SLA|Avier

Stichting Literaire Activiteiten Avier

Gedicht van de week 52|2012 

Ria Westerhuis (1959) schrijft gedichten en liedteksten in het Nederlands en in "de streektaal van de Reest". Ze organiseert en presenteert voordrachtsavonden, houdt zich bezig met poëzievertalingen en schrijft gedichten in opdracht. In april 2009 kwam "Minnezinne" uit, een bundel met erotische gedichten in het Drents samen met Delia Bremer.
In februari 2009 verscheen haar solobundel "Zundags goed". Momenteel werkt ze aan een bundel gedichten in het Nederlands.


Verlaten

Grove scherven flirten
met platgetrapte peuken
de kamer verdrinkt zijn
kater in de ochtendzon
verraadt het rode rozenvocht
dat sijpelt op de vloer

niemand meer gehoord
niemand meer gezien
vandaag
ik tel de vers gekraakte
noten zonder dop
de lege flesjes bier
en maak gelaten
levenskunst
van jouw as
met het laatste restje
uit mijn whiskyglas


Ria Westerhuis

 

Gedicht van de week 51|2012 
Remmelt Wilkens (1970) is redacteur bij RTV Drenthe en schrijft gedichten. Zelf wil hij er niet veel over kwijt. “Het is wat het is.”


Kerst 1978

de lampjes deden het nooit
stuk voor stuk draaien,
nieuwe kopen, jaarlijks

de boom altijd wat scheef
dronken als vader
met het engelenhaar op half zeven
de piek een windwijzer

geen stal, want God en
de hele handel was onzin
geloofden we

warme sneeuw
en cadeautjes bij de
plastic stander

“Net kip,” zei vader en
sneed de kalkoen


Remmelt Wilkens



Gedicht van de week 50|2012
 
Fieke Gosselaar schrijft voornamelijk Groningstalige poëzie. Ze heeft onder meer gepubliceerd in de bloemlezingen 'Verrassend Nedersaksisch', 'Dichters in de Prinsentuin' en in verschillende uitgaven van De dag van de Grunneger toal. In 2011 is ze genomineerd voor het Hendrik de Vries Stipendium. Nu schrijft ze aan haar debuutbundel die in 2013 verschijnt bij Uitgeverij De Kleine Uil. In de bundel komt een onderdeel misdaadpoëzie dat geïnspireerd is op verschillende strafzaken. 


PD

Bloed drupt de wond leeg.
Sporen verpakken de ruimte, leiden
naar een opgedroogde afdruk.
De drup is opgedroogd.
Speeksel niet te zien.

Sporen herleiden tot de bron in logisch
correcte uitspraken is werk.
Gericht bemonsteren op zoek naar
microresten of een spinnenweb
aan slagen tellen, ijzer of roestvrij staal?

Een blonde haar past hier niet, een kras in iets dat mist.
Ze wachten tot het bewijs samenvalt in gespannen
draden en de titel bedacht moet worden.


Fieke Gosselaar



Gedicht van de week 49|2012
 
Erik Harteveld (1955) is dichter, schrijver en acteur. Hij publiceerde de dichtbundels Hoss is dood en De eeuwig zoemende vliegenstrip. 


Shitnederlanders

Shitnederlanders kennen nooit een tweede regel
van een liedje altijd lalala
ze slapen op matrassen van traagschuim
er zijn meer varkens dan er mensen zijn
hun helden zijn dood of praten wartaal
en ze wokken in een hapjespan

En hun huizen heten con ampèr
alleen de vrouwen lezen boeken
baggeren is het enige wat ze kunnen
maar iedereen kan naar de universiteit
flikker die fiets toch in de gracht
spuit je naam op de muur kunstenaar

Shitnederlanders zijn rijk geworden
van de slavenhandel
maar een bedankje kan er niet af
heil aan de middenmoot
toen wij uit rotterdam vertrokken
vertrokken wij uit rotterdam 


Erik Harteveld 



Gedicht van de week 48|2012
 
Peter de Groot is dichter, aforist, kunstenaar in beeld en geluid, vader en hoofdredacteur van Krakatau.nl. Hij publiceerde in diverse tijdschriften en bloemlezingen (o.a. ‘Kutgedichten’, ‘Klotengedichten’ en ‘Meesterwerk’). In 2005 debuteerde hij met de bundel een nieuwe god / de nieuwe regels.


alternatief

kijk je nou eens aan
geslagen aangedaan
totaal onverwacht
maar ik roep het al jaren
wie niet denken wil
moet voelen

waar het goed voor is


Peter de Groot



Gedicht van de week 47|2012
 
Jean Pierre Rawie heeft na 13 jaren stilte weer een meesterwerk afgeleverd: De tijd vliegt, maar de dagen gaan te traag
Hij is de meest gelezen dichter in het Nederlands taalgebied. 


KOPSTATION

Station: éen van de ongewisse plekken
waar niemand is omdat hij er moet zijn,
maar waar men enkel komt om te vertrekken,
het eind- en het beginpunt van de lijn.

Een eind- en een beginpunt. Nergens tussen.
Niet zo’n station dat op de route ligt;
van hieruit gaan de treinen en de bussen
gestaag op hun gestelde doel gericht.

En menigeen met zijn valies met dromen
heeft hier gestaan, waar u zich nu bevindt,
op deze vreemde plek van gaan en komen,
waar wat een einde neemt, steeds weer begint.


Jean Pierre Rawie



Gedicht van de week 46|2012
 
G.G.M. Utermark (1960), dichter te Den Haag, publiceerde onder meer in Krakatau, Schoon Schip, Weirdos, Prado, www.komkommerenkwel.nl en vooral Passionate Magazine.
November 2009 verscheen de bundel “ Ik ben een stad ommuurd door dromen” bij de Witte Uitgeverij.


Ik heb geleerd te leven zonder rapporten 

Sjabloondieren op doek
onzichtbare voorstelling van zaken
hun contouren doorkruist
we meten onze afstand

vernuftige uitval van functie
Teletubbies verplaatsen problemen
oefenen ontmoetingen
roes van regelmaat

ik maak mijn hemels huiswerk
in de nacht
contact met de ogen vermijden
dat is winst


G.G.M. Utermark



Gedicht van de week 45|2012 
Erika De Stercke (1968) woont en werkt in Gent. Ze schrijft gedichten omdat woorden haar raken en niet loslaten. Eén woord is al genoeg om haar dagenlang bezig te houden. Ze gaat regelmatig naar Nederland voor voordrachten of literaire activiteiten. Aan inspiratie heeft ze geen gebrek.


Bitterzoet

Hij werd geworpen in een nacht
waar de vleermuizen laag scheerden 
de grafstenen boden stevigheid en over haar
de moeder werd nooit meer gesproken 

hij groeide op tussen berken en zerken
verstond de taal der dieren 
en laafde zicht aan de tepels van wakkere geesten 

eenmaal toen iets huilde onder een treurwilg
voelde hij hoe zijn ogen weg draaiden en hoe hij
zijn lippen nat likte

nooit zal een nacht nog dezelfde zijn als toen 
toen de liefde
de weerwolf kraakte 


Erika de Stercke



Gedicht van de week 44|2012 

Jan Ketelaar (1958) woont en werkt in Drachten. Behalve een dichter is hij ook een bevlogen beeldhouwer. Even goochelen en er gaat een wereld voor je open.


Hij had al een aantal keren
Vaaglijk van zich laten horen
Vandaag was het dan zover

Twijfel belde aan
Ik liet hem binnen
Hij liep zonder plichtplegingen
Naar mijn plaatsje op de bank

Hij keek naar de stoel tegenover zich
Waar ik toen ben gaan zitten
Het was stil, ik hoorde het verkeer
Wat auto’s adem halen
Het gegrom van een vrachtwagen zo nu en dan

Aan de lucht zo zag ik
Liet een vliegtuig zich uit
Naar een of andere bestemming

En twijfel zat daar
En keek me aan
Achterin mijn oren
Hoorde ik zachtjes suizen
Als motregen op mijn trommelvlies

Twijfel sprak niet
Kwam overeind, legde zijn handen rond mijn keel
Duwde zachtjes maar nadrukkelijk
Zijn ellebogen onder mijn hart

Ik liet het gebeuren
Tot angst kwam, onderlangs
Z’n armen om twijfels nek sloeg
En met zijn poten
Mijn lippen openkrabde


Jan Ketelaar



Gedicht van de week 43|2012
 

Hans Peter Westin (uit Zweden) timmert aan de weg met zijn verbaasde poëzie over zijn geadopteerde thuisland waar de wonderen der natuur door mensenhand zijn ontstaan.


Het polderland
Voor J.C.

Natuur bestaat in verre vreemde landen
En nimmer achter ingedijkte kust
Daarvan is de bewoner zich bewust
Van droge zee en opgespoten stranden

Hij schept zijn tuin en legt het land aan banden
En bouwt zijn stad op ordening belust
Waar geen natuur is komt hij tot zijn rust
Kamperend aan geplande rafelranden

Niets is gewoon voor wie dat niet verwacht
De wereld blijft haar wonderen vertonen
Soms uit zichzelf en soms door mensenhand

Op dit idee heb ik mijzelf gebracht
Door in ’t verkaveld paradijs te wonen
Domweg verbijsterd, in het polderland

H.P. Westin


Gedicht van de week 42|2012
 
Y.M. Dangre (1987) studeert Nederlandse en Franse Taal en Letterkunde aan de Universiteit Antwerpen. Voor zijn eerste roman, Vulkaanvrucht, kreeg hij de Debuutprijs 2011. Dit jaar maakte hij zijn debuut als dichter met de bundel Meisje dat ik nog moet, dat werd genomineerd voor de C. Buddinghprijs.


Ingewikkeld

Van naaldje tot draadje
zijn wij gewikkeld
in elkaar.

Onze tongen liggen gespalkt
in onze mond samen
met de jaren, het steen
en gebroken been dat we
klagen, de moeilijke dood
die ons zelfbeeld stierf
binnensmonds.

Van naaldje tot draadje
naaien wij elkaar
met wankele zwachtels
toe. Zo ingewikkeld
vallen wij uit elkaar.

Y.M. Dangre



Gedicht van de week 41|2012
 
Lévi Weemoedt, een van de weinige auteurs die te Assen huist, werd geboren op een sproeierige regendag op die deprimerende 22ste oktober 1948 te Vlaardingen. Hij bleef er tot 1992 wonen en werken alvorens naar Drenthe te verkassen. Weemoedt debuteerde in 1977 met de bundel Geduldig lijden (Erven Thomas Rap, Baarn) en verkreeg middels een interview in 1985 een fictieve literaire prijs van een niet bestaande uitgeverij. Zijn bundel Van Harte Beterschap (Bert Bakker, 1982) beleefde vele herdrukken. Met Hans Dorrestijn trad hij jarenlang op met literair-muzikale programma's.


MAFKETEL

‘k Won in mijn leven nooit de Omloop van het Volk,
‘k zat liever uit een boom wat toe te kijken
of zweefde weg, onttrokken door een wolk,
liet anderen graag op eerste plaatsen prijken.

Ook waar een goede baan werd weggegeven
kwam ‘k dagen later pas, schoorvoetend, dichterbij
en zag gerustgesteld de sollicitantenrij.
Het haalde wel wat snelheid uit mijn leven.

Maar om het hardst rende ik altijd naar mijn bed,
was vaak het eerste weg uit dit luidruchtig leven

en had mijn tanden al in meen’ge droom gezet
als u uw vrouw nog vlug een moede veeg moest geven.


Lévi Weemoedt



Gedicht van de week 40|2012
 
Lies van Gasse (1983), is dichter, beeldend kunstenaar en leraar. Ze debuteerde in 2008 bij Wereldbibliotheek met de bundel Hetzelfde gedicht steeds weer. Sindsdien is ze een van de actiefste jonge stemmen in de Vlaamse poëzie. Ze publiceerde twee graphic poems, Sylvia en Waterdicht, waarvan de tekeningen werden getoond op Watou 2011, en de met de prijs van de provincie Oost-Vlaanderen bekroonde bundel Brak de waterdrager. Ook is ze stichtend lid van Hauser, een samenwerkingsproject met Annemarie Estor. Lies Van Gasse maakt in haar werk vaak de brug tussen tekst en beeld, die op fascinerende wijze gemixt worden. 


Land zonder water

Ik ben bij de zon geweest,
en in de landen. Ik zou 
een zware wolk bezoeken,
maar ik lag lam en leeg op de aarde.

Licht zoog aan mijn handen.
Mijn stem zong als een schaal.

Dit werd geboren voor de tijd.

Ik moest u snijden uit mijn vlees,
ik moest u spelden in de nacht,
ik moest halve wolken huilen.

En u zwom over. Er was geen eb.
Er zat een klapperen in de nacht
en onze harten ruisten.

In mijn ogen zit een sikkel
die tot maan groeit.
Ik zal laat tot lente komen.

Al dit was zee. 
U dreef de oever.

Lies van Gasse




Gedicht van de week 39|2012
 
Gedicht is op verzoek van de dichter verwijderd



Gedicht van de week 38|2012
Arjan Hut (Drachten, 19 januari 1976) is een Fries schrijver/dichter. In de jaren 2005/2006 was Hut stadsdichter van Leeuwarden. Zijn werk wordt omschreven als donker-romantisch, surrealistisch, dromerig en zelfs occult. Hut was een van de oprichters van het literaire Internettijdschrift Doar. Hij is opgegroeid in Surhuisterveen en woont in Leeuwarden.


Quid sit futurum cras, fuge quaerere (klaar om te gaan)

Een verhouding begon achter geduldig bloeiende handen.
Wij deelden een verleden in hetzelfde doolhof.
Wij hadden de tijd en mochten ons schuldig noemen.
Zij wilde weten hoe ik zou reageren op haar paniek,
of ik ronddwaalde in systemen. Was ik van plan gewond te zijn,
los te breken van haar verwachtingen, mijn beloftes, etc.?
Dat graf hadden wij vaker gegraven.
Zij dook op mijn rug, wees naar beneden, klaar om te gaan.
En wij verdwenen, twee mensen, in die woelige aarde.

Arjan Hut



Gedicht van de week 37|2012
Rinske Kegel (1973) is schrijfster, (trainings)actrice, illustratrice en moeder .
Ze heeft op verschillende literaire podia gestaan zoals Festina Lente en Dichtersnachten.
Dit jaar was ze te gast met een voordracht uit eigen werk op literair festival de Geest moet Waaien. Ook draagt ze maandelijks een snelgedicht voor op radio 1 bij het programma Dit Is De Dag. 
Ze viel twee keer in de prijzen bij een Volkskrant columnwedstrijd. In 2008 werd ze genomineerd voor de Op Ruwe Planken gedichtenwedstrijd. Momenteel werkt ze aan een manuscript voor een poëziebundel. J.H.


Randje

Er is nog geen vandaag ik vlieg op een tapijt
er valt een vonk tussen mijn wimpers
die innig nog verstrengeld zijn
iets drukt er zwaar op mij

De vraag is of het regent
zo ja
of dat dan lang zal duren

Is het de geur van gister die ik ruik
omhels ik het kussen of zijn lijf als ik ontwaak
waar is Klaas Vaak
nu ik de waarheid uit wil stellen

Rinske Kegel




Gedicht van de week 36|2012
Stien van der Wal leeft landelijk, buiten de dorpskern van Noordbroek. Ze heeft een appelboom en een weerbarstig bed. Haar gastoptredens bij de Dichtclub Groningen en tijdens de presentatie van het zomernummer van Avier zijn niet onopgemerkt gebleven… J.H.


Koorts 

na vier dagen viel ik uit
een weerbarstig bed
stond plots in een labyrint
peuterend aan watermuren
schreeuwde naar schelpen
en wonderlijke wieren, want
instortingsgevaar loerde
het regende in mijn hand
levenslijn rivieren braakten
zilt zure golven, terwijl
schapen sneuvelden op de dijk
en wazige witte lijnen trokken
langs zinderende rode luchten
iemand bracht de maan
liet sterren achterwege
waardoor willekeur bleef
alles kan gezegd zonder tong
alles kan gezien zonder oog
alle blatende beesten
pasten in een blauwe emmer

Stien van der Wal



Gedicht van de week 35|2012
Mattie Goedegebuur schrijft fotografisch. Althans dat probeert ze. Met hart en ziel verzamelt ze geen koekoeksklokken. Haar werk kenmerkt zich door humor, sarcasme en neologismen. 
In haar tijdperk als praktiserend moeder rijpten maar weinig letters, maar met het uitslaan van haar vleugels als overjarige tiener kwamen de zinnen. J.H. 


Vurig

Innig
tracht jij mij
te omarmen
je likkende tong
zet mij
in vuur en vlam
en gillend
kom ik

ont-kom ik
geraak ik
uit je macht
en smoor ik
het kussen
dooft
de brandende
Menorah


Mattie Goedegebuur



Gedicht van de week 34|12
Leo van der Sterren (1959) schrijft veelzijdig. Na een studie Nederlandse taal- en letterkunde, die hij niet afrondde verkoos hij industrieel werk boven het schrijven. 
Ondertussen verschenen niettemin gedichten, korte verhalen, en opstellen in Tirade, De Gids, Gierik & Nieuw Vlaams Tijdschrift, Maatstaf, Optima, SIC, De Tweede Ronde, Letterlik, De Parelduiker, Tzum en Op Ruwe Planken. J. H.


De zegger

Met nadruk zeggen. Dat was wat hij deed. Hij
herhaalde woorden die de kudde veel
gebruikte. De gangbare woorden, zeg maar.
Zijn mond boetseerde woorden traag, heel traag
ze ampel de gelegenheid verschaffend
semantisch te veranderen, terwijl
het kampvuur knetterde en de aanwijzers, 
zacht zoemend, zo leek het wel, knipperden.
Toen na het modelleren van veel woorden 
respons uitbleef, aanschouwde hij vervreemd 
zijn luisteraars. Het volk dat in een kring rond 
het kampvuur zat terwijl een heerschaar sleuren
oprukte, drommend om de kring, die dwingend 
oplichtten. Het met nadruk zeggen had hem 
zozeer beslagen dat hij niet gemerkt had
hoe willoos stil en hoe verknipt ze zaten 
terwijl de vette vliegen van de taal
zacht zoemend in hun open monden kropen.


Leo van der Sterren




Gedicht van de week 33|12
Vincent Corjanus is zeventien jaar en woont in Kampen. Hij is fanatiek en vastberaden. Met hedendaagse muziek heeft hij niets. De liedteksten van Frank Boeijen inspireerden hem om ook zelf de pen ter hand te nemen. Nu schrijft hij gedichten, de jongste dichter van Avier. J. H. 


Wonder 

Daar loopt een wonder
Zo mooi
Ze schittert mee in de menigte 
Een ster die net boven de grond zweeft 

Ze zal nooit vallen 
Ik mag geen wens doen


Vincent Corjanus 




Gedicht van de week 29|12
Markus Haringa werd in 1981 geboren in Zierikzee. Hij groeide op in Holwierde (Groningen) en studeerde Cultuur- en Maatschappijwetenschappen in Maastricht, waaronder filosofie in Hong Kong. Hij woont en werkt in Amsterdam. Zijn webstek www.bijgebrekaanbergen.nl/
De zee is een grens

Wie verzint een list voor zichzelf
Kiest ervoor in lompen te lopen?
Wie belt mijn oude moeder?

Ik vraag hiernaar uit nieuwsgierigheid
Met gepast verdriet

De zee is een grens die zich opheft 
Waar ik woonschipper
Een muur zwaar van de verf, een plank licht van de lak
Een dak rood van de zon

Ik ken mijzelf in de romp
Ik hang met draden aan elkaar
Vrij onbewogen, doortrokken van datgene

Als een jukbeen opgehoest 
Door de taal


Markus Haringa




Gedicht Week 28 | 12 
Laura Mijnders is op 19 januari 1991 geboren te Hardenberg en woont sinds twee jaar samen met twee katten en een konijn in Assen. Ze debuteerde in de bloemlezing Het mos tussen de letters en publiceerde in Schoon Schip, Avier en op krakatau.nl. Op 14 juli las ze voor in café Marleen te Groningen. 


Insomnie

Bij gebrek aan schapen
tel ik de auto’s die
met hun monsterlijke koplampen
lange schaduwen werpen op de muur
het kussen ligt niet goed
mijn hoofd voelt als een baksteen
en ik heb het gevoel dat mijn arm hier niet hoort
mijn been zit trouwens ook in de weg
misschien moet ik beide maar afzagen
net als die goochelaars in Vegas
eigenlijk moet ik ook plassen
en de deur nog controleren
maar wat maakt het uit
het kan ook morgen
ik houd mijn plas wel op
of…
toch maar niet
terwijl ik naar de wc loop
beginnen die kutvogels al
te fluiten
kon ik dat bakstenen hoofd maar
door de wc spoelen of
uit het raam gooien
om tenminste 1 van die fluitende rotbeesten
op deze verdomd mooie ochtend
genadeloos te verpletteren

Laura Mijnders



Gedicht week 27 | 2012
Atze van Wieren (1943) is dichter. Op zijn 50e ging hij korter werken om zicht meer 
aan het schrijven te kunnen wijden. Hij volgde cursussen aan de schrijversvakschool te Amsterdam en zijn werk werd met meerdere literaire prijzen beloond. Van Wieren publiceert in diverse tijdschriften en veel van zijn gedichten zijn opgenomen in bloemlezingen en verzamelbundels. Voor het blad Schrijven Magazine verzorgt hij al jaren de rubriek Tekstuur Poëzie. Hij schreef diverse bundels en in Groningen maakt hij deel uit van het dichterscollectief WP99, dat door de jaren heen werd begeleid door o.a. Remco Ekkers, Wouter Godijn, Tonnes Oosterhof en Jan Glas. Op 14 juli trad hij op in café Marleen te Groningen. 


Later

Ik wil een zijn met de dingen.
Ik wil in het oog van de meeuw
het wit zijn, in een zilverpopulier
gregoriaans geruis.

Ik wil wind zijn,
van de golf de kruin,
het voedsel voor een boom.
Ik wil in de ochtendhemel
belofte zijn van wassend licht.

Niet langer dit lichaam
dat zich tegen mij gaat keren,
een hoofd dat op hol slaat,
paniek zaait, angst haalt
uit kloven en gaten.

Ik wil een zijn met de dingen,
sneeuw zijn, wit. 

Atze van Wieren



Gedicht Week 26 | 12 
Anneke Wasscher (1946) schrijft poëzie en korte verhalen sinds 2008. Toch heeft zij al een aantal prijzen gewonnen: Gorcumse Literatuurprijs, twee keer een nominatie voor de Piet Paaltjens schrijversprijs. Op het literaire e-zine Meander is een interview met haar te lezen.


Feest

de hal begroet me met gespiegeld glas
vergulde krullen kronen me

vanavond heeft het feest zich uitgedost
in overdaad van schone schijn

de tafelschikking wijst me vreemde vogels
en laat me dan alleen

ik speel afwezig met de zilverglitter van
bestek, vergeet de volgorde

kroonluchters en kaarsen toasten samen
op het oogverblindend licht

kilte kijkt me ongenadig aan en ziet 
dat luister me niet smaakt

mijn ogen zoeken vaak de klok maartijd oordeelt te vroeg
wanneer ik thuiskom ga ik zitten op
de bank in holte van haar arm

mateloos drink ik de stilte in en vind
de slinger voor mijn feest

Anneke Wasscher


Gedicht Week 25 | 12 
Jelou (1962) woont en werkt in Groningen. Vanaf haar puberteit schrijft ze gedichten, heeft zich vervolgens nog een tijd geworpen op het ontwerpen van kruiswoordpuzzels, maar richt zich nu weer geheel op de poëzie. In 2009 verscheen de bundel Nachtspijs in eigen beheer. Werk van Jelou is te vinden in Meander en op Krakatau.nl, alsmede op haar weblog.
Op 14 juli was ze te beluisteren tijdens de presentatie van het zomernummer van Avier in Café Marleen te Groningen. J.H.

Laten we dat doen

De ochtendzon verlengen met
gedachten tussen vingers in
het gras, de halmen wuivend
naar voorbije tijd

Met opgetrokken benen langs
de kade niet vergane schepen
tellen, de kinnen lomig rustend
op onze knieën

Heel even toekomst spelen waar 
wolken geen belang, geklaarde
lucht zich spiegelend een beeld
golft met een lach

Ons wikkelen in stiltekleden, de 
handen vol vergeten woorden
tastend naar wat raakbaar en
net die ene blik. 

Jelou 



Gedicht Week 24 | 12
Zijn leven heeft tot nog toe twee wegen gekend en daartussen loopt Calvin Smith, zeventien jaar oud en opgegroeid in een van de meest kansarme getto’s in Rotterdam-Zuid,alwaar zijn ouders aan de rotzooi zaten. Via zijn oma, en een kindertehuis belandde hij bij zijn huidige pleegouders. Geslaagd voor zijn havo-examen gaat hij volgend jaar European studies doen. Vast van plan te gaan genieten van het leven en dichter te worden. Een doorzetter. J.H.


Superman

Deze superman schildert slierten woorden als
klanken uit zijn pen rollen toch
klimmen zijn zware dromen in de lianen maar
verder vliegt hij dan Mars 
lichtjaar in donkerjaar uit, hij blaast

Deze superman schreeuwt scheurende verlangens als
papieren diepten uit zijn inkt knalt toch
zachtjes aan zijn rode denkbewegingen maar
de liefde huilt het uit
het ritme spreekt in Pluto, niet haast

Calvin Smith



Gedicht Week 23 | 12
Wouter van Heiningen (1963) debuteerde in 2007 met de bundel Zichtbaar alleen samen met de fotograaf Ruben Philipsen. In 2010 verscheen de bundel Je hebt me geraakt met je kus samen met de dichter Alja Spaan en in 2011 zag Zoals de wind in maart graven beroert het licht. Werk van Wouter verscheen voorts in verschillende bloemlezingen en tijdschriften. Sinds 2007 schrijft hij over poëzie op zijn weblog.


Kerfstok

In elke straat
van deze stad
woont er wel één
of meer

ze vormen geen genootschap
kennen geen mores 
noch delen ze een voordeur

de schaamte houdt hen
binnenshuis, hun daden in de schaduw
van het verleden, weggestopt in diepe laden
achter bankdikke kluisdeuren

elke referentie aan de gebeurtenissen
van toen
kan onherstelbare
schade toebrengen aan
de geestelijke gezondheid

Wouter van Heiningen



Gedicht Week 22 | 12
Algemeen: een man, versleten jongensdromen, een woonkamer en ergens zweeft de muze. Specifiek: bij Holtman is in de vloer een pad ontstaan doordat hij - al dan niet op zijn nieuwe nog in te lopen zomerschoenen- heen en weer loopt op weg naar… ja naar wat eigenlijk?
Hoe dan ook, hier vast een voorproefje uit zijn binnenkort te verschijnen dichtbundel Windjammer. E.V.


vroeger

vroeger wilde ik geen dichter worden
maar kraanmachinist
en gelukkig

Jan Holtman


Gedicht Week 21 | 12 
Deze week een voorjaarsklassieker van Lammert Voos.
Voos werd geboren in 1962 te Eenrum in Noord-Groningen. In 2008 debuteerde hij bij uitgever De Contrabas met de dichtbundel Klaai. In 2010 opgevolgd door Grensman. Daarna volgde de prozabundel De stemmingsvreter. In 2009 verhuisde hij van Deventer naar het platteland, langs de IJssel. Niettemin riep de gemeente Deventer hem in augustus 2011 uit tot stadsdichter en die functie zal hij uitoefenen tot augustus 2013. 27 April 2012 verscheen de Groningstalige bundel "Mien zinloze aanwezeghaid" bij De Kleine Uil.


Voorjaarsklassieker

de banden zijn opgepompt, ik reeds buiten adem,
wind mee de eerste kilometer, laat de spieren rustig opwarmen,
ik verander van richting, krijg een klap tegen het lichaam,
de straffe bries voert mestlucht mee en boeren ploegen
het land voor aardappels, asperges en maïs

het profiel van de banden volgezogen met modder
en klei, ik kleef aan de weg, mijn derailleur kreunt
net als mijn rug en knieën, spieren verzuren, de kop
vol karnemelkse pap; ik word in mijn hemd gezet
door andere fietsers ondanks mijn grote sterke
lichaam, wilskracht blijkt niet meer genoeg

dertig jaar roken openbaart zich door zwarte
fluimen teer die zich vanuit mijn longen door
de neusgaten naar buiten dringen, pijn tot
in de vingerkootjes; ik dien weer terug te
schakelen, het ego kraakt en piept en fluit

het zeemleer schuurt in mijn kruis, de zak tegen
het meedogenloze zadel geperst; God, wat hou ik
van mijn vrouw, maar dit weekend sla ik over;
fleurige distelvinken dansen in de meidoornhaag,
was ik maar zo licht op mijn pedalen

op de eindeloze dijk terug lachen de schapen,
word ik gepasseerd door een colonne motoren,
ligt defaitisme op de loer, zijn de benen zo zwaar;
hou vol, hou vol, bijna thuis, de zuurstoftank
wacht geduldig en vol troost

Lammert Voos



Gedicht Week 20 | 12
Hanny van Alphen begon al jong met schrijven. Het Noord-Hollands dagblad plaatste diverse gedichten. Voorts is werk van haar te vinden in diverse bloemlezingen, waaronder Dicht in de buurt, Uitgegeven door dagblad Trouw. In 2009 verscheen bij Boekscout haar debuutbundel Scherven. Hanny schuwt geen enkel thema en is strijdbaar aanwezig op o.a. Krakatau.nl. J.H.


Bij de dood van een klaploper

wil ik het bronzen zelfbeeld
of de gouden tand

dat is de vraag

een pottenkijker in mijn keuken
of een mee-eter

ik gis niet
waarom die uitvreter nalaat
een reden te geven

anders dan zijn lijfspreuk

-rood staan is beter dan wit liggen
dus leen ik bij het leven-

en weet
er hangt een prijskaartje aan zijn geschenk 
bij de dood, hij zou ’t besterven

wanneer hij zou zien
dat zijn waanzinnig bestaan werd afbetaald
door de erven

Hanny van Alphen


Gedicht Week 19 | 12 
Niet lang geleden zag ik een man op het land. Een lange man aan de rand van het weiland. Bij de pinken. Hij had een mondharmonica in de hand. Bracht deze bedachtzaam naar zijn mond en speelde een droevig deuntje. Blues voor de pinken. Welkom in de wereld van Elmar Kuiper. Duizend en één beelden waar dieren en open mensen dol op zijn. B.S.


Verdriet

Morgen laat ik de wenkbrauwen van de oever fronsen,

eisen kaaimannen, vechtend in een mondje water,
hun laatste plek op.

Vandaag kan ik de rivier laten vollopen, over laten
lopen en later zal ik zeggen: Wat een geluk.

Elmar Kuiper