SLA|Avier

Stichting Literaire Activiteiten Avier

Gedichten van de week 34 |2017


In 2015 overleed Rogi Wieg. Kort daarna verscheen In de kring van menselijke warmte, een hommage aan Rogi Wieg. Hieronder de bijdrage van Daniel Dee.


Depressie, maak daar maar major van  

                                                                                                                            voor Rogi Wieg 

nna zei de psycholoog wat staat voor niet nader aangeduid 
moet ik het dan zelf karakteriseren 
ik had een stemmingsstoornis met zware neerslachtigheid als kenmerk joh  
niet meer boem giga mega normaal 
bokito haram met zijn supersonische stagnatiekrachten 
ging met een plof op me zitten 
dus zeg maar zwaai zwaai bye bye met je slappe handje naar het zonlicht 
hij perste alle levenslust uit mijn lijf 
met een eruptie van overbodigheid tot gevolg 
en in die giftige ondoordringbare walm 
hoorde ik vaag in de verte kinderen roepen 
zullen we weer eens een chocoladetaart maken we vinden je zo lief 

in bed blijven liggen meewiegen op een zee van kalmte 
was er niet bij opstaan was evenmin een optie
de alarmbellen met hun felle zwaailichten en venijnige sirenes 
vierden een demonische variant op carnaval met verplichte polonaise 

die blèrende schimmen zijn me nader dan mijn geliefden van vlees en bloed 
al zeg ik nog zo stellig dat ze niet echt bestaan

schimmen van alarmbellen in het hoofd een gorilla op de bast 
en dan moet de dag nog beginnen het moet niet gekker worden 

ach gek is gek gek gek jij zegt het ted neukte sylvia dat is pas gek 

(dit was een poging om mijn staat van zijn te verluchtigen te relativeren 
uit angst om nog verder in een sociaal isolement te geraken vermoed ik

bokito haram bestaat niet echt maar de terreur van een depressie wel 
schaam je niet en zoek hulp bijvoorbeeld bij de ggz en hoop op het beste

laat voor de zekerheid nabestaanden weten dat zelfdoding geen
doodsverlangen is maar de onmogelijkheid om voort te bestaan
wanneer het bestaan een brandende wolkenkrabber is 
is springen soms de enige oplossing) 

● 

ik was een platgetrapt filter van een sigaret 
de terneerdrukkende kanker had reeds zijn werk gedaan 
ik kon geen antwoord geven 

de langste dag is alweer geweest 
maar het gaat – op en af – een soort van goed met me 
ik doe zelfs een beetje aan lichaamsbeweging 

maar ik dorst niet meer 
zo'n lichtontberende winter in 




Daniël Dee