draait ze haar verrekijker ook wel eens om en zoemt ze in op de details…


Preek

als jij normaal was zou je niet afwijken van de rest
zou je je verheven voelen boven verknipte idioten
die midden in het leven staan

van die minderwaardige sociale en geliefde mensen 
terwijl je medelijden zou moeten hebben
met hun geestelijke armoede

dan deed je niet van die overdreven absurde dingen
zoals de deur opendoen als de bel gaat
of kinderen baren

als jij normaal was zou je bezig zijn met nuttige zaken
neurotisch en dwangmatig gaan handelen
om aan felbegeerde loochening te doen

dan zou je het presteren om je leven
te laten vertragen in eenzame wachtdagen
waar je mooie levens verzon


Janine Jongsma



Gedicht van de week 37|2013
 
Mattie Goedegebuur is schrijver, dichter en ongelukkig. Ze zoekt niet naar gevolgen, maar naar oorzaken en die vindt ze in kleine dingen… 
Haar debuutbundel is in de maak.


Violenkist

Woorden als violen
Gekist in tekst
In rijen uitgestald
Laten zij zich lezen

Vol verwondering
Over onszelf
Reuken wij violen

Geurend van toon
Snuiven wij


Mattie Goedegebuur



Gedicht van de week 36|2013
 
Kees Engelhart is dichter en hoe!


DAT GOD U ALLEN BEHOEDEN MOGE

De maaltijd en uw aller aanwezigheid
Waren een streling voor de tong en het oor
De afgelopen uren waren mij een eer en
Genoegen
Maar nu helaas moet ik gaan

Het is niet de wijn die mij tegenstaat
Noch de geuren van de voortreffelijke sigaren
Die hier aan tafel worden genoten
En nog minder is het uw verkwikkende
Conversatie die mij noodzaakt dit verfijnde
Samenzijn te verlaten

Niet in het minst ben ik in mijn verwachtingen
Teleurgesteld
Maar ik moet gaan
Het was mij waarlijk een genoegen
Ik bezit verplichtingen echter die ik niet
In uw aanwezigheid vervullen kan

Duid mij dat niet euvel
Ook ik ben een voorstander van ontspanning en
Smaakvolle tijdpassering
Ik heb weet van de tijd en toewijding
Die de hier aanwezige beeldschone dames
Zich getroost hebben om hier zo begerenswaardig
Te flonkeren als sterren aan de hemel
In een heldere midzomernacht

Ik moet gaan
Ik ga naar mijn huis
Naar mijn kamer boven in mijn huis
Daar wachten mij een tafel stoel en kaars
Daar zet ik dan de tuimelramen halfopen

Maar ik dwaal af...
Excuseert u mij
Goedenavond zeg ik u 


Kees Engelhart



Gedicht van de week 35|2013
 
Marieke Rijneveld (1991) is een Nederlandse schrijfster, muzikant en dichteres. Sinds 2012 schrijft zij maandelijks voor CultuurBewust.nl en de VPRO Gids. Ze volgde proza en poëzie aan de Schrijversvakschool in Amsterdam. Werk van haar is gepubliceerd in o.a. de VPRO gids, De Revisor, Meandermagazine en bij De Toneelcentrale. Met onderstaand gedicht won ze de De Groninger Museum Poëziewedstrijd. 


Tweede moeder

Eén keer in de maand maak ik van een onbekende vrouw
mijn tweede moeder. Ik geef haar de naam van iemand

uit de Libelle en laat haar steeds vragen hoe het met mij
gaat. Ze draagt legerkleding en schiet op mij als ik vind dat

ik eventjes dood mag. Af en toe moet ze kanker, het is
zwaar zo een zieke moeder, zeg ik dan tegen een taxichauffeur.

Soms neem ik haar ook mee naar mijn ouders, te oud
fluisteren ze in de keuken en hoe lang ze nog heeft. 


Marieke Rijneveld 



Gedicht van de week 34|2013
 

Sandra Meerlo (1970). Heeft gewerkt als docent Tekenen. Momenteel werkzaam in de Virtual Reality business. Dan ga je vanzelf gedichten schrijven.


JAS

Beschermend hangt hij over de mijne heen. Breed en zwaar verheft zich het kledingstuk
boven de alledaagsheid die het waagt zich met hem te willen meten. Deze bruin, leer, met 
opgenaaide leeuw omhult mijn niet aflatende verlangen hem vast in mijn hol te houden en de 
regen van minstens vier jaar klakkeloos als een spons in me op te willen nemen. Lichte 
mufheid, vaag overblijfsel van aftershave, die wanneer hij hem weer om zijn schouders hangt 
meteen fris gaat ruiken. Als een pasgeboren baby met melkbekje en tevreden grijns wanneer 
het flesje opnieuw onder zijn neus verschijnt. Nu koestert het mijn weerloos verweer, maar te 
snel zal hij er weer in schieten om volledig tot zijn eigen recht te komen. Hij is stoer, maar dat 
weet alleen zij die hem even heeft mogen lenen.


Sandra Meerlo



Gedicht van de week 33|2013
 

Bernard Wesseling (1978) debuteerde als prozaschrijver met de roman De favoriet, die zeer lovend ontvangen werd. Zijn eerste dichtbundel Focus (2006) werd bekroond met de C. Buddingh’-prijs voor het beste poëziedebuut. In 2010 verscheen zijn roman Portret van een onaangepaste, in 2012 zijn tweede dichtbundel Naar de daken


Leefregels

In een Oriëntaals getinte dagdroom 
ben ik het die 
zo oud dat ’t er niet toe doet
leerling alleen nog van mijn lijf 
en eindelijk in een kinds 
verstand aanbeland, 

zorg draagt voor een meer 
van gesmolten bergwater waarin 
een even leeftijdloze 
vis woonachtig is

Tijdens de wisseling van elk 
jaargetijde duikt hij op en gorgelt
dat we elkaars geheim blijven

De rest van de tijd 
teken ik karakters op 
die hem in zijn verschillende 
poses beschrijven, met bijbehorende 
betekenis alsof hij anders 
niet bestaan zou

Erin zwemmen is verboden maar
bij ijs is mij toegestaan 
het meer te betreden, dan
bind ik ijzers onder en 
dansen wij in onze 
voorwaardelijke elementen


Bernard Wesseling



Gedicht van de week 32|2013
 

Delphine Lecompte… Is er sprake van een truckje, van een stijl? Speelt zij de eeuwige onschuld of is zij de stampvoetende dichter die zomaar de haak op de hoorn kan smijten? Onderstaand gedicht droeg ze met verve voor op 28 juni in het Bartolomeus-kerkje te Westhim, alwaar een verzoening plaats vond. U leest er alles over op deze site.


Ik vergeet soms dat ik vrij ben

Ik vergeet soms dat ik vrij ben
Om naar buiten te gaan
En deel te nemen aan een eetwedstrijd
Of vrij om een winkel binnen te stappen
En opgerolde ansjovis te stelen
Maar word ik betrapt
Dan eindigt mijn vrijheid niet.

In het politiebureau kan ik hen wijsmaken
Dat een razende lommerdhouder mijn paspoort heeft opgegeten
Dat ik moeder van een wiskundig genie ben
Dat ik op een wachtlijst sta
Voor een nieuwe lever
Dat ik drie merries bezit 
Die Gina, Heidi en Klytaimnestra heten
En dat ik nog nooit een gedicht heb geschreven.

Ik vergeet soms dat ik niet vrij ben
Om zomaar een huis binnen te stappen
En een bed op te eisen
Niet zomaar een bed
Het beste bed
In de minst kneuterige slaapkamer
Met de properste ruiten
En een gezonde kat op de vloer
Om mij in slaap te spinnen.

Maar eerst een avondmaaltijd
Aan het hoofd van de tafel zit de patriarch
Verdraagzaam hoort hij mijn gedichten aan
Terwijl de moeder mijn varkenskotelet voorkauwt
Mijn nieuwe zussen haten mij
En mijn broertje heeft MS.

Het is toch spijtig
Dat zelfs in dagdromen
Neurologische stoornissen
En jaloerse zussen voorkomen
Ik laat het niet aan mijn hart komen
Ik val als een blok in slaap.


Wanneer ik wakker word ben ik vrij
Om naar mijn eigen huis terug te keren
In mijn woonkamer lees ik staand 
Dat ik mijn huisvuilbelasting nog moet betalen
Ik ben vrij om afval te maken.


Delphine Lecompte



Gedicht van de week 28|2013
 

Sacha Landkroon (Groningen, 1984) noemt zichzelf 'mythisch realist'. Persoonlijke gedichten verpakt hij in een mythologisch jasje. Volgens zijn eigen patroon: eerst is er de verwondering over iets dat ver weg is, dan de bewondering als het dichterbij komt. 


Icarus huilt

Als de nerven in de vleugels van engelen
worden ze, dacht hij. Maar smelten kunnen ze niet
noch door het verglijden van tijd noch door
heel teder wrijven of simpelweg wensen.

Lijnen, gordijnen van as zijn uit de tijd 
getrokken, door de zon niet bij te kleuren aura's
van wat eens het onze was. Het 's morgens
niet kunnen ontwaken, later avondlicht
en alles wat je hoopt daarachter vindbaar
te maken, ergens onder of boven de mist.

We spreken namens de doden, zei hij.
We helpen ze als het kwaad ze van hun stem
heeft beroofd. Precies dat zijn we ze schuldig.
Maar ons leven krijgen ze niet. 

En Icarus huilt. Want hij is het niet gewoon
precies in het midden te vliegen. De nevel 
voor even zijn leven te geven. Het vallen 
gewoon eens een keertje over te slaan.


Sacha Landkroon



Gedicht van de week 27|2013
 

F. Starik (1958) was tussen 2010 en 2012 stadsdichter van Amsterdam. Hiervoor werd hij onderscheiden met het Ereteken van Verdienste van de stad. Eerder werd hij voor zijn gehele oeuvre bekroond met de Amsterdamprijs voor de kunsten. Voorts is hij initiatiefnemer van de eenzame uitvaart, een dichter bij de dood. (www.eenzameuitvaart.nl)


AFSCHEID VAN EEN ONBEKENDE


Er is een man gestorven en ik weet niet
wie hij is. Wie hij was. Wat, waarom noch hoe.

Er is een man gestorven en ik weet niet eens waaraan. 
Het doet er ook niet toe. Ik ken zijn leeftijd niet en niet zijn naam.

Er is een man gestorven en ik weet niets van zijn dagen 
geen van de dagen aan dat schamele verscheiden vooraf gegaan.

Er is een man gestorven en hier is de datum van de dag niet 
dat hij stierf, dat men hem vond. Het doet er niet echt toe.

Er is een man gestorven en ik weet niet eens wanneer precies, 
niet hoe, ik weet alleen maar wáár. Ik ken alleen het einde.

Er is een man gestorven en dit is het adres van waar hij werd gevonden
in een huis dat niet het zijne was. Niet dat het iets zegt.

Hij is al weg. Hij laat niets achter dan een DNA-profiel. Toch.
Er is een mens gestorven met een leven, met een hart, een ziel


F. Starik



Gedicht van de week 26|2013
 

Mark Boog wordt gezien als één van de grootste dichters van deze tijd. Wij weten niet precies hoe groot hij is, maar het vermoeden bestaat dat men er niet ver naast zit.


ZEVENDE MISLUKTE POGING OM EEN LIEFDESGEDICHT TE SCHRIJVEN

Deze onbeholpenheid, liefste, is het beste
wat ik je te bieden heb. Alles
is onvoldoende, zelfs jij. – Jij niet, vergeef me,

je weet het toch? Wat ik bedoel? (Nu iets te zeggen,
iets bijzonders, achterstalligs.) (Veel
is zeker, waaronder dat ik zwijg, machtig zwijg.)

Ik wil je ooghoeken bewonen maar uit het zicht
verdwijn ik niet, dat weiger ik. Niets
zal ik voor je doen, ik wil alleen maar kijken.

Toetsenbord, pen: symbolische attributen,
Petrus’ sleutels. Nergens een hemel te bekennen.


Mark Boog



Gedicht van de week 25|2013
 

Kate Schlingemann schrijft poëzie voor alle leeftijden. Uw redacteur vindt dat zij de nieuwe presentatrice van het acht uur journaal moet worden, want haar stem klinkt als een klok en haar taal is Algeheel Begaafd Nederlands.


anti-depressiva vanaf 12 jaar

voor de bewolkten, de rondsjokkers
de schouderhangers, de rugkrommers 
de pruilsippers en tegenzitters, hebben wij 
naast opklaringen, rust en reinheid regelmatig 
ontplooiingscrème en ruggengraten

bij geen verbetering: motivatie-ondersteuners
achteroverleuners, schouderophalers, eigen kracht-
opladers, slik-of stikmodules, lik-op-stuk formules 
achterste benenstaanders, in of uit je evenwichten
extra lange tenen, of in de plooi-gezichten

tenslotte dit, in ‘t geval of desgewenst
van onbestemd verlangen, mondhoek-
opkrultangen, hangen in de schuur


©Kate Schlingemann



Gedicht van de week 24|2013
 

Josse Kok. Na de bijbel kwam de metal. Na de metal kwam de slam. Nu komt de inhoud. Onlangs debuteerde hij met de bundel Ik heb geslacht.


Lichaam

Zo ken je hem niet. Hij ligt 
opgebaard als een poppenfiguur. 
Een omhulsel van vlas.

Geen oog ziet het licht. Geen oor 
hoort gesnik. De noodzaak vereist 
dat je droomt wie hij is.

Hij loopt over stenen. Hij ademt 
gedragen met troost in zijn borst 
en de spijt uit zijn haren gewaaid 

door de wind van het Grote 
Hierna. Zo wakker en trots. 
Herken je hem nu?


Josse Kok



Gedicht van de week 23|2013
 

Peter Knipmeijer (1970) heeft inmiddels twee bundels op zijn naam staan: Tweelingsterren (2010) en Listeria (2012). Kamperen in de wildernis en het bereiden van ingewikkelde gerechten zijn zijn favoriete bezigheden.


Kerouac beklimt de Dom

Wat me het meeste bijgebleven is:
van het balkon af pissen met vreemde wind
uit het noordoosten, mijn vel
troostend met mooie lome vlagen

de sneeuwman vond dat ik te veel
genomen had, probeerde me para te maken
maar ik vond iedereen lief, ook hem
en toen hij enige maanden later dood
gevonden werd met een naald in zijn arm
begreep ik het wel

het was een waarschuwing, hij wilde niet
dat ik als hem zou worden, omgord
met nare shit en later dood
met een naald in mijn arm

ik kwam het weekend door met drie gram speed
in mijn mik, twee olifanten, coke,
een joint die ik op straat gevonden had
en blauwe en bruine pillen
die we in de kraakpanden bij het Ledig Erf scoorden

uiteindelijk liep ik maandagochtend
langs de oudegracht en

pats
    pats
        pats
            pats

vlammen uit de kasseien bij elke stap

die ik nam

ik weet nog dat ik dacht
dat daar een gedicht in zat


Peter Knipmeijer



Gedicht van de week 22|2013
 

Ingmar Heytze behoeft geen introductie. ‘Heytze is in zijn eentje The Beatles van de Nederlandse poëzie’, aldus Joost Zwagerman op de achterflap van Ademhalen onder de maan (2012) waaruit onderstaand gedicht. 


HET UUR VAN HET SCHAAP


Dit is het uur van het schaap,
De hoeksteen van de avond.

De dag herkauwt. Vegeteert.
Nu alleen zijn is verboden.

Men hoort kinderen te hebben
die nog even wakker mogen

en te wonen in een tuinwijk.
Buiten lopen regenmannen,

labradors, straat in straat uit,
televisiekoudvuur in de zithoek.

Achter de tuinen sluip ik rond.
Ik ben een grote, valse hond,

het baasje is dood, ik knaag
mijn weg door groene heggen. 


Ingmar Heytze



Gedicht van de week 21|2013
 

Rinske Kegel is dichter en is regelmatig te zien op de radio. In oktober presenteert ze in Nijmegen het herfstnummer van Avier dat geheel onder haar bezielde redactie tot stand zal komen. 


Warme stenen

Het verwassen overtrek dat je me geeft
is eenpersoons ik rol mijn
tweepersoonsdekbed er in op 
en voel de zwaarte en de tocht die ik 
cadeau krijg als een gegeven paard

ezels zijn intelligente dieren
ze doen alleen wat ze zelf willen

ik smeek je bij mijn koude voeten
leg een warme steen in mijn bed
die jouw vorm heeft.


Rinske Kegel


Gedicht van de week 20|2013
 

Mathilde Marsman (Vroomshoop, 1971) is haptonoom en journalist. Zo nu en dan schrijft ze een gedicht. In Minstreel is de haptonomie voelbaar…


Minstreel

Ik voel een hand door mijn haar
Is het mijn broer, vader, minnaar?
Het is een droom maar ik luister goed
Hij vindt mijn haar zo mooi, zo roze
En roept me bij mijn naam
Ik sluit mijn ogen en keer terug


Mathilde Marsman


Gedicht van de week 19|2013
 

Esther Eva Porcelijn (1985) is toneelspeler, theatermaker en dichter. Zij woont en werkt in Tilburg (stadsdichter) en treedt veel op met haar poëzie, korte verhalen en columns. Haar gedichten en verhalen zijn verschenen in Brabant Literair, Tijdschrift Strak en Hollands Maandblad. In 2013 won Esther de Hollands Maandblad aanmoedigingsprijs in de categorie poëzie.


Argwaan


Ben jij nog wel mijn leider?
Ben jij nog wel de baas van alles?
Ben jij nog wel mijn sokpop?
Ben jij nog wel de klootzak?
Kook jij nog wel spinazie en eitjes voor mij?
Stop jij mij nog wel in?
Zing jij nog wel een liedje voor mij?
Knabbel je nog wel aan mijn vel?
Kus je nog wel op mijn nare gedachten?
Was je nog wel mijn hoofd en mijn haar?
Wil je mij nog wel soms een dag zien?
Wil je nog wel mijn regels verzinnen?
Ga je nog wel aan de afwas beginnen?
Snij je nog wel de uien voor de haring?
Bepaal je nog wel hoe het gaat?
Wil jij nog wel mij bekijken?
Ben ik nog wel je sokpop?
Lig je vannacht weer naast mij? 


Esther Porcelijn



Gedicht van de week 18|2013
 

Jelmer van Lenteren (Maasdijk, 1987) werd slechtziend geboren en is mede daarom met een omweg via de sport en de verveling uitgekomen bij de dichtkunst. Heeft inmiddels een handvol  prijzen op zijn naam staan, een tiental papieren publicaties en een podiumgemiddelde van zo'n twee keer per maand.


KLEUTERSPEL

Je bent een meisje, even jong als ik 
en je spookt in mijn herinnering. 
Ik leg je neer op mijn oude bed
dat kraakt met dubbele betekenis:

Wat nu spelen is, vinden we later eng. Gek.
Geen van ons neemt leiding en we zeggen niks.
We ruiken aan elkaar, er is geen verboden plek, 
niets is raar, en toch -

Als de trap kraakt, schieten wij in onze broek,
ren ik in tranen de gang op 
en verzin in alle haast een smoes: 
Ik moest naar het toilet 
en krijg mijn rits niet dicht. 

In de kostbare tijd die ik win, 
leg jij de dekens recht.


Jelmer van Lenteren



Gedicht van de week 17|2013
 

Daniel Vis (1988) werd ooit bestempelt als de koning van de beklemmende lulligheid. Wij van Avier houden daar wel van. Zijn werk verscheen o.a. in Het Liegend Konijn. In 2011 stond hij in de finale van het NK Poetryslam.


1800 watt. in de aanbieding bij de blokker


hij komt thuis.

ze zit op de grond
naast de stofzuiger
en graait in de zak.

heb je iets ongewild opgezogen, vraagt hij.

ze snikt.

het snoer is afgerold 
tot voorbij het gele streepje.

de stekker ligt onder een stopcontact
op de vloer.

ze heeft geen broek aan.
ze heeft de smalste mond op de buis gezet.


ze staat schreeuwend op de stoeprand,

er zit bloed onder haar
gemanicuurde nagels.

hij heeft diepe krassen in z’n nek,

hij heeft een sigaret vast
en loopt op haar af.

ze haalt haar tong langs haar nagels.

ze kent een plek tussen z’n benen.


hij komt thuis.

op de grond ligt een briefje:

het is eruit.
je huissleutel zit in de brievenbus.

ps.
koop een betere stofzuiger.


Daniel Vis



Gedicht van de week 16|2013
 
Dennis Gaens (1982) studeerde filosofie aan de Radboud universiteit Nijmegen en was van 2011 tot 2013 stadsdichter van die stad. Hij was hoofdredacteur van Op ruwe planken en is programmamaker/redacteur bij Literair Productiehuis Wintertuin. Hij heeft twee bundels op zijn naam staan: Ik en mijn mensen (2010) en Schering en inslag (2013).


Overlijdensberichten


En ook al woon ik inmiddels in een andere wijk, Dave blijft me over de sterfgevallen in onze 
oude buurt vertellen. 

Iemand die hij altijd zijn oom noemt (maar een vriend van zijn vader was) heeft een 
hartaanval gehad, het zat eraan te komen. anders dan bij dikke Toon van Dohmen op de 
hoek die is geschept door een jonge vrouw uit de nieuwbouw, die niet klaar was voor auto’s 
en kinderen tegelijkertijd. Maar erger nog was het met meneer Manders, die (vers 
met pensioen) bij het harken van zijn nieuwe volkstuin omviel. 

Hij vertelt me dit met vertrouwen in zijn stem; het geeft hem het gevoel ergens thuis te 
horen.

Ik stel me de woonkamers voor: altijd met tinnen asbakken, te dure theelepels, een 
koffiezetapparaat dat altijd aanstaat en leren banken die hun beste tijd hebben gehad. Dan 
pas de rouwenden, rondom een salontafel, ongemakkelijk in hun vlees, onzeker in hun 
woorden, vale kleren van te vaak wassen.

Het geeft me het gevoel ergens vandaan te komen.


Dennis Gaens



Gedicht van de week 15|2013 

Joost Oomen (De Bilt, 1990) is zelf jong, maar getuigt met zijn optredens en poëzie dat dat zeker geen nadeel is. Oomens poëzie is verfrissend, rijk aan beelden, taalspel en ritme. Sinds kort bekleedt hij het ambt van stadsdichter te Groningen. Onderstaand gedicht komt uit de bundel De Stort (2013). 


De jonge dichters van eeuw nummer 21

Hij heeft verstopt, vijfendertig messen in zijn shirt
op een bootreis naar Amerika
Hij heeft zelf beweerd dat hij een vooraanstaand zakenman is geweest
Hij heeft ooit gewerkt als parelduiker in Griekenland
maar dook toen alleen sponzen op en sprak: ’Deze hebben we harder nodig’
Hij had pijn op de borst
Hij is gesprongen van een muur gemaakt van stenen
op een weg gemaakt van concrete

Hij heeft gekocht een worst
zo’n worst met een vel van varkensdarm eromheen
Hij heeft zich ingeschreven bij zestien gemeentes tegelijk
maar is nog steeds geen doctorandus
Hij staat gefotografeerd zonder tanktop en staat gearchiveerd onder noemers
als hot guy en young boy fucks hot nurses

Hij breekt piano’s af voor zijn werk
Hij heeft zich aangemeten de houding van een man met veertien kinderen
Hij belooft veel te worden
Hij bezit opnames van oudere dichters die hij de wandelstok zal ontnemen.


Joost Oomen



Gedicht van de week 14|2013
 

Marjon Zomer (1972) schrijft poëzie, proza en columns. Bij uitgeverij Kontrast verscheen haar dichtbundel dat wel en ze publiceerde in diverse literaire magazines, waaronder Ballustrada. Werk van haar werd opgenomen in verschillende bloemlezingen en genomineerd voor de Citer Poëzieprijs 2012. 


deadline

je huis moet leeg
zo zijn de dingen
jouw dingen
ineens een opruimklus

alles moet afgezegd
leeg en weg
je broeken van de lijn
- ze voelen stijf -

verbonden voel ik me
met dingen
die niets kunnen zeggen

met de hoorn van de haak
trek ik het snoer 
uit de muur
de toon sterft

nu is er alleen nog behang 
met lichte afdrukken
op foto's op Funda


Marjon Zomer



Gedicht van de week 13|2013
 

Leo van der Sterren schrijft verhalen en gedichten. Hij publiceerde gedichten in o.a. Tirade en kempis.nl poetrymagazine en natuurlijk Avier.


Uniek

Eenmaal. Eén maal werd het woord
geweven. Van unieke klossen die 
als zwerfvuil speelbal werden van
de wind en lompe schoenbezitters, 
rolden de draden 
nadat de spoelen op de kusten
van rede en betekenis 
waren aangespoeld. Zo werd
het woord geweven dat daar 
op vleugels wegzweeft en
dat nooit meer wederkeert. 


Leo van der Sterren




Gedicht van de week 12|2013
 

Kila van der Starre is de wederhelft van het dichtersduo Kila en Babsie, dat regelmatig het podium beklimt. Hier op Avier staat Kila er even alleen voor.


Omgedraaid

Ik schiet binnen telkens naar het scherm,
het grijs met oranje uitgevoerde plan.
Het regent en ze blijven maar
gaten maken en fietsen stapelen.

Ik zal het beeld moeten binnengaan.
Ik maak de ketting los,
doe alsof ik probeer
verbaasd te zijn
wanneer ze reageren,
tillen het voor mij op
als een meisje
onder de oksels
uit een stille menigte.

Ze leunen op hun werk,
merken dat ik dankje mompel,
niemand fluit.

Aangekomen merk ik
dat het slot is blijven hangen,
wacht met mijn hand op 
het zadel tot het donker wordt,
fiets de kou mijn knieën uit.

Voor ons huis hangt 
een treurende arm.
Ik spring over gaten
naar het koude metaal,
merk dat ze toch
begonnen zijn met dichten.


Kila van der Starre



Gedicht van de week 11|2013
 

Gerard Beentjes is dichter en docent schrijven. Dit gedicht is geschreven bij een schilderij van Vera Bruggeman. 


Beeldgedicht van geel naar blauw

Scheppen is van het licht
een figuur kop en lijf geven
dunne lijnen rood in geel
van vorm een gedachte voorzien
een blauwe romp en vinnen

Scheppen is van vragen stellen 
wat gaat het worden
een vogel of een vis misschien
een aanzet geven voor vol aanzien
als de achtergrond verandert

Scheppen is van resultaat 
nog niet willen weten
een struisvogel als een lichaam
in rood op de grens zetten
van samensmelten en dan

Scheppen is van de inhoud 
van wolken en water
alles blauw laten worden
behalve de voetnoot
die blijft in het rood


Gerard Beentjes



Gedicht van de week 10|2013
 

Louis de Vries (1951) woont en werkt in Leeuwarden. Hij volgde kunstacademie Minerva in Groningen en sinds 35 jaar schildert en tekent hij. Zo nu en dan verschijnt ook een gedicht van zijn hand, geïnspireerd door Sybren Polet en Lucebert…


Zo schrijf ik een landschap

dit voorjaar al weer een koelbloedige zon wijzer
want ik fietste weilanden uit hun voegen
briesend van nuchterheid
trapte ik lood van lucht
tot de schemer aan mij toeviel
in het land van de lege bomen.


Louis de Vries



Gedicht van de week 09|2013
 
Jacob van Schaik (Vlaardingen, 1947) publiceerde zijn werk in o.a. NRC Next, Krakatau en Avier. Hij is zich bewust van zijn hang naar het pathetische, maar wil sobere en eenvoudige gedichten schrijven. Beeldspraak dient verklaarbaar te zijn. Hieronder een proeve van bekwaamheid.


Moed 


vannacht heb ik weer gedroomd
dat ik in een hoekje zat
als jongen van bijna acht
oom Jaap hoorde vertellen

hoe ze in Indië een maat
hadden gevonden aan een boom
zonder oren, neus en lippen
beneden alles afgesneden

hoe ze wraak hadden genomen
op vrouwen in de kampong
van onderen bamboe naar binnen
bij hun keel naar buiten

ik weet nog dat ik later vroeg
waarvoor dat mooie lintje was
en hoe oom Jaap alleen maar zei
voor moed, beleid en trouw

 

Jacob van Schaik


Gedicht van de week 08|2013 

Marieke Rijneveld (1991) is schrijfster en redacteur bij CultuurBewust.nl. Ze volgde proza en poëzie aan de Schrijversvakschool in Amsterdam. Publiceerde gedichten in Meandermagazine en een toneelstuk bij De Toneelcentrale. Ze won diverse schrijfwedstrijden o.a De Elhizjra Literatuurprijs Proza 2012. Momenteel werkt ze aan haar eerste roman en dichtbundel.


Vertrokken

nog steeds weigert ze het zich voor te stellen
hoe onbewoond kan een vol huis zijn?

ze probeert pingpongballetjes van een afstand 
in haar theeglas te gooien
als ze goed richt mag ze vannacht aan de kant 
van de deur liggen

languit op de bank fietst ze in de lucht
en luistert naar het zuchten van de hond
vroeger toen ze ziek was hoorde ze ook 
de geluiden waar je anders niet naar luistert 

soms telt ze de dagen tussen de berichtjes 
op haar vingers
trekt conclusies als een buienradar
en koopt vast een paraplu zodat het mee zal vallen


Marieke Rijneveld



Gedicht van de week 07|2013
 

Waar poëzie is daar is Philip Meersman; hij klankt in performances, bezet dichterscollectieven, hongert naar experimenten, publiceert in diverse internationale literaire tijdschriften, leeft academisch onderzoek en hopt door de woorden zelf.


Hopla

Helderblauwe lucht
Kinderen, in witte zakken

Hopla


Geknielde man
Horizontale snede

Hopla


Druk marktplein
Verlaten rugzak

Hopla


Gorilla’s en guerrilla’s
Kinderen in de jungle

Hopla



Philip Meersman




Gedicht van de week 06|2013
 

Jose de Klerk (1970) is geboren en getogen in Roosendaal. Ze schildert en schrijft gedichten. In 2005 verscheen haar debuutbundel Gedroomde reizen. Momenteel werkt ze aan een nieuwe bundel waaruit onderstaand gedicht. 


Nachtleven

hij houdt niet van vroege morgens
met dat akelig ochtendgloren
wat zijn rust verstoort 

en hem terugwerpt
in een realiteit die niet de zijne is
waar hij naar eigen zeggen 

omgeven wordt door 
de slaapverwekkende monotoon van 
de helaas onverdwenenen

waar je beter geen 
verbinding moet zoeken 
uit angst woede achterdocht

en wat nogal meer
daar waar je vanuit het niets 
volkomen onverwacht iemand

duidelijk hoort zeggen ik hou van jou
hij werkte tot laat door die nacht
met in zijn achterhoofd het

plotselinge houden van
bleef concentratie nogal uit
waardoor hij fout op fout maakte

en het ochtend werd


Jose de Klerk


Gedicht van de week 05|2013 

Marijn Fidder is de jongste dichteres in de Avier-stal. Slechts vijftien jaren jong. Ze volgt het voortgezet wetenschappelijk onderwijs in Harderwijk en is vast van plan Nederlands te gaan studeren. Hier haar debuut als dichter


Thom

Het daglicht verdween
en ik zag je stralen in mijn herinnering
ongegeneerd zittend op een ongeboende vloer 
spelend met je favoriete miniatuurlocomotief. 
Een schilderij van een regenboog op je bureau
zo trots als een pauw, je hebt het zelf geschilderd.
Je lachte naar me, en zweeg, de radio stond aan 
zachtjes danste Vivaldi op de noten van de Lente.
Ik heb het licht in jou ogen gezien, je scheen van binnen 
stilde mijn gedachten met liefde, prachtig als het zonlicht.
Het deed de pijn verlichten, wanneer de avond verdween
en mij met lege handen achter liet.

Marijn Fidder



Gedicht van de week 04|2013
 

Janine Jongsma liep (bijna) alle prijzen mis. Geen bundel verscheen (nog) van haar hand. Nu trekt ze ten strijde tegen mooischrijverij. Moedig en openhartig . Een gruwelijk gedicht, maar wie heeft bepaalt dat poëzie geen onbehagen mag scheppen?


Zij mag Liz zeggen (1996) 

mijn moeder en Elizabeth Taylor delen een verleden
zij mag Liz zeggen tegen haar
vandaag vertelt ze dat Liz alweer gaat scheiden
dat leest ze hardop voor uit de Privé 

mijn moeder vindt Liz een vrouw van lichte zeden
in vergeleken tot haar
is zij ook ongelukkig maar nog nooit gescheiden
dat zou mijn vader moeten waarderen

mijn moeder heeft leedvermaak in het heden
zij en Liz lijken namelijk op elkaar
maar Liz is dik en zij is expres slank gebleven
dat wrijft ze mijn vader in

mijn moeder op haar mooist bij gelegenheden
heeft het erg zwaar
want het is stom toeval dat Liz eerder werd ontdekt dan zij
dat neemt ze mijn vader kwalijk


Janine Jongsma 



Gedicht van de week 03|2013
 

Inge Boulonois (Alkmaar, 1945) woont en werkt in Heerhugowaard. Vanaf juni 2011 is ze stadsdichter van Heerhugowaard. Haar gedichten zijn gepubliceerd in diverse literaire tijdschriften. 
In 2011 gaf ze in eigen beheer "Het geluk van een tafel" uit. Onderstaand gedicht drong door tot de beste 100 uit de Turing Nationale gedichten wedstrijd 2011. 


PSALM

De boer is mijn herder,
het ontbreekt mij aan niets.
Mijn hele leven mag ik toeven 
in de ligbox van zijn volle burcht.
Ik hoef goddank niet meer bij regen
en wind te grazen in het drasse slijk
van weiland onder bonte billboards
met lingeriereclames. 
Geen opgefokte stier versjteert nu nog 
mijn rust: de boer zelf spuit me driftig 
jaarlijks drachtig en mijn nageslacht
is talrijk als de vliegen in zijn gigastal. 
Hij is mijn licht en mijn behoud. 
Kwaad vrees ik niet. Hij zalft 
de doorligwonden en mijn uiers 
blijven overvloeien. Ik loof hem 
loeiend tot in lengte van dagen – 


Inge Boulonois



Gedicht van de week 02|2013
 

Jan Glas is dichter en zanger. Hij dicht zowel in het Nederlands als in het Gronings. Hij treedt regelmatig op voor Nederlands- Gronings en Duitstalig publiek. Eind 2012 verscheen bij uitgeverij Kleine Uil de bundel Als was zij mijn vrouw, waaruit onderstaand gedicht.


Capitulatie

Een tijdje werkte ik bij een oude architect.
Ik moest ontwerpen inkleuren en archiveren.
Ook werd ik geacht de oude baas
gedurende de dag geregeld wakker te maken.
Hij was nog altijd moe van de oorlog.

De man had akelige dromen.
Hoewel ik hem voorzichtig wekte, stak hij altijd
hevig geschrokken, ter overgave,
de armen in de lucht. Nooit zag ik zulke grote ogen.

Dagelijks rond drie uur belde zijn vrouw
om te vragen wat hij die avond wilde eten.
Steevast antwoordde hij: ‘Doe maar wat jij makkelijk vindt.’


Jan Glas 



Gedicht van de week 01|2013
 

31 december en maar liefst twee feestelijkheden!
Avier ging in januari 2012 van start en viert met gepaste trots haar eenjarig bestaan. Tevens vandaag de verjaardag van Jan “chef” Holtman. We moesten gewoon wel uit zijn bundel Windjammer putten voor het eerste gedicht van het nieuwe jaar… Proost, dat ook 2013 een vriend mag blijken!


impressie van een verloren zondagmiddag

toen ik na een stevige wandeling thuis kwam
werd ik door overbuurman Henk
wiens broer zich een paar jaar geleden
verhangen heeft en wiens moeder nu dementerend is
uitgenodigd voor een borrel

daar zat ik, met een beugelfles Grolsch in het kamertje
ik had het idee dat ik na twee slokken
in een compleet andere wereld was en
vond de 87 jarige vrouw er helemaal niet uit zien
alsof ze spoedig dood zou gaan

vanuit de keuken klonk muziek van de geheime zender
ze had haar schortje voor alsof ze zo nog zou gaan koken
toch moest ik steeds aan de dood denken en om drie uur
had ik de tweede beugelfles voor me staan en dacht ik
dat de dood op dit moment voor iedereen het beste was

ik kan tegen een biertje, maar dit ramde erin en ik kon
de oude vrouw niet meer verstaan en begon het interieur
in mij op te nemen en werd overmand door een gevoel
van diepe deernis en alles, ook het leven
kwam mij als geheel zinloos voor de geest

boven de deur hing een spreuk: vrienden mogen kijven
maar moeten vrienden blijven


Jan Holtman